Velin-grad     

We nemen ons voor om in het vervolg niet meer onze bestemming in te toetsen, maar de dichtstbijzijnde grote stad, zodat we ervan verzekerd zijn over doorgaande wegen te rijden, in dit geval naar Velingrad, zuid van route Sofia Plovdiv.

Dan door naar Pobit Kamak vlakbij Varna (41.828126 / 23.884068), waar een menhir te vinden moet zijn. We rijden een uur lang door bosgebied, zonder onderweg dorpjes tegen te komen, dit dorp ligt wel heel afgelegen! Het heeft ook een heel eigen karakter, de vrouwen gaan nogal eender gekleed, lange rok over een nog langere broek heen en een hoofddoekje. Er is een grote brink in het midden met daaromheen de huizen en natuurlijk de moskee. Maar een menhir? De coördinaten wijzen naar een gebiedje achter wat woonhuizen, maar dan moeten we door de privé-tuinen heen! Ergens loopt een pad, vanwaar ik enigszins achter de huizen kan zien, maar geen menhir te bekennen. Odilia geeft aan: Alles lijkt hier wel afgedekt! Ik zie geen lichtwezens, en de deva-van-het-dorp ook niet.

Het is al aan het schemeren, we rijden de auto wat weg van de huizen, vlak langs een stroompje bij weilanden. Een flink eind van ons vandaan in een van de weiland is een duidelijk donker silhouet. Een boomstronk? Of een steen, misschien zelfs een menhir? We gaan via een loopplank het stroompje over, maken een hek open en klimmen over het volgende, nog een eindje lopen en goed uitkijken voor koeienvlaaien en oneffenheden, en ja, daar staat een pracht van een menhir! En ongetwijfeld met een heel krachtig en helder lichtwezen, dat konden we zo voelen. Terwijl Margrete bezig was contact te leggen met Odilia voor overleg, werd duidelijk dat het lichtwezen er ook doorheen kwam. Odilia kon nog net aangeven: Ik trek me terug! En daar kwam kwam de boodschap: Jullie zijn geen normale mensen, ik kan met jullie praten! Ik: en jij bent geen normale steen, wij kunnen met jou praten! En daarnet voelde ik het Grote Lichtwezen van vroeger, wat verwarrend! Wel bijzonder dat ik met jullie kan praten, dat doet verder niemand hier. Wij vertelden hem het doel van ons bezoek, en hij was zeer gretig om het Grote Lichtwezen te spreken. Dus verloren wij verder geen tijd aan meer contact, het werd al snel donker, en we wilden graag kunnen zien waar we liepen.


Later vertelde Odilia dat het geloof van de mensen hier weinig ruimte biedt om iets toe te laten van een andere religie, en dat zelfs de deva-van-het-dorp daarin meeging, anders zou ze het vertrouwen met de mensen hier verspelen, en dit was een zeer hechte gemeenschap. Ze was wel heel blij met zo’n helder en krachtig lichtwezen erbij!

De volgende ochtend, de laatste dag van september, met dreigende regenwolken, vroegen we aan onze reiswezens of ze een goede nacht hadden gehad. Ja! Een heel gezellig en leuk lichtwezen is het, hij liet ons maar ratelen, vond ons eigenlijk wel leuk, en we hebben hier mensen gevonden zonder reiswezen! En ook drie die maar één keer buiten het dorp zijn geweest omdat ze naar de dokter in de stad moesten. En hebben die op zo’n moment dan wel een reiswezen? Ja, dan wel. Maar verder is het hier heel saai, de mensen doen veel gemeenschappelijk, en ze zijn ook lief, en er zijn hier geen beren. (grapje?)

We reden uren door de regen naar Izvoro, voor een grafheuvel. De coördinaten (41.9440 / 26.101292) lieten ons stoppen bij een stuk grasland. Niets te zien! En erachter en ernaast alleen maar bos. Odilia geraadpleegd: Er zijn hier veel waterwezens, lastig zoeken voor jullie, ik zal kijken wat ik kan doen; houd je raam maar open, liever wat meer dan nu. De reiswezens kondigden iets aan, een contactwezen van het lichtwezen? Ja.

Contactwezen: Ze hebben me al wat verteld, maar ik begrijp ze niet zo goed. Wel dat ik met jullie kan praten, raar hoor! Ik vertelde over onze bedoeling. Hoe weet ik dat jullie verhaal klopt? Was dat het Grote Lichtwezen daarnet? Zeker. Mmm, voelt anders. Ik: Jij ook na duizendenen jaren! Dat is zo. Waarom ben je zo argwanend? Ik wil niet dat jullie weten waar het lichtwezen is, er is al genoeg beschadigd aan de heuvel, voor zover er nog iets van over is. Het enige wat wij eventueel zouden willen, is een foto maken, niets meenemen. Maar het wezenlijke is dat jouw lichtwezen in contact kan komen met het Grote Lichtwezen. Waarom zou ze, dan wordt haar rust verstoord. Zonde toch, een lichtwezen zonder taak! Dan moet ze wel met een goed verhaal komen! Jouw lichtwezen kan daar zelf over beslissen, er is geen dwang.

En die rare wezens, horen die ook bij jullie? Jullie kunnen mij toch niet zien, klopt dat? Wij kunnen jou niet zien (maar de reiswezens en Odilia kunnen dat wel, dat zeiden we er echter niet bij). Moet ik nog langer hier blijven? Nee hoor, als jij ons verhaal doorgeeft aan je lichtwezen zijn wij klaar en laten je gaan. Graag! Dank voor je bereidheid!

Even later twee reiswezens met heel veel lol: Wij hebben het lichtwezen gevonden, en Odilia ook! Ja, we hadden niet anders verwacht! We hadden ‘m tuk. Ja, leuk hè, hij had ’t niet door, dat vonden we hartstikke gaaf!

Ja, misschien niet zo aardig, maar ’t is voor het goede doel, en we zullen z’n heuvel echt niet beschadigen, daar hoeft ie niet bang voor te zijn. Ha, die kunnen jullie echt niet vinden, die ligt midden in de bossen.

Later kwam Odilia ook melden dat ze blij was met het contact met het lichtwezen, maar wel spijtig voor het contactwezen, alweer belazerd door mensen, niet prettig voor ‘m, maar het is niet anders…