Eieren en licht-soorten

Alweer (of nog steeds?) zomers weer, ons leven speelt zich grotendeels af op Reeuwijk. De tuin is klaar, maar we hebben nog wat planten met bloemetjes gekregen om er bij te planten. En de eend zit nog steeds te broeden; af en toe gaat ze even het water op zich opfrissen, dan zien we heel veel donsveertjes op de eieren, en op zaterdag zien we drie piepkleine kuikentjes, later, vlak voordat we naar huis gaan, wel vijf!  Morgen nog meer? Spannend, we leven zeer betrokken mee. De volgende ochtend is het nest verlaten, er liggen nog drie eieren, twee vol en één met een gat erin. En een dood kuikentje, en veel vliegen. Langs ons veldje zwemmen er wel vijf moedereenden met kuikens, we vermoeden dat de degene die er zeven heeft de “onze” is. Om beurten komen ze even ons landje op, zich lekker opwarmen in de zon.
De reiswezens hebben er een vraag over: Wat daar nog ligt (ze bedoelen de eieren), dat heeft nog het licht van de moedereend, terwijl die kuikentjes dat niet hebben, hoe zit dat? Nooit over nagedacht, maar kan wel iets verzinnen dat waarschijnlijk wel klopt: de eieren horen nog helemaal bij de moeder, komen uit het lichaam van de moeder. Net als babies bij mensen? Ja, zo’n baby heeft ook nog het licht van de moeder. Zodra het kuiken uit het ei kruipt is het meer van zichzelf, blijft nog wel bij de moeder, maar toch een eigen wezen. Gaat wel veel sneller dan bij babies! Ja, bij mensen duurt het heel lang. Bij sommige dieren duurt het ook jaren, maar er zijn ook dieren die eieren leggen en er niet eens bij blijven, het jong dat daar dan uitkomt heeft nooit contact gehad met zijn vader of moeder, dus heel grote verschillen, zo is dat. Mmmm, we gaan weer verder. Hun belangstelling houdt niet lang stand, maar op zich bijzonder dat reis(natuur)wezens zich verdiepen in biologische aspecten! ’s Avonds reageert Odilia er ook op: Ja dat gebeurt als natuurwezens en mensen contact met elkaar maken, heel goede ontwikkeling, boeiend.

 
Een soortgelijk situatie deed zich voor toen we huiswaarts liepen na ons bezoek aan de biologische buurtmarkt, waar voor natuurwezens zonder twijfel de grootste attractie te vinden is in de snoepkraam met onverpakte bonbons (en daarnaast voor reiswezens het feit dat er altijd vrij veel volk is). Het duurde even voordat onze reiswezens bij ons aansluiten, begrijpelijk, ze blijven er zo lang mogelijk plakken natuurlijk. Ja, ze zijn er, ik voel ze, zei Margrete. Hun reactie: Zie je zeker aan ons mooie licht hè? Ik: mooie licht? ik zie alleen maar donkerbruin licht bij jullie. Hè, hoe kan dat, nee toch? Ja echt, jullie zitten onder de chocolade! Even verwarring, en toen: Kunnen jullie ons lekker aflikken!  Lik op stuk! Goed hè, van ons, wij kunnen ook grapjes maken hoor.