Gard

Natuurpark les Concluses, bij Lussan, aan het Einde van de Wereld dus, heel vrij vertaald. Eerst reden we een kwartier lang over een slingerweg door een bos, zonder zijwegen of huizen, totdat we aan het einde een parkeerplaats vonden, van waar verscheidene wandelroutes beginnen (staan duidelijk aangegeven). We kwamen er om 5 uur aan, en zagen de wandelroute aangegeven naar La Pierre Plantée (44.191 / 4.403), een menhir van 6 m hoog – een tocht van 3,5 km. Van de laatste parkeerders daar hoorden we dat het echt een zware wandeling was. Dus begonnen we de volgende ochtend om 7 uur, ook om de hete zon vóór te zijn. Nou, het was me toch een klauterpartij, voor Margrete eigenlijk een te zware opgave, maar we wilden beiden de grote menhir ontmoeten en met Odilia verbinden. Het werd anderhalf uur heen, en idem dito terug, maar het is ons gelukt! Odilia zei wel: Als ik geweten had dat het zo’n inspanning zou vergen, had ik Margrete zeker niet laten gaan, maar ja, jullie staan er nu. Ik: Als ik gedacht had dat ik Margrete tegen had kunnen houden, had ik dat zeker gedaan!

Odilia: Hij staat hier wel heel afgezonderd, maar wat een kracht! En hij luistert mee, ik moet plaats maken, zijn lichtwezen dringt zich op. Even verwarring voor Margrete, ineens het lichtwezen van deze menhir die door haar heen sprak, met ook met een heel ander gevoel dan dat van Odilia: Dit is vreemd, jullie praten met mensen! Nee, wij praten met een lichtwezen! Ja, ik ben helemaal in de war, jullie praten met mij, en ik hoorde zonet het Grote Lichtwezen van heel vroeger, kan dat? Ja, ze is terug! Hoe kan dat? Zoals wij nu met jou praten, zo praten wij ook met het Grote Lichtwezen, en wijzen haar de weg. Waarom doet ze dat niet zelf? Haar verbinding liep via de mensen die hier cultus hielden, maar toen de mensen niet meer kwamen, kon zij de weg niet meer vinden. Maar jullie vertrekken toch weer? Dan is het maar voor heel even! Ik legde uit dat de verbinding nu via de steentjes liep, en dus blijvend kon zijn. Ik wil niet onbeleefd zijn, maar ik ben eigenlijk heel ongeduldig om het Grote Lichtwezen te spreken. Dat snappen we. Maar ik wil nog wel zeggen dat ik jullie heel dankbaar ben. Echt, heel heel dankbaar, zo bijzonder, dank jullie wel! Even later reageerden de reiswezens: Hun licht vermengt zich nu, heel mooi! En voor ons is het niet ver, wij zoeven gewoon even over de berg heen, haha. Ja, voor jullie wel, maar voor ons niet! Wel een hele dag flinke kniepijn voor Margrete, maar geen spijt. Bovendien een fantastische beleving in magnifieke omgeving met hoge rotsen en diepe kloven, met in de diepte het riviertje – diverse roofvogels gezien.

Later die dag reden we naar La Pierre Bamboch 1 (43.9562 / 4.4457), een steen met een gerestaureerde top, pal aan de D112 – een vrij drukke weg van Collias naar Sanilhac, nabij Uzès. Volgens Odilia was er heel zwak licht aanwezig, ongetwijfeld vanwege het verkeerslawaai. Odilia: Geen contact maken, ik kom hier vannacht nog wel terug, en zal hem ondersteuning geven door ‘m in een soort ballon te plaatsen die het verkeerslawaai afhoudt, doe alleen maar de steentjes en de hartverbinding, en het lekkers.

La Pierre Bamboch 1

Op zo’n 25 m afstand zou Pierre Bamboch 2 in brokstukken in de struiken liggen; we hebben er niet naar gezocht.

Op internet hadden we een wat merkwaardig en vaag verhaal gelezen: in Collias zou iemand een menhir in zijn voortuin hebben gezet die anders door wegwerkzaamheden dreigde te verdwijnen. Dit zou in de Rue de la Pierre Leveé zijn, die daar echter niet bestaat, ontdekten we. Maar de coördinaten brachten ons wel naar een klein straatje, maar enkele bewoners bezworen ons dat daar niemand een menhir in zijn tuin had staan, zoals we trouwens zelf ook konden waarnemen. Maar het werd nog merkwaardiger!

La Pierre Bamboch 1

Onze reiswezens vertelden ons dat ze in dit dorp een los zwevend contactwezen van een menhir-lichtwezen hadden ontmoet; hij leidde een zwervend bestaan want de menhir was er niet meer, en het bijbehorende lichtwezen evenmin. Wij wisten hier geen raad mee, en schakelden Odilia in, die ook vreemd opkeek van dit verhaal. Contactwezens horen niet een zwervend bestaan te leiden; als ze geen taak meer hebben, worden natuurwezens (dus ook contactwezens) “teruggenomen”. In principe draagt de deva van het gebied hier zorg voor, dus Odilia ging met de deva van dit gebied contact maken. Later vertelde ze dat de deva hier niets van wist, maar dat ze haar eigen contactwezens nu wel had geïnstrueerd om op verdwaalde natuurwezens te letten en haar in te seinen, mochten deze ergens “rondhangen”. Daarbij speelde ook nog dat dit contactwezen eigenlijk zijn taak niet kwijt wilde, en nog altijd graag als contactwezen wilde blijven fungeren, wat Odilia de indruk gaf dat dit wel een heel krachtig contactwezen zou moeten zijn die ook bij een krachtig lichtwezen heeft behoord, wellicht Dolmen Bamboch 2. Gezamenlijk zochten ze nu een oplossing, of dit contactwezen wellicht bij Pierre Bamboch 1 een taak zou kunnen krijgen.

Natuurpark Les Concluses

Voor ons een totaal nieuwe ervaring!