Gesprek-ken met de jongens (reis-wezens)

Onze reiswezens gaan het liefst altijd samen, maar tussen Margrete en mij gaan onze wegen wel eens gescheiden, of de één blijft thuis terwijl de ander op pad gaat; zeker bij dit laatste is dit voor de thuisblijver een saaie situatie. Ik wijs ze er dan altijd op dat ze toch na afloop hun licht(ervaring) kunnen uitwisselen, en dan doen ze toch beiden dezelfde lichtervaring op? Zo vertellen ze ons altijd; maar waar ik nooit naar gevraagd heb is of dit “doorgegeven” licht even sterk is als het “zelf beleefde” licht? Nee, het doorgegeven licht is wat afgezwakt. Dan heb ik nog een vraag voor jullie: maakt het verschil of jullie licht uitwisselen met een reiswezen van iemand die heel lang in het buitenland heeft gewoond, of geven jullie de voorkeur als iemand door veel landen heeft gereisd? Hangt er meer van af hoeveel zo iemand heeft beleefd, maar verder maakt dit niet zo veel uit. En als er ergens heel veel mensen zijn, b.v. een drukke dag aan het strand, kunnen jullie dan al van te voren zien wie er voor jullie een interessanter reiswezen heeft of moeten jullie er eerst kennismaken en dan pas merken? Nee, dat zien we van te voren wel, dan kiezen we er eerst de interessantste uit om naar toe te gaan.  
 
Ander aspect: Ik maak graag een grapje, hoewel dat bij hun lastig is want enerzijds zien ze aan mijn licht of ik de waarheid vertel en anderzijds staan zij in rechtstreeks contact met mijn lichaamswezen en die voelt dat bij mij ook direct aan en stelt hun dan op de hoogte. Maar goed, ik blijf het proberen, en soms lukt ’t me toch. Helemaal leuk wordt het als zij mijn grapjes overnemen, zoals afgelopen woensdagmiddag bij de speeltuin. Ik was al enige tijd thuis en vroeg aan Margrete of zij ze al in huis had waargenomen. De reiswezens waren haar voor: Nee, we zijn nog in de speeltuin! Als dat zo was hadden ze natuurlijk niet kunnen reageren. Ik: nou dat is me ook wat, ik had ze duidelijk gezegd dat ze met me mee moesten komen. Nou, dan moeten ze daar maar blijven overnachten want ik ga er nu niet weer naar toe, en liep de kamer uit. Toen ik weer terug in de kamer kwam: we zijn er wel hoor, was een grapje! In hun wereld kennen zij geen leugens, dat is ook een aspect waarom ze in het begin zo’n moeite hadden met mijn grapjes, zij kunnen zelfs een voor-de-grap-leugentje niet verdragen, konden het dus niet langer voor zich houden: Wij zijn thuis hoor! Oh, gelukkig maar, dan hoef ik verder niet meer ongerust te zijn, en dus spanning werd voelbaar minder. 
 
Nog een ander aspect: Vanmorgen toen ik met beiden naar het strand was geweest, Hemelvaartsdag, beredruk op de boulevard en de terrassen. Ik bleef niet zo lang, en gunde hun een wat langer verblijf, dus duidelijk aangegeven dat ze wat langer mochten blijven als ze er maar voor zorgden dat hun terugreis goed begeleid werd (door ??? straatwezens, contactwezens, ze kennen elkaar onderhand wel goed). Ik was al een half uur thuis toen ik aan Margrete vroeg of zij ze al thuis had gevoeld. Nee, maar direct daarop nam Margrete waar dat er “iets”  (een contactwezen?) op pad ging om ze te waarschuwen, en ja hoor, even later: Jullie hebben ons geroepen? Nou, ik wilde graag weten of jullie al in de buurt waren. Ja hoor, we waren om de hoek, daar is een feestje, mag dat eigenlijk wel?  Blijkbaar hebben ze de covid-regels ook al in de gaten: Ik had ’t ook gezien, zag er gezellig uit, maar mag denk ik eigenlijk niet. 
Aldus enkele inkijkjes in de organisatie van de etherwereld. 
 
We liepen op de parkeerplaats van een tuincentrum, zagen er in de tuin plantjes staan met leuke bloemetjes staan: “zo een willen wij ook in onze tuin!”, stiekem eentje met wortel en al uit de grond gehaald om in onze tuin te zetten. Niet netjes van ons, maar…het doel….nou ja, ….en er stonden er méér. Onderweg naar huis: Mogen wij iets zeggen? Ja hoor. Dat plantje is heel blij dat jullie ‘m geplukt hebben, hij stond met zijn wortels in het water en dat vond ie verschrikkelijk, daar kan die niet tegen, hij was bezig dood te gaan, en nu heeft ie weer hoop. Fijn dat jullie ons dit vertellen, zodra we thuis zijn zetten we ‘m weer in de grond, vertel ‘m dat maar. Gaan we doen, zal ie blij mee zijn! 
Hebben wij toch weer een goede daad gedaan deze dag!
Margrete heeft ‘m direct in de tuin gezet, hoewel ze nog wel even een aarzeling had over zijn plek, en ‘m toen een andere plek gegeven.
Odilia: Als ie niet gewild had, hadden jullie ‘m niet los gekregen, in wezen heeft hij erom gevraagd; en de plek waar Margrete ‘m eerst wilde plaatsen was niet waar hij wilde staan, nu staat ie naar zijn zin. 
En hij groeit als kool!
 
