21 – 22 juni

21 juni: Margrete wil haar website opheffen, omdat het met de nieuwe wetgeving verboden is te beweren dat je met zogenaamd alternatieve geneeswijzen, mensen kunt genezen; zoals voetreflexologie bijvoorbeeld kan helpen tegen hoofdpijn. Wel zonde, er staat veel goede informatie op, en goede uitleg over haar helingstechnieken, maar ze is bang een zware boete op te lopen. Van collega’s vernam ze dat het ministerie een soort heksenjacht voert en websites opspoort en boetes uitdeelt. We vragen aan Odlilia of zij iets kan toelichten vanuit haar visie. Zij geeft aan dat ze inderdaad donkere energie waarneemt omtrent dit aspect van Margrete’s website, en dat Margrete er beter aan doet geen risico’s te nemen; het zou haar inderdaad nog eens zuur kunnen komen te staan. En te meer, omdat jullie veel lichtwerk doen, dat roept donkere tegenkrachten aan. 

Voor de volgende voorvallen benadruk ik nog maar eens dat, als ik met een natuurwezen in gesprek ga, dit voor dat natuurwezen betekent, dat ie aan mij vastzit; hij kan niet eenzijdig uit het gesprek stappen, en is dus verplicht net zo lang door te gaan tot ik ‘m los laat. Als ik te lang doorga kan dat zijn licht wel beschadigen.

De natuurwezens weten dit, en dat is ook de reden waarom ze er zo huiverig voor zijn. In het verleden is hier natuurlijk misbruik van gemaakt, bij zwarte magie.
’s Avonds, in een gesprekje met Dicky en reiswezens. Met Dicky is alles goed, hij verheugt zich op morgen (Wolfheze). De reiswezens vragen of ze weer mee mogen doen. Ja, en daar zijn ze heel blij mee.

Tijdens dit gesprekje bekroop mij het gevoel dat er werd meegeluisterd. Ik, hardop: Zijn er hier die meeluisteren?

Ja. Die willen dan vast ook wel praten, toch? Nee, daar trappen we niet in! Wie zegt dat? Nee, we trappen er niet in, we hebben je door! Jij trapt er niet in zei je? Ja. En wie ben jij dan, wat is jouw taak? Jij praat toch! Ben ik er ingetrapt? Ja, we praten toch met elkaar! En de rest is aan het lachen? Ja. Ze lachen zich rot? Ja. Gemeen van ze? Nee. Hoor jij hier? Ja. Ben jij een woonkamerwezen? Een huiswezen? Nee. Wat dan? Een sfeerwezen. Zijn jullie met meer? Ja. En die hebben nu grote lol? Ja. Zijn jullie vriendjes met de reiswezens? Nee. Hebben jullie een hekel aan ze? Nee. Kennen jullie Dicky? Ja. Vind je dit gesprek leuk nu? Nee. Vind je het dom van jezelf? Ja. Hoeveel vagen mag ik nog stellen? Ik kan niet tellen. Wil je liever stoppen? Ja. Dank je wel, dag. Dag.

Ik was bezorgd dat ik te lang was doorgegaan en ‘m beschadigd zou hebben, maar Dicky zei dat ’t sfeerwezen er zelf wel om kon lachen en dat het dus goed met hem was.

De volgende ochtend nog in bed, kreeg ik het gevoel dat er weer meegeluisterd werd, er was duidelijk spanning voelbaar in de slaapkamer. Ik: Jullie zijn nu wel op je hoede zeker? Margrete reageert, kruipt onder de dekens. Hebben we contact? Ze schudt stilletjes van nee. Kun je praten? Schudt haar hoofd. Ben je een vriendje van die van gisteren? Knikt van ja. Dezelfde soort. Ja-knik. Maar dan van deze kamer? Ja-knik. Of van het hele huis? Schudt nee. Dus ook een sfeerwezen? Knikt. Geen slaapkamerwezen dus? Schudt nee. Luisteren de anderen nu mee? Knikt. Lachen ze om jou? Knikt. Lach je mee? Schudt heftig nee. Wil je stoppen? Knikt. Ik zal stoppen als je een keer hardop ja zegt. Jaaaah (héél zachtjes). Nu weet ik dat je kunt praten, dank je, dag! Slaakt een zucht van verlichting. 

Ik doe bij Odilia navraag of ik ‘m niet beschadigd heb door zo lang door te gaan. Nee hoor, hij is alleen erg geschrokken, heeft nog wat tijd nodig om ervan te bekomen.

22 juni, groepswandeling Wodanseiken Wolfheze

Margrete en ik hebben een groep van 10 mensen begeleid in een wandeling door het natuurgebied bij Wolfheze, waarbij we op diverse plaatsen contact hebben gemaakt met de natuurkrachten – met de waterwezens bij het beekje, de bosgeest in het bos, met de verschillende wezens bij de grote grafheuvel en met de wezens bij het restant van de 1000-jarige eik.