De volgende ochtend, onze reiswezens: Zijn jullie wakker? Ja. We zijn bij het autowezen geweest, hebben contact met ‘m gehad. Dat is mooi, ging dat goed? Mmm, zijn licht is nog niet helemaal goed, net als bij jou, (mijn longembolie kennelijk) maar we hebben ‘m wel alles verteld. We denken dat ie niet alles heeft begrepen, maar hij reageerde wel!
Wij gaan straks wel even naar ‘m toe, kijken hoe ’t met ‘m is, maar vandaag hebben we geen plannen om te gaan rijden, dus hij kan nog gerust een dagje extra bijkomen. Ja dat is goed, dan hebben we nog een vraag: mogen we naar de kindertjes aan de overkant? Ga je gang. (wij weer rust).
Later op die dag blijkt het autowezen wel aanspreekbaar, maar slechts vaag, hij voelt (zoals Margrete ‘m beleeft) behoorlijk suf. Maar hij herkent ons wel, en is zich bewust dat ie weer “thuis” is, en nog een dagje rust stelt hij op prijs. Ik vertel ‘m dat ik de dag erna een kort ritje wil maken, in de stad, en dat lijkt ‘m wel fijn, en pas de dag erna naar Reeuwijk, wel de snelweg op, maar een bekend en redelijk kort traject. Kijkt hij naar uit.
Odilia geeft nog een toelichting dat de verdoving die het autowezen voor deze reis had gekregen een heel andere is dan voor een vaartocht (dus ook m.b.v. andere natuurwezens tot stand gebracht). Uiteindelijk had ie een aantal dagen onbeheerd op de parkeerplaats gestaan, vervoer naar Nederland, weekend gestald in een garage, en dan naar huis gebracht. Voor een vaartocht van enkele uren wordt ie in een tijdelijke bubbel geplaatst waaruit hij na afloop volledig wakker te voorschijn komt, dus meer een afscherming dan verdoving.
In deze dagen speelt ook dat Margrete zich heeft laten opereren aan haar trigger vingers, een aandoening waardoor ze drie vingers nauwelijks kan gebruiken, en zeker niet met kracht, en soms zelfs niet meer kan strekken. De operatie geschiedt poliklinisch. De dagen erna liep ze dus met haar hand in verband, en had er veel pijn aan. Uit voorzorg besluiten we dat het voor haar hand veiliger voelt dat ik een paar nachten beneden op de bank ga slapen. Na de derde nacht komen de reiswezens weer met hun “Mogen wij wat vragen?” Ik verwacht dat ze naar de overkant willen, maar nee: Wanneer gaan jullie weer bij elkaar slapen, dan is jullie licht veel mooier. En dit is voor ons heel lastig, moeten we steeds heen en weer. Als de mijne bij mij blijft en de hare bij haar hoeven jullie niet steeds heen en weer. Dat willen we niet. Hoezo niet, dat is toch veel rustiger! Wij willen bij elkaar zijn! Nou, is dat zo erg, een paar nachtjes gescheiden? (lachend:) Wij zijn toch getrouwd! Gevolgd door: Dit hebben we niet van onszelf! Van wie dan? Zeggen we niet, weten jullie wel! (Ootje!)