Op een avond komen onze reiswezens zeer opgewonden en vol vuur “binnenvallen” : We hebben nieuws, wat we nu gezien hebben moeten we jullie vertellen, ze zitten niet mee aan elkaar vast, ze zijn wel bij elkaar, maar nu los van elkaar!! Ik begreep direct waar ze het over hadden: in april hadden ze al gemeld dat het straatwezen aan wie ze zo’n hekel hebben omdat ie nooit enige aandacht aan hun wilde besteden, voor hun echt een grote gruwel, door hun ineens gezien werd met nog een licht aan ‘m verbonden, dus aan ‘m vast, bijna alsof het een dubbel licht was; was dat tweede licht de opvolger van dit straatwezen van wie we weten dat ie een tijdelijke waarnemer is nadat Briek door de woningbrand in onze straat zwaar beschadigd was geraakt en uiteindelijk was teruggenomen, dus verdwenen? Blijkbaar zat dit tweede licht niet meer vast aan het straatwezen, maar er van los gekomen, m.a.w. was hij nu tot zelfstandig wezen, waarschijnlijk als het definitieve straatwezen, “gepromoveerd”? Daar lijkt het wel op. Niet alleen interessant nieuws voor ons, want wij hadden geen idee hoe dit soort ontwikkelingen in de natuurwezenwereld zich afspelen, maar met name voor onze reiswezens, want die hopen weer zo’n leuke en intensieve vriendschap te kunnen vinden zoals ze indertijd met Briek hadden. Over dit aspect had Odilia trouwens al diverse keren gewaarschuwd dat het niet vanzelfsprekend is dat een nieuw straatwezen net zo als Briek bereid is tot contact het onze reiswezens of met ons; dat moeten we maar afwachten. Maar we mogen het toch wel proberen of hij met ons wil praten, dat zou toch heel leuk zijn! Ja hoor, dat mogen jullie gerust proberen, spreek ‘m gerust maar aan tzt, dat kan geen kwaad, en als hij niet wil dan merken jullie dat wel, maar voor nu moeten jullie ‘m nog met rust laten, hij moet eerst zich duidelijk als zelfstandig straatwezen manifesteren, laat ‘m eerst zich hier thuis voelen en zijn gang gaan, wie weet is het voor deze nieuwe wel een zware taak waar hij zich eerst moet inwerken, dus laat ‘m voorlopig met rust. En wij gaan ‘m zeker ook niet aanspreken, want als wij dat doen is het voor hem als een verplichting, en wij zouden ‘m daarmee kunnen beschadigen. Misschien ooit, als we echt iets dringends hebben dat over de straat gaat, dan wellicht wel, maar niet zo maar om te kijken of ie een beetje op Briek lijkt. Maar jullie kunnen ‘m niet beschadigen, dus dat is anders. Nee hoor, zo lang hij bij dat nare straatwezen is gaan wij hem niet aanspreken, maar als hij net zo leuk is als Briek zou dat wel fijn zijn! Dat kan ik me heel goed voorstellen, dus  afwachten maar. Ja, dat zullen we doen. Mogen we nu naar de kindertjes aan de overkant? Ga je gang! Jullie, wij zijn jullie, dag! 
 
 Ik had bij afval twee metalen rasters gevonden, zeer geschikt om in onze tuin aan de muur te hangen om er klimplanten langs te laten groeien. Aan de zijmuur zaten nog diverse schroeven in de muur die ik zonder in de muur te hoeven boren kon vervangen door haken, zodat het raster goed bevestigd hing. Op de achterwand van betonplaten lukte het niet om met mijn boor er gaten in te krijgen, maar tussen twee platen zat wel een ruime kier, en daar lukte het me om drie haken stevig bevestigd tussen te krijgen. 
Een paar dagen later de reactie van onze “jongens”: We hebben daar bij die muur alleen het licht van die nieuwe gezien, die oude was er niet bij, bijzonder hè! (het ging natuurlijk over het straat-steenwezen). “En is die oude zelfs niet later komen kijken?” Niet dat we weten; dit was voor het eerst zo, maar die oude is nog wel in de straat, hij is niet weg. En we hebben die nieuwe maar nog niet aangesproken, dan komt de oude zich er misschien mee bemoeien, we wachten tot die helemaal weg is. Lijkt me heel verstandig van jullie. En ik vermoed dat de oude niet eerder zal vertrekken dan dat aan de overkant de nieuwe ramen zijn geïnstalleerd want dat is nog wel een aardige klus met de nodige brekerij. Oh ja, net als bij jou. Precies ja.  Nou, we gaan weer. Ze hadden kennelijk geen zin om te blijven hangen zoals normaal, en begrijpelijk, buiten waterwezens!
(regen)