Frits en de 2 preken

De werking van Deva’s in de lucht ?????

Odilia vertelde echter nog meer: Namelijk, dat niet zij de begeleider van Frits was, maar een zekere Theodoor, dus verder moesten we maar met Theodoor overleggen.

Theodoor was voor mij niet helemaal onbekend. Zeker een jaar hiervoor had een goede vriendin van mij een medium aanbevolen: een jonge vrouw die een persoonlijke geestelijke begeleider had, die ook veel met natuurkrachten had, ongeveer net zoals ik/wij. Nieuwsgierig geworden ben ik toentertijd bij deze vrouw in Gouda op consult geweest. Ik werd er echter niet te woord gestaan door haar persoonlijke begeleider, maar door ene Theodoor.

En waarom was dit zo? Wel, omdat ik veel met klankheling werkte, wat zijn specialiteit was. Wat hij me toen allemaal verteld heeft ben ik min of meer vergeten, maar wel weet ik nog dat hij me sterk aanraadde om hiermee door te gaan, dat dit nog een belangrijke rol in mijn leven zou gaan spelen.

Nu dus een hernieuwde kennismaking met Theodoor. Wij ervaarden Theodoor als zeer streng, en dat was niet voor niets: Frits had tot dan toe alle medewerking geweigerd, dit was zijn allerlaatste kans.
Op zich begrijpelijk, maar er waren ook situaties die niet alleen voor Frits heel vervelend waren, maar die wij zelf ook als overdreven streng ervaarden. Zo wandelden wij in die periode eens langs de Rijn en natuurwezens zijn dol op waterwezens, zo ook Frits, maar hij mocht niet even met de waterwezens contact maken. Ons insziens zou dat geen enkel kwaad kunnen, waarom hem niet een kort pleziertje gegund in ruil voor goede medewerking. En stel dat dat goed zou gaan, hem dan een ruimer pleziertje gunnen, enzovoorts. Zoiets zou toch een goede stimulans zijn om wat te gaan meewerken. Maar nee hoor, Theodoor was onverbiddelijk, ze hadden Frits al genoeg mogelijkheden geboden. Ook in het overleg tussen ons en hemzelf was Theodoor uitermate kortaf; Margrete, die steeds representant stond voor Theodoor en dus zijn gestrengheid aan den lijve ondervond, voelde zich daarbij niet prettig.

Nu was het niet zo dat Frits van het begin af aan prettig met ons samenwerkte, allerminst. Hij was altijd maar in verzet en stond voor geen enkele vorm van overleg open. Nu is het zo dat, als wij mensen met een natuurwezen in gesprek gaan, dit natuurwezen het contact niet kan beëindigen, hij zit dus a.h.w. aan ons vast, zo lang als wij dat willen. Daar heb ik bij Frits tot tweemaal toe gebruik van gemaakt omdat ik het tijd vond worden hem mijn mening heel duidelijk uiteen te zetten.

De eerste keer had te maken met zijn smoes (zo noem ik het) dat hij bang was nogmaals een fout te begaan. In het begin had ik daar geen repliek op, maar toen ik van Odilia eenmaal begrepen had dat het niet om een fout was gegaan, maar om een nalatigheid, heb ik hem daar stevig op aangesproken: Zo’n nalatigheid ga jij heus niet nog een keer begaan, daar heb je veel te veel berouw voor; als het je onverschillig had gelaten, dan zou dat wel kunnen, maar zo is het gewoon niet, het heeft je diep geraakt. Ik kan niet geloven dat jij nog een keer iets belangrijks uit luiheid of onverschilligheid zou vezuimen, je hebt je les geleerd, ik heb alle vertrouwen in je, deze smoes gaat echt niet op. Ik zou jou, zoals ik je nu ken, alle verantwoordelijkheid durven toevertrouwen, en je weet dat Odilia en de anderen dat ook doen, dus volgens mij is het nu de tijd dat jij die verantwoordelijk op je gaat nemen. Hoe vind je dit? Ik zal erover nadenken. Dat is goed, maar laat ’t niet te lang duren, het is hoog tijd!

In de week die hierop volgde voelde ik van ‘m dat er nog iets anders bij ‘m speelde: schuldgevoel! Dus ik heb ‘m met flink tegenspartelen weer ernstig aangesproken, en ‘m gezegd dat ik ‘m niet eerder zou laten gaan voordat hij mij tot mijn tevredenheid had aangehoord.

In dit gesprek heb ik ‘m gezegd dat ik begreep dat hij zich heel erg schuldig voelde over de schade die hij veroorzaakt had. Maar, wat gebeurd is, is gebeurd, dat kun je niet ongedaan maken. Je kunt er je schuldig over blijven voelen, maar dat helpt jezelf niet, en de situatie ook niet. Ik begreep best dat hij het moeilijk vond om zich weer in zijn eigen omgeving te vertonen waar iedereen van zijn fout wist, maar het is niet anders. Werk aan je eigenwaarde, je bent al zo lang bezig, je hebt al zo veel goeds gedaan, dat weten ze ook van je. Ga voor jezelf staan, met hernieuwde inzet, laat aan de betrokkenen weten hoezeer het je spijt, en daarmee basta. Ga aan de slag met je taak en stop met schuldig slachtoffer zijn, laat zien hoe ondernemend je kunt zijn, want daar ligt je kracht, dat heb je hier al vaak genoeg laten zien, kom op, vertrouw op jezelf, je hebt er de kwaliteiten voor; en het is nog leuk ook om dat te doen, je zult je er heel wat lekkerder bij voelen dan met dat schuldgevoel.  En je omgeving heeft er ook nog ’s baat bij, wat zullen ze blij met je zijn, ga daar maar van uit!

Terwijl ik zo op hem insprak wilde hij enkele malen vertrekken, maar ik stond dat niet toe. Hij moest mijn hele preek aanhoren. En erger nog, ik daagde ‘m uit er direct mee te beginnen, dat wil zeggen, met ons samen te werken, bijvoorbeeld in de natuurhelingen die wij deden, maar ook bij andere gelegenheden. Hij wist dat als hij zijn leven beterde hij zijn oorspronkelijke taak kon terug verdienen, dus waarom niet nu aanpakken? ‘Of had ie er nog wat zinnigs tegenin te brengen?’ Nee, dat had ie niet. Nou, ‘slaap er maar een nachtje over’ zei ik spottend (natuurwezens slapen nooit, ze hebben geen lichaam dat vermoeid raakt).

Perikelen van Frits …