Nabij Kassel

Calden, nabij Kassel, aan de Weserstrasse ligt Galerie 1, een verplaatst en gecompleteerd hunebed, natuurlijk zonder lichtwezen; en omdat de oorspronkelijke plaats ons niet bekend is, kunnen we het lichtwezen niet opsporen.
Het is ook niet waarschijnlijk dat het er nog zou zijn trouwens.

Volgens de plattegrond ter plaatse moet er nog een Galerie 2 zijn, maar niemand weet ervan, behalve een vrouw die ons verwijst naar het oude vliegveld. Daar aan de rand van het bos zou iets moeten liggen. Ook hier rondgevraagd weet niemand ervan, we zien langs een zijweggetje wel een soort van menhir staan, maar die blijkt bij invoelen beslist niet origineel te zijn. Misschien gewoon een rechtop gezette steen, of een menhir van elders?

In de omgeving van Kassel, vinden we de dorpen Wichtelstein en Hohlenstein, via Blumenstein rijden we naar de rots Wichtelkirche (51.359294 / 9.338222), waar we een heel klein weggetje volgen naar de parkeerplaats.

We gaan op een bankje onder aan de rots zitten voor overleg met Odilia, maar Margrete begint ineens te spreken: Dag, jullie willen contact met mij? Jawel. Van die twee drukke (onze reiswezens) en éen rustige (Dicky) begreep ik dat jullie contact willen met mij; die twee drukke begreep ik niet helemaal, maar die rustige wel. Ze hebben me nieuwsgierig gemaakt, en het is ook alweer heel lang geleden dat ik met mensen echt contact had, want jullie komen niet, zoals al die anderen, om een beetje óver mij te praten. Wie ben jij, een contactwezen? Nee, ik ben eigenlijk niet van hier, ik kom vanuit de kosmos. Snap ik, jij bent dus het lichtwezen dat hier zijn ankerpunt heeft. Ja, zo zou je ‘t kunnen zeggen; jullie gebruiken andere termen dan ik, maar ik heb je heel goed begrepen, daar is niets onduidelijk aan. Wij zijn trouwens Ferry en Margrete. We zijn hier samen gekomen met een ander lichtwezen met wie wij vaak spreken net zoals nu met jou. Ik voelde al zoiets, dus toch! Sterker zelfs, wij zijn hier samen met het Grote Lichtwezen van vroeger. Nee hè, ik meende al iets van haar energie te herkennen, maar het is wel een beetje anders dan toen; maar ja, hier is ‘t ook anders dan toen. Ja, en het is ook wel heel lang geleden! Je moet even niets zeggen, ik moet eerst bijkomen. Niet dat ze niet welkom is, maar ‘t is me nogal wat, en zo onverwachts. Ik moet eerst op adem komen (in jullie woorden); dit komt zo binnen, is zo overweldigend. Neem je tijd, ik snap dat heel goed. Deze reactie maken we vaak mee; er zijn er zelfs die in eerste instantie “nee” zeggen. Ik zeg geen nee, zeker niet, ze is meer dan welkom, ik moet me alleen even hervinden. Bovendien, ik voel haar nu! Ik wil niet onbeleefd doen, maar nu ze toch hier is, wil ik zo snel mogelijk contact met haar. Zijn wij klaar? Wij zijn klaar, Wij kwamen alleen maar om haar te brengen, en nu er contact is, gaan wij weer verder. Heel, heel veel dank, dag.

Wat later in de auto, Margrete neemt net een hap van haar boterham als ze zich verslikt en dan klinkt, via Margrete, de stem van Odilia: Oh, ben ik te vroeg? Ik trek me wel even terug. En wat later: Mijn verontschuldiging, is het nu beter? Ik was zo enthousiast dat ik niet kon niet wachten, wat een kracht! Die kan nog heel wat voor mij doen in de omgeving hier, misschien zelfs die vorige die jullie niet konden vinden, voor me opsporen. Heerlijk, ontroerend, dat ie nog zoveel kracht heeft, dank jullie wel!

Nog even later: Contact gehad, heeft niets nodig van mij, hij heeft meer te geven dan te ontvangen!

Hierna vervolgden we onze route naar de volgende (Riesenstein) waarvan het verslag iets verderop te lezen staat.

