Het was natuurlijk geen toeval, dat het op deze avond in tweede adventsweek in
de Rafaëlkerk van de Christengemeenschap Zeist ging over de natuurwezens
die in het etherische werken! De programmacommissie, die mensen uitnodigt
over specifieke onderwerpen te spreken, had hiertoe uitgenodigd. Zo vulde zich
de zaal met vele zichtbare en onzichtbare aanwezigen.
Ferry gaf een korte inleiding over systemische opstellen en natuurwezens, hun
zo vaak niet onderkende aanwezigheid en hun verlangen naar contact. Hij liet
vóelen hoe je om dat contact tot stand te brengen, je eigen waarnemings-
vermogen heel simpel kan oefenen.
* Dat begon dan ook inderdaad heel simpel met een oefening waaraan iedereen
kon deelnemen. Allemaal opstaan en in tweetallen gaan staan, afwisselend links
en rechts van elkaar. Leuk geharrewar van wie met wie, buurlui en schuivende
stoelen, maar dan invoelen en ja, echt: je voelt verschil! Een volgende opstelling
was weer twee aan twee afwisselend de een als /in de rol van kind en de ander
als /in de rol van ouder – eerst een kind van 4 jaar en later 40 jaar. Invoelen
maar, iedere positie geeft weer andere gewaarwordingen, zoals uit de
uitwisseling hiervan bleek.
* Vervolgens wilde Ferry de weer gezeten aanwezigen laten zien hoe zoiets ging
met planten en hun wezen, en wel twee BD-verzorgde planten en twee andere
gewone, met kunstmest en insecticiden verzorgde planten. Acht vrijwilligers
mochten invoelen op welke plaats ze -twee aan twee- ten opzichte van elkaar
wilden gaan staan, dan invoelen en vertellen wat ze waarnemen.
* Wat je kon zien was, dat de BD-planten en hun wezen zich vertrouwelijk met en
toch betrokken vrijlatend van elkaar voelden, wat ook bleek uit wat ze vertelden:
‘Het gevoel van mijn plant is veel groter’ en ‘Ik zou wel dicht tegen haar aan
willen staan, in haar ruggegraat kruipen’ – eenheid en verbondenheid.
De gewone planten en hun wezen draaiden wat ongemakkelijk om elkaar heen,
je kon duidelijk zien dat ze wel wilden, maar elkaar niet goed bereikten. Wat zij
vertelden: ‘Ik kan mijn wezen niet ontplooien, er is afstand.’ En ‘Ik kon geen
warmte geven’, waarop de plant: ‘je maakte me niet gelukkig’ – onvermogen
elkaar letterlijk wezen-lijk te bereiken.
* Ook t.a.v. het kerkgebouw, verschillende ruimten, en de tuin werden er vragen
gesteld aan hun respectievelijke wezens. Al waren de antwoorden niet altijd
rechtstreeks begrijpelijk, de tuin bloeide de zomer daarop als bijna nooit te voren.
* Erg jammer was, dat de organisatie op dit punt uit tijdnood de bijeenkomst
moest beëindigen, terwijl het de bedoeling was geweest nu iets (meer) te zeggen
over Christus als Heer der Elementen… Er werd dus heel druk nagepraat, zelfs
met het tuinwezen …
* Hoe dan ook werd overduidelijk, dat we er meer attent zouden kunnen, om niet
te zeggen moeten zijn op de wezens die ons omgeven en zo graag samen
werken. Staat er niet: vraagt en u zal gegeven worden?
Dorothea Sol-Thoolen
