Decem-ber

terug in den Haag
’s Avonds 7 december kwamen we thuis van onze rondreis door Spanje.
In de dagen hierna waren we natuurlijk druk met auto uitladen, een paar wassen draaien, mail en post doornemen en spullen opruimen.
Maar de rest van de tijd, uren en uren, soms hele dagen, waren we bezig om het reisverslag voor onze website klaar te krijgen: foto’s selecteren en bijwerken en namen erbij, aantekeningen uitwerken tot een leesbaar verhaal, en dat alles indelen, en dan nog de regio’s in hoofdstukken indelen en ook daarvoor weer een indeling maken zodat alles er overzichtelijk in staat en teruggevonden kan worden.
Ons streven was om vóór de Kerst klaar te zijn. 
Ik was een paar dagen voor Kerst klaar, Margrete kon haar aandeel op 1e Kerstdag afsluiten. Alleen dat al was een feest, dus een dubbel feest! 
En toen pas konden we een beetje gaan aarden in ons eigen leven.
Maar…..geen haartje spijt op ons hoofd!
 
Zodra het in maart of eventueel in april wat voorjaarsachtig wordt gaan we weer op stap, nog genoeg megalieten en hun Lichtwezens die nog wachten: heel veel in Frankrijk (het meest kansrijk wat weer betreft), maar ook in Duitsland en Roemenië; We sluiten Engeland maar even buiten, want voor de boot heb je een QRcode nodig. 
Blijven er nog twee gebieden over: Cyprus en de Balearen. (Ibiza, Mallorca en Minorca) Ook voor ons onbereikbaar.

Mocht er iemand zijn die daar heen reist en daar voor Odilia een verbinding wil leggen door één ingewijd kiezelsteentje mee te nemen en daar ergens in de natuur (eigenlijk het liefst in de buurt van een megaliet) te plaatsen, èn vandaar ook zo’n steentje mee terug wil nemen, dan kan Odilia zelf met behulp van de plaatselijke deva (‘s) de rest van het eiland afstruinen naar de overige megalieten aldaar. Wie oh wie??? Laat het ons weten!!! 
 
Onze buren. Ons straatje is eigenlijk een soort steeg, te smal voor een stoep en vrachtwagens, maar niet doodlopend, met een redelijk intiem sociaal leven, waar wijzelf niet al te veel aan deelnemen, zeker niet bij luidruchtige straatfeesten of barbeques. Maar we kennen wel bijna iedereen uit ons straatje. Maar de directe buren kennen we het beste.
Ik heb al veel geschreven over onze overburen, sinds kort met vier kindertjes, die we zelden horen huilen of schreeuwen, en hun ouders nog nooit boos hebben zien reageren op ze. Heerlijk om dit mee te beleven. Onze reiswezens zijn ook dol op ze; natuurwezens zijn zeer geïnteresseerd in kleine kindertjes, want die hebben nog geen echt “Ik”, die worden nog grotendeels gedragen door wezens uit de geestelijke wereld, en dat zijn hele mooie bijzondere wezens, die dragen een heel mooi licht met zich mee. Grappig, de jongste, die kunnen onze reiswezens niet eens echt waarnemen, ze voelen dat er “iets levends” is, maar nog geheel opgenomen in de aura van de moeder, zelfs als het babietje bij pappa op de arm ligt. Met Odilia hebben we afgesproken dat onze “jongens” tweemaal per dag even daar langs mogen gaan, en dan “een theekopje” mogen blijven (zeg maar zo’n tien a vijftien minuten, de tijd dat het duurt dat je een kopje thee drinkt).
 
Tijdens onze reis bereikte ons een alarmerend bericht: hun huis staat te koop!
Onze jongens ongerust dat dit al direct zou gebeuren en dat ze de kindertjes bij onze thuiskomst al niet meer zouden treffen. Odilia stelde ze gerust door ons te laten weten dat dit pas in de zomer zou plaats vinden. En dan maar hopen dat er weer een gezin met kindertjes komt! Afwachten maar.
 
De buren naast ons wonen er al langer dan ikzelf (ruim 40 jaar), en de twee zonen al uit huis, de vrouw zo’n tien jaar geleden overleden, en zo’n twee jaar geleden werd Hans ziek (trouwelezers kunnen zich misschien herinneren dat Dicky, Margrete’s hulpwezen, vaak naar hem toe ging) en is vorig jaar overleden. De oudste zoon is er gaan wonen, en laat het nu stevig verbouwen, wat bij ons goed hoorbaar is.
Als er ergens in de straat iets met stenen gebeurt dan is daar natuurlijk het straat-steenwezen als de kippen bij (figuurlijk gesproken dan, want onze indruk is dat ie wel een half uur nodig heeft om van het begin van de straat naar het einde te komen, maar zijn gevoels-tentakels zijn wel overal aanwezig en waarschuwen direct). En het huidige straat-steenwezen is hier ongeveer een jaar gelden nieuw gekomen, ter opvolging van de tijdelijke, die een vervangende invaller was voor Briek, die zich bij een huisbrand heeft opgeofferd om het huis (althans het stenen gedeelte ervan) te redden.
Met Briek waren onze jongens, onze reiswezens dus, heel dikke vrienden, en Briek kwam vaak bij ons in huis voor een praatje; die naam Briek hebben wij ‘m gegeven, en hij was er maar wat trots op! De invaller die had totaal geen belangstelling voor sociale contacten met onze jongens, daar was hij heel duidelijk over, en onze jongens vonden dat een groot gemis en hadden nu gehoopt, nu dat er weer een definitief straatwezen was, dat die wel open stond voor af en toe een praatje met ze. Daarom zaten ze vaak bij onze buurman, bij de verbouwing (even door een dubbele stenen muur heen is voor hun een fluitje van een cent) om te proberen contact te krijgen met het straatwezen, maar ook deze heeft geen belangstelling voor ze, tot hun grote teleurstelling en ergernis. Moeten ze wee leren leven; het is niet altijd eenvoudig om een reiswezen te zijn, zeker niet als jouw baasje soms hele dagen aan de laptop zit en er niets met andere reiswezens valt uit te wisselen!