In de tuin van mijn moeder – zo noem ik ‘m maar, het huis, met tuin, heb ik verhuurd aan studenten, (mijn moeder is vijf jaar geleden overleden), maar ik doe er het tuinonderhoud – had ik vorige maand al een deel van de taxus gesnoeid, en nu heb ik een uit de kluiten gewassen hulst aangepakt, voordat ie zo hoog wordt dat ik dat niet meer veilig zelf kan doen. De reiswezens zeggen dat ik zijn armen er heb afgezaagd, met de vraag of – als ik mijn armen zou kwijt raken die weer kunnen aangroeien. Ik heb ze uitgelegd dat dat toch iets wezenlijks anders is. Maar er speelt meer: vorige maand hadden ze mij er al attent opgemaakt dat ik de taxusboom eerst moest waarschuwen, en toen hebben ze gevraagd of zij dat mochten doen. Dat was niet alleen goed, had ik hun gezegd, maar heel fijn zelfs, want ik zou het misschien wel vergeten. Maar nu verwijten ze mij – terecht – dat ik ’t ook bij de hulst heb vergeten. Ja, kwalijk! Maar zij zagen dit aankomen en hebben het toen weer voor mij gedaan, met daarbij de opmerking: maar eigenlijk is dat niet onze taak, wij zijn reiswezens! Ik: daar hebben jullie gedeeltelijk gelijk in, maar jullie zijn reiswezens-plus (en daar zijn ze heel erg blij mee en trots op) en bij reiswezens-plus is zoiets wel passend! Beetje gemeen van mij natuurlijk, een smoes om me er zelf van vrij te pleiten maar ze konden zich er wel in vinden. Maar ze waren nog niet klaar met me: Maar nou heb je met die buurman afgesproken dat hij ook aan die boom gaat snoeien, maar je hebt die buurman niet verteld dat ie eerst de boom moet waarschuwen!! Straks gaat ie er takken af zagen zonder dat die boom gewaarschuwd is, dat zal die boom niet fijn vinden!
We gingen toch nog naar die tuin, snoeihout weg ruimen, dan kunnen we gelijk die boom vertellen dat de buurman ‘m nog verder gaat snoeien. Willen wij ‘m ook wel vertellen hoor, dan weten we zeker dat het gebeurt. (hier hoor ik een zeer terecht verwijt!!). Dat zou fijn zijn, doe maar, heel goed.
Ik ben hardleers! Op het display in mijn auto brandt een rood lampje: Stop! Motorstoring. Niet dat ik er iets van merk, maar ik ga toch maar bij de garage langs voor controle. Maar ik had het autowezen natuurlijk even moeten waarschuwen, net als met die bomen, maar alweer vergeten. En alweer verwijtende reiswezens. En ze hebben gelijk. Maar (klinkt alweer naar een smoes) ik ben dan meer met het probleem en de oplossing bezig dan met aan het autowezen te denken. Dit keer konden de reiswezens het niet voor me doen, want ze wisten niet echt wat er aan de hand was. Ik troost me met de gedachte dat het autowezen heel tevreden was dat ik het euvel snel heb laten verhelpen!
Vorig jaar is mijn buurman Hans overleden na een ziekte, zijn vrouw was al enkele jaren eerder gegaan, en zij liet als pianiste een prachtige vleugel achter die we dus jaren niet meer gehoord hebben. Eén van hun zoons Christiaan is nu in het huis gaan wonen en nu horen we, heel zachtjes, geregeld weer pianoklanken. Nu met wat mooier weer staan de deuren weer wat vaker open en is de pianomuziek duidelijk maar zeker niet hinderlijk te horen. De reiswezens kwamen er ook melding van maken, met name dat de piano heel blij was dat ie weer gebruikt werd, was heel lang niet meer gebeurd, heel zielig! en dat er onlangs ook een ander instrument bij had geklonken, een met snaren (cello??). Ze vertelden dat ze beiden wel vertrouwd waren met piano want ik had er vroeger een in de kamer staan en Margrete ook. Ik legde ze uit dat deze piano een vleugel wordt genoemd, hadden ze het verschil gezien? (een wat slinkse manier van mij omdat ik weten wilde of ze daar in huis waren gegaan). Ze waren er heel open over: Er is daar een heel vriendelijke huisgeest en die had ons uitgenodigd, die was ook blij dat er weer muzen waren; en hij kent ons goed want vroeger kwamen we daar vaak met Dicky mee als hij daar die zieke meneer ging helpen en toen Dicky niet meer kwam (na Hans z’n overlijden) vroeg hij aan ons waar Dicky was gebleven en dat hebben we ‘m toen verteld. Dus daarom zijn we even binnen geweest; fijn hoor om die piano zo blij te zien. Dat geloof ik graag, en leuk dat jullie die huisgeest uitleg konden geven. Geen enkele reden voor een reprimande, integendeel, juist een compliment waardig.
Gisteravond kwamen bewoners van verderop in ons straatje grofvuil buiten zetten aan het begin van de straat, dichtbij ons huis. (want vuilniswagens kunnen hier niet door de straat) Helemaal niets mis mee, we zijn nog even wezen kijken of er iets van onze gading tussen stond; dat was niet zo en we hebben nog even een praatje met de mensen gemaakt. De volgende ochtend heel vroeg waren Margrete en ik beiden even wakker en de reiswezens kwamen direct met een voor hun dringende vraag: Mogen wij even naar buiten in de straat, er liggen daar een heleboel dingen die niet snappen wat de bedoeling is, en nu zijn er ook nog waterwezens (regen) en die kennen ze ook niet, ze zijn heel erg ongelukkig. Het straatwezen heeft er naar gekeken, en is er niet blij mee want het hoort daar niet, daar hoort alleen een auto, en het ligt ook nog op de stoep, dat wil hij eigenlijk ook niet, maar hij maakt geen contact, hij vertelt ze niets en niemand anders die dat wel doet, dus willen wij het maar doen. Er zijn toch wel meer wezens in de straat? Ja, plantwezens, en water- en luchtwezens, en nog veel meer die wij niet kennen, maar die zijn daar niet mee bezig en wij zijn reiswezens-plus dus wij kunnen dat wel. Zo is dat, jullie doen goed werk, ga maar gauw! Ja mogen we? Ja, dag! En weg zijn ze

