Plaats-en en plekken

Een avond sjamanistische opstellingen bij Susanne in Amsterdam, vanwege de anderhalve meter maatregel in een grote ruimte, in het Zid theater, een voormalig schoolgebouw, nu een culturele instelling. De reiswezens: De huisgeest hier is niet erg gelukkig, weinig en rare mensen, vroeger was het veel leuker, eigenlijk vindt ie ’t nu maar een zooitje, alleen de tuin vindt ie wel leuk, heel veel natuurwezens (een kruiden- en moestuin,  en grote bomen eromheen). Hij hoopt dat ’t weer terug komt hoe het vroeger was.ijn met hun nieuwe huis, als alles meezit heel misschien al in september vertrekken, maar zeker dit najaar. En dan moet er nog verbouwd en ingericht worden, dan kan na de huwelijksvoltrekking, waarvoor we nu wèl mensen willen uitnodigen, gelijk onze parterre inwijden. 
 
Nog wat wedervaardigheden met  onze reiswezens: De musea zijn weer open, wij naar Beelden-aan-Zee, beelden van Germaine Richier, zo levendig uitgebeeld dat de reiswezens er natuurwezens in/bij zagen; dat was niet het geval bij de schilderijen van Breitner en Israels, maar daar wel fijn dat er zoveel mensen waren (om mee uit te wisselen).
Operazangeres Francis van Broekhuizen zingt Puccini in tentoonstelling Germaine Richer: Mensbeeld-Mensbeest
 
Nu het zwembad bij mij om de hoek weer toegankelijk is ga ik daar bijna dagelijks baantjes trekken, en dan mogen onze jongens beiden met mij mee, op voorwaarde dat Margrete dan in huis blijft, als een soort thuis-oriëntatie voor ze. Er zijn dan in totaal ruim dertig mensen aanwezig, inclusief personeel, dus aardig wat voor ze om mee uit te wisselen, en natuurlijk waterwezens, hoewel ze deze wel heel saai vinden, te meer omdat er niet gedoucht kan worden. Weer een gebied waar ze met de mensencultuur kunnen spelen, ook door mij uitgedaagd. Mijn vraag: pakken jullie dan nu ook gauw jullie zwembroekjes? Na afloop thuis hun reactie: Wil jij onze zwembroekjes aan de lijn hangen, die hangt te hoog, daar kunnen wij niet bij. 
 
We waren bij kennissen op bezoek die in een complex gebouw wonen, deels vroeger een meubelfabriek (Pander) en deels woningen voor de arbeiders. De reiswezens konden het niet precies plaatsen: noemen jullie dit nu ook een flat, er wonen wel veel mensen. Ik moest ze het antwoord schuldig blijven: noem je zoiets nu ook een flatgebouw, het lijkt er inderdaad wel veel op.
 
Tijdens de dienst bij ons in de kerk gebeurden er twee voorvallen, als eerste kwam het habijt van de ministrant (altaardienaar) klem tussen de deur, en later viel één van de twee kannetjes om waarmee water en wijn waren geschonken op moment dat de ministrant het geheel op het plankje aan de muur wilde terugzetten. Dit omvallen was duidelijk hoorbaar, en zijn alerte reactie om het kannetje vast te grijpen was nogal schokkerig, maar zeker beter dan dat hij het op de tegelvloer te pletter had laten vallen. Ik zat vooraan, er vlakbij en zag het dus voor mijn ogen gebeuren, maar niet dat hij het kannetje nog vastgreep, ik verwachtte dus wel de klap, en voelde bij mezelf al een heftige schrikreactie voor de klap die voor mij dus heel onverwachts niet kwam. De dienst ging ongestoord verder, en ik zou er verder dan ook niet meer mee bezig zijn geweest als niet de reiswezens er eenmaal thuis over begonnen: Dat was spannend hè, en leuk, maar wij hebben het niet gedaan hoor! Ik begreep het niet: het waren toch gewoon toevallige voorvallen? Nee, wij wisten van te voren al dat er iets zou gaan gebeuren, er waren nl. veel speelwezens aanwezig en die waren duidelijk uit op een verstoring van de dienst omdat ze die zo saai vinden. Zijn er altijd speelwezens aanwezig? Wel een paar, maar nu wel heel veel, en nog vele andere wezens, veel meer dan normaal, die ook aanvoelden dat er iets zou gaan gebeuren en dus uit nieuwsgierigheid  waren gekomen. Wij vonden het wel leuk, vooral omdat jullie mensen er zo serieus bij zitten, en al die anderen hadden er ook plezier in, haha.