Sjama-nistisch weekend – bos-geest – vertrek Vrije Geest – Theo-door.

Sjamanistisch weekend in Valthe, Drenthe, met Ahamkara. We overnachten in de auto op onze vaste plek in het bos, het is berekoud. De Vrije Geest: Saai hier, vreemde wezens, er staat er eentje buiten te wachten! (de bosgeest): Hallo, jullie zijn er weer! Gaat ’t goed met je?   Ja, veel te doen. Voorjaar nadert? Vooral nu met de kou, de bomen vinden dat niet leuk, ze hebben het moeilijk, maar er is ook goed nieuws, er is een kalfje bij de herten! Is dat niet erg koud voor ‘m? Ze blijft heel dicht bij de moeder, en drinkt veel. Ga jij ook over de herten? Nee, ze komen in mijn bos maar hebben eigen wezens. En het bos wat verderop, is dat ook onder jouw beheer? Nee, daar is een eigen bosgeest. Hebben jullie wel ’s contact? Ik weet dat ie er is. En struiken? Hebben ook een eigen wezen, net als de bomen. En jij gaat over het hele bos, maar voornamelijk betreft de bomen, toch? Klopt. Zullen we het lekkers nu neerleggen of morgenochtend? Heeft geen haast, wel fijn hoor, in de ochtend is ook goed. Hoe lang blijven jullie? Vier dagen drie nachten, een dag langer dan vorig keer. Jullie waren toen een beetje raar, (mijn moeder overleed tijdens dat weekend) maar nu goed toch, te zien aan jullie licht. Ja hoor. Tot morgen.

Na een dag: Vrije Geest: Wat saai hier, dit is ’t niet voor mij, ook al zijn de wezens wel vriendelijk hoor. Jullie dromen vond ik leuk, daar ben ik nog in geweest. Odilia:  De Vrije Geest voelt zich hier heel ongelukkig, hij wil graag terug naar Hans; als jullie je heel goed concentreren op de winkel van Hans kan hij er op jullie gedachtenkracht zo naar toe. En zo geschiedde het ook, in enkele seconden wellicht. Odilia voegde er nog aan toe: Als jullie weer naar Hans gaan, vergeet niet ‘m te begroeten, en neem wat lekkers voor hem en zijn maten mee, waarschijnlijk heeft hij hun er over verteld, dus dan rekenen ze wel op wat lekkers. Ik: Blijft hij de rest van zijn leven dan daar in de winkel? Heel goed mogelijk. En wordt hij dan een soort winkelwezen waar Frits wel eens over verteld heeft? Zou kunnen. En heb je dan ook museum wezens? Jazeker.

Bij Ahamkara deden we die dag heerlijk geurende honing-massages. Odilia: Op die honing komen heel veel elementaren af, en uit dankbaarheid geven ze ook iets terug: heling! Daarom werkt het zo diep en intensief door; doe vanavond rustig aan!

Later die avond, in de auto in het bos, zegt Margrete dat ze steeds maar de naam van Theodoor hoort. (Theodoor is degene die verantwoordelijk was voor Frits). Ik stel voor voor Theodoor representant te gaan staan: Hallo, jullie wilden mij spreken? Wel, na Frits zijn we benieuwd hoe het verder met jou is. Met mij is het goed, en Frits heb ik in het volste vertrouwen los gelaten naar zijn eigen gebied en de deva daar. En met Odilia heb ik verder ook geen contact hoewel ik wel weet heb van haar; we zijn beiden nauw betrokken bij natuurwezens, maar onze taakgebieden zijn toch verschillend. Ik weet dat met name Margrete moeite had met mijn gestrengheid, maar wat zij niet beseft is dat wij al een heel traject met Frits hadden doorlopen, dit was voor hem absoluut zijn laatste kans en voor ons een experiment en als dit fout zou gaan zouden we Frits hebben moeten terugnemen, en dit wilde ik ten koste van alles voorkomen want we wisten ook van zijn kwaliteiten, en dus ook van zijn kracht, kracht die hij ook zou kunnen inzetten om te ontsnappen; vandaar dat ik dit experiment dus nauwgezet, heel streng dus, begeleid heb. Ik heb gaandeweg wel ingezien dat jullie aanpak goed werkte, maar bleef nog lang op mijn hoede of hij jullie niet misleidde, want die kans bestond ook. En dat Margrete met mijn strenge aanpak moeite had heeft ook met haar persoonlijke geschiedenis te maken, want zij associeert gestrengheid met straf, en voor haar persoonlijk zelfs misplaatste straf, maar dat aspect is van haar zelf vanuit haar eigen geschiedenis. Fijn dit alles met jullie te kunnen afronden en ik kijk er met dankbaarheid op terug.

 

De bosgeest: Nou zeg, ’t is wel wachten hoor, druk bij jullie! Zijn jullie klaar? Ja hoor, welkom. We hebben vanuit de auto herten zien voorbij komen. Voorzichtig hoor, ze zijn heel schrikachtig. We zaten stil in de auto, hadden wel onze lichten aan, maar ze  stoorden zich er niet aan. Hoe is dat voor jou eigenlijk dat we hier met de auto een klein stukje het bos in komen? Ach hoort natuurlijk niet, maar veel erger is het als er mensen komen die schade aanrichten, dat doen jullie niet, ook niet met de auto hier. Vergeten jullie morgen het lekkers niet? Nee  hoor, jullie kunnen beslist op ons rekenen. Mooie nacht!