Megalietenreis Spanje 2021, 6 (slot)
Reisbrief 5 eindigde met onze plannen voor Frankrijk, maar we hadden nog een eind te gaan vanaf centraal Spanje richting kust ten noorden van Barcelona, ruim vier uur rijden.
De eerste die we die dag onderweg aantreffen is een aftands en triest uitziend overblijfsel van een steenkist of hunebed, pal aan een heel drukke verkeersweg. Odilia: Ik heb twijfel of hier nog iets is, en als het er is kan ie zich maar beter terugtrekken dan blijven, een totaal ongeschikte plek met zoveel lawaai, ook al zal ik ‘m ervoor afschermen. De Reiswezens lieten ook weten er zelfs geen contactwezen te kunnen waarnemen, een veeg teken. Geen leuk begin van de dag
Maar hierna wordt ons humeur stevig opgebeurd, eerst door drie megalieten in een bos met een zeer helder en verblijd Lichtwezen (als vertegenwoordiger ook van de andere twee) en later een looproute door een bos, inclusief een oversteek over een beekje, maar liefst zeven op rij, zes hunebedden en bij een menhir een Lichtwezen namens alle zeven, wij en hij namens alle zeven zeer verheugd.
Dóór naar de kust ten noorden van Barcelona, waar we na tweeënhalf uur rijden in een dorpje aankomen waar vlakbij drie bestemmingen op onze lijst staan aangegeven. Maar de gps herkent de coördinaten niet! Zijn ook erg kort, normaal zes cijfers achter de komma, nu maar drie. Maar er staan wel namen bij, dus in het dorp verder gevraagd; maar niemand die het iets zegt. Aan Odilia doorgegeven dat er in de buurt drie plekken voor haar zouden moeten zijn, maar wij hebben geen idee hoe ver en welke richting. Later die dag laat ze weten dat zij met de deva’s van die streek niet verder gekomen is.
Wij verder naar de volgende bestemming, nog een uur rijden, waar we een zijweg het bos in worden geleid; een goed begaanbare zandweg, nog zo’n 5 km, maar dan! Een zijpad nogal steil omhoog, dus heel erg uitgesleten door water, echt onbegaanbaar voor de auto, en nog 3 km lopen, heen, maar ook terug. We kiezen ervoor Odilia door Margrete’s ogen in de veronderstelde richting te laten kijken. Zij gaat op zoek met de deva.
De volgende dagen vragen we haar steeds of ze het Lichtwezen daar al heeft aangetroffen, maar het blijkt lastig te zijn, want deze deva, hoewel bereidwillig, is weinig communicatief.
Hè? Een engelwezen met een communicatie stoornis, bestaat dat ook? Dat snappen we niet goed en dus vragen we nadere uitleg. Odilia vertelt dat in dit gebied in het verleden door mensen met zwarte magie is gewerkt en daarbij is dit Lichtwezen beschadigd geraakt en deze beschadiging heeft met name een uitwerking op haar communicatieve vaardigheid; dus heeft Odilia eerst hulpwezens gestuurd om deze deva in haar handicap te ondersteunen, en pas daarna, zo’n vier dagen later, kon ze Odilia verder helpen en is het Lichtwezen bij de megaliet gevonden. Onze nieuwsgierigheid gaat uit naar de Lichtwezens bij de megalieten, kunnen die ook door zwarte magie beschadigd raken, want zoiets hebben we nog nooit meegemaakt. Odilia: Nee, Lichtwezens zullen op die manier nooit beschadigd raken, want die kunnen zich terugtrekken in de aarde, maar een landschapsengel kan dat niet.
Enige belevenissen onderweg:
Bij een flauwe bocht naar links zien we aan de rechterkant naast de weg een lange vrachtwagen op zijn zijkant naast de weg liggen. Chauffeur de bocht niet gezien? Er staat een man bij de vrachtwagen, misschien de chauffeur, misschien ook niet. Indien wel dan denken wij: hij heeft het in elk geval onbeschadigd overleefd. Onze reiswezens reageren: Wat zielig voor die auto, zo kan die niet meer rijden! ’t Is maar hoe je het bekijkt.
