In onze website ben ik vandaag de aantekeningen van eind 2018 aan het uitwerken, en lees daar over een ondeugd-wezen bij Margrete thuis. Ik was ‘m helemaal vergeten, kon ‘m me ook maar vaag herinneren, volgens mij hebben we ook alleen die ene keer contact gehad.
Nu avond, in bed, we liggen even wat na te praten, bedenk ineens: zou hij hier misschien zijn, met Margrete mee verhuisd? Geen idee natuurlijk, maar wel leuk om te proberen, dus ik praat maar in de lucht in onze slaapkamer: Hé ondeugd, ik heb je ooit gesproken bij Margrete, ben heel nieuwsgierig of je nu misschien ook hier bent. Margrete maakt een schok met haar arm. Dat moet iets betekenen, dus ik ga door: Ben jij mee verhuisd met Margrete? Ja. Ben je aan haar gebonden? Nee, aan niemand. Maar je bent wel met haar meegegaan…..Ja, die nieuwe bewoners daar leken me niks. Hoezo, is toch weer’s wat anders? Saai! En nu heb je mij er ook nog bij. Jullie hebben allebei leuke reiswezens. Nou leuk, maar eh, jij houdt van plagen, plaag je mij dan wel ‘s? Via haar. Ja, ze is wel wat mondiger geworden door mij toch? Plaagt ze je terug. Klopt. En eh, ondeugd, is dat een passende naam voor je? Ik wil geen naam. Maar voor ons wel handiger. Ik wil ’t niet. Maar nu riep ik je aan met ondeugd en je was er, dus je luistert wel naar die naam. Ik voelde je intentie, en vond dat wel leuk. Naar een naam luister ik niet. Nou, we gaan er nog ’s over denken. Maar leuk te weten dat je er nog bent. Dag.
Margrete en ik gingen nog even door over ‘m, zijn naam en zijn streken. Deugniet, Ootje, zei Margrete, eh? snap ’t niet. In het ootje nemen, en klinkt niet onvriendelijk. Zou hij er nog zijn, even vragen, hij was er nog. Zij stelt voor Ootje. Vind ’t niks. Het verbaast me dat je er nog bent, ben je altijd bij ons in de buurt, of altijd in de slaapkamer. Ook wel beneden? In jullie woonkamer. Niet bij de benedenburen? Nee. Nou, als je niet meer door ons lastig gevallen wil worden, kun je maar beter naar beneden gaan. Ik zie wel. Dag.
Hij bleef maar ons gespreksonderwerp, en ik stond op het punt om ‘m nog maar ’s aan te roepen, voor de plagerij, toen ineens onze reiswezens er tussendoor kwamen: Nee, nu moeten jullie stoppen, dat is niet goed voor zijn licht. Hé, jullie had ik niet verwacht, zijn jullie zulke goede maatjes met ‘m? Ja, hij is een goede vriend van ons. Doen jullie wel dingen samen. Ja! Zeker als jullie een grapje uithalen? Ja! Daar houden we wel van. Ja, en van plagen ook! Ja, vooral als zij jou gaat bijten en jij dan zo raar reageert. Ik? Ja, jij. Nou zeg!
Vanaf de tijd dat Margrete bij mij is komen wonen vraagt ze mij geregeld: Hou je nog van mij? Niet dat ze daaraan serieus twijfelt of omdat ze van zichzelf zo sterk bevestiging nodig heeft, ik heb ’t altijd als iets speels ervaren en daar dan ook zodanig op gereageerd, b.v. Daar moet ik een nachtje over slapen, of Jeetje, ik ben nu net met iets anders bezig, of: Wat denk je zelf? Ik heb onlangs zelfs een tegenvraag verzonnen: Heb je ’t nog steeds naar je zin? Nu we ontdekt hebben dat Ootje een rol speelt in ons leven, heeft Margrete bij zichzelf bespeurd dat ze zelf eigenlijk vindt dat ze die vraag wel erg vaak stelt, hij is er al uit voor ze ’t beseft, soms dus niet echt vanuit zichzelf gemeend. Nu is ze er achter: ze wordt daarin gestuurd door Ootje! Die laat haar dit vragen! En misschien gebeurt bij mij hetzelfde met mijn vraag, ik heb dat niet helder. Voor een ander lijkt dit misschien een vreemd verhaal, maar als je weet hoe open Margrete is voor invloeden vanuit haar omgeving, met name van natuurwezens, zoals ook de reiswezens geregeld bij haar binnenvallen, en vroeger Frits en de Bemiddelaar ook, dan wordt dit wellicht iets begrijpelijker.
Toen we gisteravond gingen slapen vroeg ik haar: Wie eerst, de reiswezens of Ootje? Direct reageerden de reiswezens fel: Wij eerst, want Ootje heeft het niet meer naar zijn zin, hij is zijn vrijheid kwijt en overweegt te vertrekken en dat willen we niet. Daar schrokken wij van; ik had ‘m een paar keer geplaagd maar was niet van plan ermee door te gaan, en bovendien heeft hij zijn plekje bij ons wel verdiend, zo trouw als hij Margrete is gevolgd bij haar verhuizing. En een beetje ondeugende speelsheid is ook niet verkeerd, van ons mag hij daar gerust mee doorgaan, hoewel we niet weten of zijn vraag via Margrete, nu die bewust is geworden, zal blijven werken. Dus we hopen dat ie blijft, hij hoort erbij! En ook voor de reiswezens, die hebben aan hem een leuke speelkameraad.

