Via Mildred van de Antroposofische Vereniging in Arnhem zijn Margrete en ik uitgenodigd om in mei volgend jaar een excursie over natuurwezens te leiden in Park Sonsbeek. Op zondagochtend 7 juli gingen wij gedrieën naar het huis van boswachter Jeroen in het park, want hij zou ons rondleiden langs de bezienswaardigheden en e.e.a. erover vertellen. Zoals een boswachter eigen is vertelde hij veel over de natuur, waar wij op zich niets mee doen, maar wel boeiend om kennis van te nemen. Bij een grote omgezaagde beuk vertelde hij hoe hij met betrokkenen uitvoerig had overlegd of ze deze beuk zouden omzagen of aan de natuur overgeven. Interessant punt om op te stellen. Het wezen van de beuk was nog springlevend,en vertelde dat hij er geen enkele moeite mee had omgezaagd te zijn, Anders had ikzelf besloten om om te vallen, het was mijn tijd, en ik lig hier mooi, en ik zit vol nieuw leven, dat doet me goed. Een pak van z’n hart voor Jeroen. Hij had nog een heikel onderwerp: het bos vernieuwen, dus ingrijpen, of niet? We nodigden de bosgeest van Sonsbeek uit: Ik ben heel tevreden hoe het bos nu is, en hoe ik onderhouden wordt ook; gelukkig wordt er weinig ingegrepen, want die vernieuwing kunnen wij zelf wel beïnvloeden. We vroegen ‘m ook of hij last had van de herrie van de braderie aan de rand van het bos. Sommige wezens hebben daar wel wat last van, maar het duurt niet zo lang, en er zijn er ook die wat afstand nemen om er minder last van te hebben; ikzelf heb er geen moeite mee. En we vroegen ‘m over de grenzen van zijn gebied, en vielen die samen met die van de deva? Grotendeels wel, maar verderop buiten het bos was nog een stuk dat onder het beheer van de deva viel, en niet van hem. Hierover later meer! (op weg naar huis). In de gerestaureerde antieke ijskelder troffen we een tevreden ijskelder-wezen, maar hij had geen speciale band met de speciaal voor deze klus aangetrokken bejaarde metselaar die nog de speciale techniek verstond die een ijskelder behoeft: Ik houd me niet zo bezig met mensen, maar ben wel heel tevreden over mijn huidige conditie! De nagenoeg levenloze albino kikker die daar met verlichting kunstmatig in leven wordt gehouden had nauwelijks enig bewustzijn, wat voor Margrete als representant ook bepaald niet prettig aanvoelde.
Bij het Koude Water, het meertje bij de ijskelder, kwam het wezen, natuurlijk gestuurd door onze “jongens” nogal vrijpostig vragen wanneer het meertje schoon gemaakt zou worden, hij voelde zich danig vervuild, en vooral het kunstmatig aangelegde zandstrand, met zand dat van elders werd aangevoerd en daar helemaal niet op zijn plaats was, ergerde hem zeer; en hij deed wel zijn best om wat zand af te voeren, maar dat was heel hard werken, veel te zwaar!Bij een kunstwerk van een grote vierkante steen met daarop twee mooi gepolijste ronde stenen en gelegen in een cirkel van bomen, voelden zowel Margrete als ik verwarring, en verdriet. Alles bij elkaar genoeg om een boeiende excursie van te kunnen maken. De auto stond vlakbij de ingang geparkeerd, daar legden we als dank voor de natuurwezens ons lekkers: honing, chocola, ’n beetje rode wijn en een lege eierdop en pure tabak.
Op de terugweg voelden Margrete en ik ons beiden wat droevig, hadden we iets verkeerd gedaan of vergeten? Odilia kwam tussenbeide: Het is jammer dat jullie de deva niet aangesproken hebben, jullie hebben het wel over haar gehad en toen heeft zij verwacht door jullie aangesproken te worden. Jullie zouden er goed aan doen nog eens het park aan te doen voordat je de excursie gaat doen, en dan wel contact te maken met de deva. De bosgeest heeft ook gezegd dat ie het op prijs zou stellen kort vóór jullie excursie te vernemen wanneer dat zal zijn, dus dat zou een mooie gelegenheid zijn.Dat hebben we toegezegd, en daarmee was ons droevige gevoel opgelost.