Bij een uitrit van een benzinestation stond een stopbordje; ik heb daar net niet helemaal gestopt, kon goed zien dat de weg vrij was, maar politie achter me: Stop is stop, 100 euro boete. Reiswezens: Die twee mannen hebben allebei heel saaie reiswezens, zijn nog nooit ver weg geweest, en die ene had er veel plezier in, heeft veel donker licht. Ook hier: ’t is maar welk aspect je oppakt!
Na een etentje in een restaurant: Dat heeft jullie lichaamswezen goed gedaan! Nou, ons persoonlijk ook, stemt overeen!
Over datzelfde etentje: Een levende kip of vis heeft sprankels; als jullie een groot stuk kip of vis eten kunnen wij die nog herkennen aan zijn schaduw, maar als het kleine stukjes zijn kunnen wij het niet meer herkennen.
Onderweg hebben we gestopt bij een restaurant om de menukaart te bekijken, maar 40 euro p.p. vonden wij niet onze smaak. Ik zei direct al: gaan we niet doen! Reiswezens: Vroeger, als zij dat zei, dan plaagde je haar vaak door te zeggen: Krent! Nu ben jij zelf de krent, kun je dat zo zeggen? Ik moest erom lachen, betrapt!
Ik laat met gemak als representant al die Lichtwezens via mij spreken, maar onze reiswezens lukt me niet die via mij te laten spreken terwijl ze dat heel graag willen. Hun opmerking: Jij moet dat schoorsteenkanaal van je ’s laten vegen! Benieuwd wat voor soort taalwezen hun hier heeft ingefluisterd! In elk geval een nogal vrijpostige!
In het donker rijden we naar onze volgende bestemming, over een lange smalle en slingerende weg; onze informatie zegt dat er een parkeerplaats bij is. Dit blijkt te kloppen, maar deze ligt wel pal aan de weg. We gokken erop dat er weinig verkeer zal zijn vannacht. ’s Ochtends om 7 uur de eerste auto! Maar dan zijn wij al aan het voorbereiden om op pad te gaan. Het blijkt een lange wandeling, al gauw vinden we er twee; enkele megalieten staan met bordjes aangegeven, maar zonder afstanden erbij, moeten we alle zijpaden volgen en hoe lang? Tot we bij huizen komen, en daar achter moeten er meer liggen. We twijfelen, daar verder zoeken? We keren terug en hebben een mooi en ver uitzicht op Gerona en de baai beneden ons. Odilia laat ons weten alle Lichtwezens langs onze wandelroute al ’s avonds gevonden te hebben, we hadden helemaal niet deze route hoeven doen voor haar!
Ondertussen hebben onze jongens zich die nacht niet verveeld: het beekje dat langs de parkeerplek stroomt heeft veel te vertellen. Onze jongens vertellen het beekwezen ook over Frits en de rivier waar hij naar verhalen luisterde en die hij Babbelkous had genoemd, en dat zij deze naam voor dit beekje ook vonden passen. Toen gingen ze nog verder om te vertellen dat zij zelf eigenlijk ook babbelkousen oftewel kletskousen waren, maar dat kon het beekwezen niet bevatten. En dat op hun beurt vonden de reiswezens weer merkwaardig, want zij snappen het wel. Tja, mensentaal is niet altijd logisch voor de elementenwezens. Opmerkelijk genoeg had het beekwezen wel belangstelling voor het mooie licht van Odilia dat voor hun nog ver buiten de auto te zien is als wij met haar in gesprek gaan. En zelfs, alweer volgens de reiswezens, heeft ook het wegwezen er belangstelling voor; zeer opmerkelijk voor een wegwezen!
We hebben in deze omgeving nog een bestemming op onze lijst, dat blijken er drie vlak bij elkaar te zijn aan de andere kant van de villawijk waar we eerder terugkeerden, en deze heeft Odilia nog niet! Maar nu dus wel.

Zaterdag 4 december brengt ons naar de streek ten noorden van Figueres, waar er veertien dicht bij elkaar liggen, o.a. ook op Cap de Creus. Naar het noorden toe zien we de sneeuwtoppen van de Pyreneeën, zo’n 30 km verder. Zo veel dicht bij elkaar, enerzijds schiet dit aardig op, anderzijds zijn ze allemaal een flink eind wandelen van de weg af gelegen. Eén ligt er op militair terrein, diverse verbods- en waarschuwingsborden, maar een prima weg. Toch maar doorgereden en zonder hindernissen gevonden.
