
26 mei. Naar IJmuiden om onze excursie aldaar voor te bereiden. Plaatselijk worden we rondgeleid door Marlenne Schrijver die het gebied en zijn geschiedenis goed kent. Zij rijdt ons langs de plaatsen waar volgens haar ernstige oorlogshandelingen hebben plaats gevonden, bij sommige staat een monument. We wachten af en toe op een reactie van Odilia maar die blijft de eerste tijd uit. Ongeveer halverwege zoeken we zelf contact, maar Odilia laat weten dat zij zich wel laat voelen als ze iets te melden heeft. Dat gebeurt eigenlijk bij het eindpunt van de rit, bij een aantal bunkers in de duinen; we staan daar in een duinpan, waarschijnlijk ontstaan als bomkrater. Dit, zo geeft Odilia aan, is de plek die zich goed leent om een lichtzuil te creëren zoals we wel eens eerder gedaan hebben, en enkele andere handeling. Verder geeft ze een aantal energieke plekken aan waar wij vandaag steentjes dienen te plaatsen om daar de wezens / zielsdelen mee voor te bereiden. Als we Het duinpan verlaten en vanuit een hoog duin het gebied overzien overvalt ons al een sterk gevoel van hoop, verwachting en ontroering. Alleen al deze voorbereiding heeft al veel in gang gezet.
Voor het park rond Huis Beeckestein, waar in het verleden veel is gebeurd, geeft Odilia ook instructies mee: waar een landhuis volledig is weggehaald dienen we een buiging te maken, uit respect voor wat geweest is, en bij de ongeveer enige boom (taxus) die de 2e wereldoorlog heeft overleefd een hartverbinding. Bijzonder dat na de buiging zich een natuurwezen meldt, geen bosgeest volgens hem, meer een parkgeest, hij gaat over een deel van het bos. Ons gebaar had indruk gemaakt op ‘m, was zeer tevreden over zijn deel van het bos, was zeer belangstellend wat wij er zoals deden maar gaf toen ook aan dat ie weer verder wilde en we namen hartelijk afscheid.
Verderop stond een schuin geplaatst informatiebord met heel veel piepkleine rupsjes.

We stelden aan Marlenne voor om voor zo’n rupsje als representant te gaan staan. Dit leverde een leuk resultaat op in die zin dat het rupsje kon vertellen dat ie heel bezorgd was want hij wilde voedsel, een blaadje, maar kon het maar niet vinden op dit bord, en hij zocht al zo lang! We hebben hem en al zijn maatjes toen maar een plekje op de plantenbladeren gegeven!

