Kroniek 2020 januari con-tacten

12 januari. Na onze reis door Bretagne even wat minder intensief aan de kroniek gewerkt, alle inspanning ging naar het maken van het reisverslag. Maar we hadden natuurlijk gewoon onze dagelijkse gesprekjes met de reiswezens en Dicky en Odilia. We bespraken met Odilia niet meer dagelijks een soort evaluatie van elke dag te doen; ook al beseffen we dat zij dit niet zo bedoelt, werkt het voor ons toch wel zo dat we per dag goed- dan wel af-keuring ervaarden door deze gesprekjes-voor-het-slapen-gaan. We leiden liever zelfstandig ons eigen leven, daar horen fouten bij, aan ons om ervan te willen leren of onze prijs ervoor te betalen, meestal inzake te veel hooi op ons vork nemen en eindigen in vermoeidheid. Maar goed, zo is ons leven dan, en helemaal instorten doen we heus niet. Tijdens zo’n reis werkt dat heel anders, in wezen maken we de reis samen met haar, dus logisch om geregeld te overleggen zoals je dat ook doet met een reispartner. Dus zouden we zelf wel aangeven wanneer we behoefte hadden aan contact, en zij van haar kant kon dat ook zo doen, en zij kon zich er goed in vinden.

De reiswezens willen graag ’s avonds even contact, soms serieus, soms elkaar wat speels plagend. Voor hen spelen er drie vaste thema’s: zij zijn geen reiswezens-plus meer, maar gewone reiswezens, kunnen niet meer zo veel avontureren als ze gewend zijn maar moeten veel vaker en langer bij ons in de buurt blijven, je zelfs aan ons lijf geplakt (Margrete voelt de hare meestal op haar rug). Minder vaak en minder lang naar de kindertjes aan de overkant, bij het winkelen wel even langs andere reiswezens in de winkel maar al lang voordat we afsluiten alweer bij ons terug, zelfs als we zeggen dat we nog niet klaar zijn en wel zullen waarschuwen voor we vertrekken. En ook niet meer met z’n beidjes met één van ons mee, nee, elk blijft bij wie die hoort. Wel saai voor ze, vinden ze zelf ook, maar de kracht van hun beschadigde licht noopt ze ertoe. En des te blijer zijn ze als er weer waterwezens komen (regen), dan kunnen ze in de tuin heerlijk met ze spelen.
Het tweede thema dat voor ze speelt is ons aanstaande huwelijk. Zij willen ook trouwen, het blijkt veel voor ze te betekenen, ze houden ook van feesten, zeker in deze voor hun toch wat saaie tijd; dan kunnen ze andere elementwezens uitnodigen en komt er lekkers. Ik plaag ze er geregeld mee, door ze te vragen: hoe regelen jullie dan je handtekening? Eh, handtekening, moet dat dan? Ja, dat is verplicht! Eh, dat gaan we uitzoeken! Komen ze de volgende ochtend zodra we wakker zijn met een oplossing: We nemen gewoon onze eigen inkt mee, maar die zien jullie niet. Daar gaan we dan nog even op door, maar niet al te lang natuurlijk. De avond voor ons trouwen kwam Margrete nog met de vraag welk pak ze zouden aantrekken. Is dat serieus? Ja, bij trouwen hoort een pak, of een jurk, altijd. Jullie maken weer een grapje! Nee, echt niet. Dat gaan we aan Dicky vragen, die ziet het aan jullie licht. Even later: Dicky zegt dat jullie een grapje maken! Komen ze vanmorgen toch met: Kijk eens, vind je onze pakken niet mooi?! Maar jullie kunnen het niet zien, hihi. Probleem opgelost. 
Het derde thema dat geregeld speelt of Frits echt niet terug komt voor ons trouwen, zoals Frits ooit eens beloofd heeft, toen niet wetende dat dit echt niet mogelijk zou worden gemaakt. Odilia was hierover al een hele tijd geleden zeer gedecideerd over: beslist onmogelijk, maar zij kunnen het niet los laten, Frits heeft echt heel veel voor ze betekend (voor ons en iedereen, mensen en elementwezens gelijk). En dan ook nog het afscheid van Dicky. Wij weten al lang dat Dicky na onze huwelijkssluiting zal vertrekken, kort erna, enige tijd erna, dat hebben we pas twee dagen voor ons trouwen gevraagd, en het zal zijn: zodra jullie thuiskomen, maar jullie krijgen wel de gelegenheid om afscheid te nemen zoals jullie dat willen. De reiswezens leven in dezelfde wereld als Dicky en voor hen is het een vanzelfsprekendheid dat dit een groot feest is voor Dicky. Wij echter ervaren het als een afscheid, en het doet ons verdriet, wij zullen hem nooit meer zien! Ook al weten wij heel goed dat Dicky er met blijdschap naar uitkijkt. Ze mogen het natuurlijk op hun wijze zo ervaren, maar we vragen wel begrip dat het voor ons anders is.