Bij Menhir de la Cutina waren we al dichtbij, maar de weg werd echt onbegaanbaar en te ver om te lopen. Omgereden, het terrein van een uitgestrekt biologisch wijnbedrijf ingereden: La Cutina in Sant Climent Sescebes. We worden vriendelijk benaderd in goed Engels door ene Barbara en krijgen een plattegrondje mee, waar er ook nog twee ons onbekende hunebedden op vermeld staan; dus twee extra! we mogen er niet rijden, maar wel wandelen.

Onze laatste bestemming in Spanje ligt bij het grensstadje La Jonquera, maar vlak langs de snelweg zonder vluchtstrook. Het gebied is gelegen in een dal dat volledig vol ligt met wegen, rotondes, tien benzinestations, 6 heel grote supermarkten (met een heel grote afdeling voor sterke drank en heel weinig verswaren), supergrote parkeerplaatsen voor alle vrachtwagens en diverse parkeerplaatsen voor personenauto’s, en diverse restaurants, waarvan Burger King het duidelijkst aanwezig. En tot onze schrik: alle restaurants met controle op QRcode.; daar gaan onze plannen om een nieuwsbrief te versturen!
Op zoek naar onze bestemming, een menhir. Bij aankomst zitten we aan de verkeerde kant, dus terug om te zien of we ‘m van de andere kant kunnen benaderen. We kunnen ‘m wel zien staan, maar niet bereiken en moeten 13 km doorrijden voor we kunnen terugrijden. Nog een poging wagen; Margrete gespannen met twee smartphones met googlemaps op schoot, ik gespannen omdat dit nu de derde keer over deze 13 km is en ik geen zin heb in een vierde keer. Bovendien, we hadden hiervóór al twee uur onafgebroken gereden en hadden gerekend op een maaltijd in een restaurant. De verwarming in de auto wat lager gezet want de spanning binnen liep op, en onze laatste in Spanje wilden we beslist niet voorbij laten gaan! Gelukkig lukte het Margrete mij naar een klein zijweggetje te krijgen, waar na 200 m een bordje stond: Menhir! Nog even door wat struiken kruipen en we treffen er een dankbaar en gelukkig Lichtwezen.
Het grensstadje zelf is ook een gekkenhuis, één heel lange en drukke weg met aan beide zijden insteek parkeerhavens, allemaal vol! En aan beide zijden de ene winkel na de andere: sterke drank, keramiek, kleding, en restaurants. Dus gauw doorrijden maar.


Onze eerste bestemming in Frankrijk is een megalithische nederzetting, hoog gelegen in ijzige stormwind, veel rotsgrond met daarop de restanten van vestingmuren. We ontwaren ook enkele kleine rotsgraven (volgens Odilia moeten er meer zijn), en spreken met een zeer verheugd Lichtwezen als vertegenwoordiger van de vele die er zijn.
Een uur verderop een dolmen. We parkeren de auto aan het eind van de weg, waarschijnlijk particulier terrein, maar ja, we zien geen andere plek of moeten een heel eind terug rijden. We klimmen bijna een kilometer het steile pad op, in het midden loopt een geul van wel een halve meter diep, aan de zijkanten liggen veel stenen los.
Boven treffen we inderdaad het dolmen en het Lichtwezen, klauteren terug naar beneden. Zijn even bezig onze bagage te herschikken, worden we in het Nederlands aangesproken dat we op particulier terrein staan maar wel even mogen blijven. We raken aan de praat, zij woont hier al 40 jaar, en vertelt terloops dat verderop, zo’n 20 minuten rijden richting Andorra, de wegen afgesloten zijn vanwege de vroege sneeuwval dit jaar.