‘s Avonds besluiten we om naar Wirtelkirche terug te rijden, het ligt gunstig op de route van Kassel naar Essen, en is een mooie stille plek met ruime parkeerruimte.

We hadden nog wat persoonlijke vragen aan Odilia: Ga jij nou echt over alle lichtwezens en ook over alle natuurwezens in Europa?

Mijn eigenlijke taak betreft de kosmische lichtwezens op aarde, en meestal horen daar natuurwezens bij, maar alleen de natuurwezens dus die in verbinding zijn met de lichtwezens. Normaal gesproken houd ik me niet bezig met bijvoorbeeld sfeer- en reiswezens. Daar is een ander wezen voor. En bergwezens? Die vraag komt op omdat we jou hebben leren kennen op de Odiliën-berg. Ik heb op die berg een ankerpunt, dat is een bepaalde plek op die berg, en die berg heeft een eigen bergwezen. Er zijn daar enkele zeer krachtige bergwezens, maar geen kosmische lichtwezens, dus ik heb er persoonlijk geen bemoeienis mee.

De volgende ochtend, nog altijd bij Wichtelkirche, komt Dicky melden dat er contact gezocht werd, schikte het?

Margrete: Ja, en wat een fijne manier om het zo te vragen. Laat maar komen (we wisten niet wie of wat): Ik ben zo blij dat jullie hier de hele nacht gebleven zijn en wil jullie heel hartelijk bedanken. Er is zóveel gaande. Ik: Hebben wij gisteren met jou gesproken? Nee, jullie noemen mij geloof ik “deva” (landschapsengel). Ah, de deva van dit gebied! Ja. Vergelijk het met een rimpeling in het water, de kring wordt steeds wijder. Het lichtwezen bij de rots is zo enthousiast dat ie weer verbonden is met het Grote Lichtwezen, hij spoort alle lichtwezens aan om ook contact te maken en daardoor komt er zoveel meer energie in mijn gebied, en dat gaat maar door. Dit zou zonder jullie tussenkomst nooit gebeurd zijn, en daar ben ik jullie geweldig dankbaar voor. Fijn om te horen. En dat was het eigenlijk, zo is het genoeg, wat ons betreft is het genoeg zo. Dank dat je dit kwam melden, we zijn heel blij om dit te horen. Dag. Margrete vertelde dat hij (zij?) heel groots voelde, en statig, vorstelijk, heerlijk om te kunnen beleven. 

De Riesenstein von Wolfershausen bij Kassel (51.19246 / 9.44419) is open en helder, maar sterk ingetogen. Odilia is zeer welkom, maar zijn grote angst op dit moment is, dat er misschien sprake is van een vergissing en dat het dus niet het Grote Lichtwezen van vroeger zou zijn, en wat een enorme teleurstelling dat zou opleveren. Hij vertelde dat ie daar goed ligt, wel met wat rare dingen in z’n omgeving: electriciteitskabels, ‘n spoorbaan, rare machines op het korenveld ernaast. Ik vind het verhaal dat jullie vertellen zo ongelooflijk raar, dat ik ‘t wel moet geloven, zoiets verzin je niet!. Hij voelt zich nauwelijks verbonden met anderen in zijn omgeving. Odilia geeft aan, dat er wel meer in de omgeving ligt; naarmate deze zich verder ontwikkelt, zal hij zich meer gaan openen en wel contact krijgen.

(Ook bij Kassel) Lautariusgrab, Gestecke (51.20926 /9.35287); deze ligt na de parkeerplaats nog zo’n 500 meter lopen het bos in, aan een wandelpad.

Odilia: Er is een lichtwezen, maak maar contact; de rechtopstaande steen is trouwens geen menhir. (hadden we ons zitten afvragen)  

Contact: Ik ben er, er is veel van mij verdwenen, en een deel gerestaureerd, niet helemaal geslaagd maar wel met goede bedoelingen. Margrete vertelt de achtergond van ons bezoek. Het Grote Lichtwezen van vroeger, dat kan ik niet geloven! Nee, dat kan niet, zo maar ineens, en dan nog wel via mensen! Maar jullie, hoe weten jullie dit alles, ‘t moet een vergissing zijn! Ja, ik heb daarstraks wel een lichtwezen waargenomen, ik wil er meer van weten, ik wil contact, maar het Grote Lichtwezen, dat kan ik niet geloven! 

 

 

Lautariusgrab