Auto-wezen


De auto (let wel: niet de motor) is een dag onder handen genomen door Wim. Wim weet dat wij leven met natuurwezens en ik heb ‘m duidelijk geïnstrueerd dat als hij aan een bepaalde klus begint, hij dat hardop tegen het autowezen moet zeggen; niet dat hij de reactie hoort, het is dus eenrichtingsverkeer, hij moet er maar op vertrouwen, en bij de vorige auto heeft hij dat genoeg uitgeprobeerd met zijn grapjes. Ik vraag het autowezen of hij dat inderdaad heeft gedaan: Jawel, maar niet bij alles, en hij heeft heel veel gemopperd op het tussenschot dat maar niet los wilde, hij was echt heel boos. Dat moet je niet persoonlijk oppakken, hij was boos omdat het niet lukte, niet boos op jou of het tussenschot. En de reiswezen plagen, mopperen over de rommel. Nou dat ìs toch zo,  er ligt nog allerlei materiaal in de auto dat nog gebruikt gaat worden, dat ligt daar voorlopig opgeslagen. Toch plagen ze me ermee. Niets van aantrekken, of gewoon terug plagen. Hoe, zij hebben nooit rommel! Juist; daag ze maar uit ’s rommel te maken en ’t dan op te ruimen. Dat gaat ze niet lukken! Ja, dat is een goed idee, maar nu luisteren ze mee! Maakt niet uit, daag ze uit! En ik denk dat het al niet meer nodig is, let maar op! Ik weet niet wanneer Wim weer komt. Wanneer het ‘m uitkomt, in elk geval deze week, en niet vandaag of morgen want dan heb ik de auto nodig. En wanneer gaan we echt op reis? In het najaar. Wanneer is dat?  Als het zover is laat ik het je weten. Ja graag.

 

Margrete was deze week thuis, dus geen gesprekken met natuurwezens. Op de 31e haal ik haar van het station, en beginnen direct de gesprekken: De reiswezens eerst, merken op dat er veel in de auto veranderd is. Het autowezen: Er is veel verwijderd. Maar als jullie er tevreden mee zijn leg ik me er bij neer. Wat wel vervelend is dat het lekt in de auto, dan wordt het heel nat in de auto. Daar zullen we naar kijken, want dat moet niet. En ik snap de grapjes van Wim niet altijd. Gewoon niet naar luisteren. Hij kletst  maar wat raak. En al dat hout, is dat het bed? Daar komen nog matrassen en beddengoed op.

Thuis aangekomen komt Briek al snel langs: Ze is er weer, hoe lang blijft ze? Het weekend. Gezellig (want als Margrete er is kan hij langs komen voor een praatje).