Wij besluiten verder te gaan, zien aan de borden dat we inderdaad richting Andorra rijden en zien talloze auto’s ons tegemoet komen met een flinke laag sneeuw op het dak. We stoppen voor overleg, waar doen we wijs aan? Margrete voelt een heel sterke aandrang om onze oorspronkelijke plannen door te zetten. Mmm, ik heb m’n twijfels maar ken ook haar zelden falende intuïtie. Kort hierna vertelt Margrete toch over haar twijfel, ze vraagt zich af waar haar sterke aandrang om verder te gaan vandaan komt, het voelt niet helemaal van haarzelf. Langzaam daagt de indruk dat ze onder druk is gezet door vriendjes van de reiswezens, want die willen dolgraag naar de sneeuw. We stoppen nogmaals, en krijgen een melding van onze reiswezens. Jullie lichaamswezens laten ons weten dat er een woord is dat wij moeten zeggen dat bij deze situatie past, wij horen: “sorry”. Kan dat kloppen? Want jullie lichaamswezens zijn het er niet mee eens, jullie nemen nu een groot risico en dat willen ze niet, en wij ook niet. Het is ons sterke verlangen naar die mooie stille sneeuwwezens dat gemaakt heeft dat er wezens in de auto zijn gekomen die op jullie druk uitoefenen om verder te reizen, zo heeft het gewerkt op haar. Wat een opluchting, vooral voor Margrete, want zij heeft met haar verstand natuurlijk wel begrepen dat we richting afgesloten wegen rijden. Bovendien, deze vrouw met dit verhaal, toeval? Natuurlijk niet, reageert Odilia, dat is zo voor jullie geregeld, jullie hulpreiswezen weer!
We besluiten om te keren en noordelijker een gebied op te zoeken zonder sneeuw. Terwijl we zo verder rijden en de situatie bespreken, wordt het ons steeds helderder dat we eigenlijk wel moe zijn, en eigenlijk wel vol zitten, en eigenlijk de ontberingen van ’s nachts vorst en overdag net geen vorst maar vaak wel snerpend koude wind wel zat zijn, en besluiten in een ruk door te rijden naar de Odiliënberg in de Elzas om daar de steentjes voor Odilia te deponeren die we in de laatste jaren hebben verzameld; uit Denemarken, Pommeren, Polen, Frankrijk en Spanje, een hele tas vol!
Odilia reageert: Een goede beslissing; jullie hadden je eerstvolgende bestemming nog wel kunnen bereiken, maar niet verder. En jullie zijn moe, jullie reactievermogen wordt minder, het is voor jullie veiliger om terug te gaan. En ik ben al ruimschoots heel dankbaar met wat jullie voor mij hebben gedaan, het is echt genoeg.
We rijden door voorbij Lyon om daar vlakbij een boerderijhof (gebouwen rondom een binnenterrein) te gaan overnachten. Ik rij een grasveldje op, maar daar slippen de banden van de auto en staan we vast. We hadden net een auto het terrein op zien rijden en gingen om hulp vragen. Bij de auto hoort een jongedame, maar ook met haar hulp erbij lukt het niet de auto van zijn plaats te duwen. Het grappige is dat zij daar staat te wachten op twee afspraken, haar vriendje en op een depannage auto (wegenwachthulp) om haar andere auto, die daar met panne staat, weg te slepen. Met hulp van de depannage auto is onze auto zo de weg opgesleept. De jongedame vertelt dat de boerderij leeg staat, wij kunnen de auto er overdekt parkeren wat mooi uitkomt want die nacht valt er veel regen (feest voor de reiswezens!)
Alweer de vraag: toeval? Nee, reageert Odilia, jullie boffen maar met jullie reishulpwezen!
Een lange rit naar de Odiliënberg, de berg op naar de parkeeerplaats waar het pad loopt naar de druïdegrot. Wat een verrassing: de parkeerplaats en de verdere berg hogerop liggen met sneeuw bedekt! Oh, wat zijn de reiswezens zo gelukkig, heel veel van die mooie stille sneeuwwezens!! Helemaal verrukt zijn ze. Blijven jullie hier lang? Ja, het is een lang pad en we hebben veel stenen te sjouwen, dus dat duurt wel een tijdje. Wat fijn!!
De Odiliënberg is de ankerplaats van Odilia; zelf is zij een kosmisch wezen. Als wij contact met haar hebben dan is voor de elementenwezens haar licht in de wijde omgeving zichtbaar. Wat wij ons afvragen is wat er van haar aanwezigheid op de berg merkbaar is. De reiswezens: Wij ervaren een lichte trilling, in jullie taal zou je kunnen zeggen dat we ribbeltjes in de lucht zien, lang niet zo sterk als wanneer ze echt aanwezig is. Dezelfde vraag aan Odilia voorgelegd: Dat is een vermenging van de sfeer van de berg zelf met die van mijn aanwezigheid. Je zou dit kunnen vergelijken met de eigenheid van jullie huis, en de sfeer die jullie daar in aanbrengen, beide zijn voelbaar of zichtbaar aanwezig. Andere vraag aan Odilia: Kun jij waarnemen of er sneeuw ligt op de berg? Als er ingrijpende veranderingen plaats vinden op de berg dan kan ik die duidelijk waarnemen, en een heel enkele keer zet ik mijn bemoeienis daarbij in, maar de gewone niet ingrijpende veranderingen zoals sneeuw daar ben ik doorgaans niet mee bezig; maar als jullie daar specifiek naar vragen kan ik me daarop richten en het wel waarnemen.
