Eenmaal thuis ’s avonds was deze fietstocht aanleiding tot het volgende onderwerp. De reiswezens vertelden dat ze tijdens deze fietstocht goed opgelet hebben dicht bij ons in de buurt te blijven, want hier waren ze nooit eerder geweest, en dan is ons spoor nog dun. Want als jullie daar vaak geweest zouden zijn hadden jullie een duidelijk (ether)spoor achtergelaten, en als we jullie dan even kwijt zijn kunnen we dat spoor volgen. Wat interessant wat jullie ons nu vertellen! Als wij met de auto gaan, laten we dan ook een spoor achter? Nee, dat gaat te snel. En als we lopen is het spoor dan duidelijker dan met de fiets? Ja, maar maakt niet veel uit. Alleen als er veel mensen zijn, zoals in een drukke winkelstraat, dan gaan er zoveel sporen door elkaar dat we het ook niet terug kunnen vinden. En bij harde wind of regen? Maakt niets uit. Laten dieren ook sporen achter? We weten dat niet van alle dieren, zijn we niet mee bezig, is niet onze taak, maar van honden en katten hebben we dat wel vaak gezien, daarom kunnen die ook altijd de weg terug vinden, dan volgen ze hun eigen spoor, ze kunnen dat soms ook wel een beetje ruiken, maar dat werkt niet zo goed als hun spoor volgen, of het spoor van hun baasje natuurlijk. Ik heb wel eens gehoord dat dit bij trekvogels die hele lange afstanden afleggen ook zo werkt. Weten we niet, van honden en katten weten we dat omdat we die om ons heen zien, verder zijn we er niet mee bezig, is niet onze taak. Wanneer jullie je niet lekker voelen wordt het ook lastiger, laten jullie niet zo’n duidelijk spoor achter. Margrete gaat vaak lopend naar Willemijn, zou jij (Margrete’s reiswezen) daar naartoe nu ook het spoor kunnen volgen? Heel gemakkelijk, meestal ben ik er al veel eerder, vind ik leuk, ben ik er al als zij aankomt. Ze is ook wel een paar keer lopend naar Inge gegaan, maar dat is al weer wat langer geleden, zou dat jou lukken? Weet ik niet, want daar zijn vast veel andere sporen door haar spoor gegaan, dan wordt het moeilijker. Zouden jullie het spoor naar het strand en weer naar huis kunnen vinden? Ja, maar doen we niet, is toch eigenlijk buiten ons gebied, iets te ver weg. Maar als wij van het strand naar huis gaan blijven jullie wel eens daar wat hangen en komen later. Ja maar dan is jullie spoor nog heel vers, en dat doen we alleen als er niet heel veel mensen zijn. Nou boeiend allemaal, we hebben weer een hoop geleerd, en dat allemaal door een fietstocht! Heb je weer wat te schrijven, haha. Reken maar!
Wij hebben nog wel een vraag. Hoezo? Nou, zomaar, we vroegen ons iets af. Vertel! Hoe zien jullie het verschil tussen een man en een vrouw? Hoe bedoelen jullie? Nou, wij zien alleen maar licht, een man heeft ander licht dan een vrouw, dat zien wij, maar jullie zien dat licht niet, maar hoe zien jullie het dan? Oh, heel duidelijk, vaak al aan de kleding, mannen dragen meestal andere kleding dan vrouwen; aan het haar, het kapsel, en het gezicht is meestal anders, sommige vrouwen hebben make-up op, mannen zelden, en vrouwen hebben borsten, mannen niet, en mannen zijn meestal groter en breder. Genoeg antwoord? Ja, wij wisten dat niet.
We hadden nog een gesprek met “onze jongens” (die geen jongens zijn, zeggen ze er dan steevast bij, maar wel met het nodige plezier in hun stem). Eén, twee, dat zijn wij samen. Ja? En met Odilia erbij, hoe heet dat ook alweer? Drie. Oh ja, en wij en jullie samen is vier. Klopt, en de volgende? Wij, jullie en Odilia. Ja, vijf. Oh ja. Lastig onthouden hè? Hoeven we eigenlijk niet, vragen we aan een telwezen. Een telwezen, leuk idee, en handig, maar is die altijd wel in de buurt? Als je er om vraagt is ie er. En als je niet vraagt, is ie er dan ook? Weten we niet, we weten alleen dat als je een getal vraagt dat ie er dan is. Altijd? We denken van wel, nooit gevraagd, zijn we ook niet mee bezig. Jij had laatst nog een vraag, waar we over hadden gesproken en dat wisten we niet meer want wij hebben geen geheugen, maar we zouden het nog vragen, soms is er een wezen dat dat dan nog weet, hoe die heet weten we niet – een soort geheugenwezen? – Ja, zoiets, maar die was er niet bij toen, dus die weet het ook niet. Nou, in elk geval bedankt dat jullie er nog aan gedacht hebben. Hadden we toch gezegd dat we dat zouden doen! Ja, heel goed van jullie, dank je wel.

