Begin juni is het mooi weer, dus naar ons landje aan de Reeuwijkse plas. Ook de ijscoman is weer present, altijd druk daar, een kruispunt voor fietsers, wandelaars en bootjes. En ook de visman, die trouwens ook wild van de jacht verkoopt, is er weer, althans in het weekend. Onze jongens noemen ‘m consequent de dooie-visjes-man, want handel in dode vis, en dode vis consumeren, is voor hun wat merkwaardig, zoals zo veel uit de mensenwereld.
Elk ongeveer anderhalf uur komen ze zich even bij ons melden, verder hebben ze het druk met al die mensen bij de ijscoman (ook degenen die er alleen maar langs komen zonder ijs te kopen), uitwisselen met hun reiswezens.
Dit doen ze al jaren en heb ik ook al vaker beschreven. Wat ik me nu afvroeg is of ze na al die jaren nog steeds het traject langs de weg volgen of de hoeken afsnijden en over het water van de plassen zweven, heel wat korter.
Nee, wij volgen de weg, want daar lopen onze….eh …eh…..ja hoe noem je dat, eigenlijk een soort slierten, die achterblijven van elke keer dat we er langs komen, en jullie slierten lopen er ook; en langs die zeg maar slierten verplaatsen wij ons bijna vanzelf. Maar daar lopen dan toch ook de slierten van al die mensen die daar langs komen? Is dat niet verwarrend? Nee, wij volgen gewoon onze eigen slierten, die andere daar letten we niet op, en bovendien, er zijn er zoveel van ons, die zijn wel duidelijk dan. Bij het strand is het anders, in die winkelstraat naar huis toe daar lopen ook wel veel slierten van ons, maar daar lopen van al die mensen daar zo ontzettend veel andere doorheen dat de onze niet meer goed te volgen zijn, daar kunnen we ons spoor wel eens kwijt raken, daarom krijgen we daar ook altijd hulp, maar hier is dat niet nodig. En in die winkelstraat lopen ook altijd veel mensen met hun reiswezen, en dan willen we uitwisselen en raken daardoor ook ons spoor bijster. En over je vraag, over het water, nee, dat doen we nooit want boven het water blijven onze slierten niet duidelijk, komt door het water, denken we. Bij het strand is dat nog meer, want op het strand verdwijnen onze slierten direct als er water komt (ze bedoelen: hoog water). Het lijkt wel of water die slierten opeet. Interessant, dit wisten wij niet zo precies, vandaar mijn vraag. Is goed, we gaan weer, dag!
Later deze maand, in Drenthe: ’s avonds na een voorstelling in het openluchttheater in Diever, en gaan slapen (al vaker gedaan) bij het vlakbij gelegen hunebed D52. Vanwege het achteruit inrijden bij onze slaapplek kwamen wij met onze reiswezens te praten over hoe zij eigenlijk heen en weer bewegen, draaien zij zich dan om of kunnen ze zowel vooruit en achteruit zonder zich om te draaien? Ze hadden geen idee waar we het over hadden! Ik nog uiteggen hoe wij lopen met onze ogen en neus naar voren, duidelijk toch? De reiswezens vertelden toen nog dat ons lichaamswezen zich er ook al mee had bemoeid door aan hen uit te leggen dat onze knieeën eigenlijk niet goed achteruit kunnen buigen en onze voeten ook niet bepaald geschikt zijn om achteruit te lopen, maar het mocht hun niet helpen enig besef over hun eigen voortbeweging te verkrijgen.
De volgende ochtend kwam Oidilia met heldere uitleg: reiswezens hebben hierover geen bewustzijn; zij worden gevoed door de krachten van de aarde en de kosmos en door de mensen bij wie ze horen. Zij bewegen zich voort langs etherische slierten die overal zijn dan wel uitgestraald worden, b.v. door een wandelaar die voorbij loopt, dan worden zij vanzelf door die wandelaar aangetrokken en laten ze zich voort bewegen en als ze klaar zijn worden ze als het ware vanzelf weer door en naar ons terug getrokken. Het wordt lastig als er meer mensen bijeen zijn, dan worden ze van alle kanten aangetrokken, maar degene met de meeste aantrekkingskracht (voor de reiswezens het interessantste licht = meeste buitenlandse ervaring) trekt hun dan als eerste aan.
Odilia gaf nog een duidelijk voorbeeld aan: enige jaren geleden toen we met z’n vieren in Ierland waren en een krachtplek zochten, toen liep Margrete nog met krukken, vanaf het moment dat Margrete voelde dat er aan haar getrokken werd liep ze sneller over het hobbelige veld dan de anderen, we konden haar echt niet bijhouden, ze werd a.h.w. niet alleen getrokken maar ook gedragen!
Met andere woorden, als wij als mensen ons meer zouden openen voor de krachten om ons heen zouden wij ons heel wat inspanning kunnen besparen!