Als we er klaar zijn ontdekken we dat het zeseneenhalf uur rijden naar huis is; aanlokkelijk, nog in de avond thuis? Is dat op te brengen? We hebben al de hele ochtend gereden. We zien wel hoever we komen.
De reiswezens hebben nog wat te vertellen, of beter gezegd uit te leggen: Jullie zeiden dat wij ons heel gelukkig voelden met die sneeuw; eigenlijk kun je dat niet zeggen, je gelukkig voelen dat doen mensen, dat kunnen we aan jullie licht zien, dan gebeurt er iets in de buurt van jullie hart. Maar wij hebben geen hart, en eigenlijk hebben wij ook niet wat jullie gevoel noemen. Wij hebben licht, wij zijn licht; toen wij al die sneeuw zagen ging ons licht heel sterk glimmen of glanzen, zoals jullie dat noemen. Dus wat jullie als geluk voelen ervaren wij als heel mooi licht uitstralen. Dat wilden we even vertellen. Dankjulliewel, boeiend. En wat gebeurt er als jullie boos worden? Wij zijn nooit boos, wij zijn wel soms verdrietig zoals jullie dat noemen, dan wordt ons licht heel dof. Ja, dat klinkt logisch in jullie wereld. Enerzijds lijken jullie en wij op elkaar, en toch is alles anders. Ja, jullie lopen, wij zoeven, en jullie slapen en poepen, doen wij nooit, hahaha! Een vrolijke noot ter afsluiting.
Heel moe komen we om half elf thuis! ’t Is wel effe wennen hoor, weer binnen zitten!
Een paar dagen later, in de avond, even contact met Odilia, zoals wel vaker, waarschuwt zij ons nogmaals met grote nadruk dat wij thuis echt heel rustig aan moeten doen, niet naar bijeenkomsten met veel mensen mogen gaan, jullie aura is daar veel te open voor na jullie contacten met al die Lichtwezens, jullie nemen dan te veel emoties op van anderen en dat zal jullie heftig uitputten, dus echt lekker in je cocon blijven, nog een hele tijd. Ik zeg dit omdat ik gevoeld heb dat jullie alweer met jullie agenda bezig zijn activiteiten in te plannen, wees daar heel voorzichtig mee, en nog beter niet doen. Ik heb ook de vraag van jullie reiswezens vernomen, of er weer sneeuw op de berg is gevallen. Ze luisteren nu mee: nee, er is geen nieuwe sneeuw gevallen en de oude is nu bijna allemaal weg. Dat was het. Tot later.
Mijn vraag aan de reiswezens waarom ze over die sneeuw daar willen weten, jullie zijn nu toch hier, wat kan ’t jullie schelen hoe het daar is? Oh ja, hebben we niet aan gedacht; gaat er hier nog sneeuw komen? Nee, wel waterwezens, morgen, niet vannacht. Oh fijn!
Ze hadden ook nog een aardige/praktische tip voor ons: Als jullie weer op aarde komen kunnen jullie misschien beter als reiswezens terugkomen, dan kunnen jullie zoeven, kun je overal makkelijk komen, hoef je niet zo te klauteren, maar moet je wel bij iemand gaan die veel reist, anders wordt ’t saai. En hoeven jullie ook niet meer te poepen, haha. Nemen we in overweging!
Hartelijk dank aan alle mensen die hebben gereageerd op onze nieuwsbrieven, ook aan de inzender van onderstaande foto.
Hartelijke groet,
Ferry & Margrete

- Kroniek
- Kroniek 2021
- januari
- februari
- maart
- april
- mei
- juni
- juli
- augustus
- september
- oktober
- november
- december
_ reisverslag 6 – slot
