April

de vaas waar vanuit Briek zijn gesprekken met ons voert

Op 25 april kwam Margrete weer bij mij logeren. de eerste keer na onze reis. Vrij snel meldt  Briek zich: Ze kwamen me halen, vertelden me dat jullie er weer zijn. Wel weer wennen hoor, zo’n lange tijdHeb je ’t druk? Nee hoor. Goeie tijd gehad? Ja hoor. Nog nieuws? Nee hoor. Je hebt lange tijd geen lekkers gehad, zal ik ’t in de keuken klaar leggen? Is goed, dan ga ik vast, ik ben niet zo snel. Dat is goed. Tot later. Tot later.

Tja, wat moet je uitwisselen na 7 weken afwezigheid? Ik was in elk geval nog niet echt voorbereid op een gesprek.
’s Avonds, net in bed, kwam Odilia, en wilde graag wat aan mij kwijt over de situatie met de boom in de tuin van de buurman. Ik had dat zeer onhandig aangepakt, en had daarmee de welwillende beneden-buurman flink geïrriteerd. Achteraf gezien kan ik het alleen maar nogal dom van mezelf vinden, maar ik had dat toen niet in de gaten. Odilia wees mij erop dat dit een oud patroon van me was, i.p.v. adequaat handelen ging ik iemand helpen die helemaal niet geholpen hoefde, en wilde, worden. Ze vroeg me of ik dit patroon herkende. Jazeker, moest ik toegeven. Ja, zei ze, dit is een automatisme geworden, je doet het zonder er erg in te hebben, maar het schiet niet op. Ik hoop dat je er uit komt, en gaat doen wat nodig is, met de boven-buurvrouw praten. En dit patroon in de toekomst onderkent.
Tja, wel even slikken, maar tegelijk wel zeer nuttig inzicht!

De volgende dag gelijk naar de boven-buurvrouw die ik nodig had om de boom vanaf haar balcon te kunnen snoeien, ze gaf me gelijk toestemming, iets wat ik niet verwacht had, want ze had zich altijd achter haar man geschaard die pertinent tegen snoeien was, maar – gelukkig voor mij – was hij een paar maanden eerder overleden. Vanwege haar houding had ik vermeden met haar te overleggen. Maar voor mij heel onverwacht deed ze totaal niet moeilijk.

Even daarna voelde Margrete het slaapkamerwezen. Ik was er niet zo voor in, want ze was altijd ontevreden omdat ik mijn slaapkamer niet opgeruimd hield. Dicky kwam tussenbeide en liet weten dat ik ‘r maar beter kon toelaten. Vooruit dan maar. Je denkt dat ik altijd mopper. Kom maar, zeg maar wat je kwijt wil aan me. Ik heb begrepen dat er wat met je trommel (djembe met gescheurd vel) gaat gebeuren? Ja, die wordt binnenkort gerepareerd. Dat zou heel fijn zijn, hij voelt zich zo heel treurig. En het (fitness)apparaat met mijn kleren erop ook? Ja. Ik zal mijn kleren er af halen. Heel fijn, want zo is ie nu niet blij.

Dicky: Ik had haar aangespoord, ze had er echt last van. Ik ben heel blij weer hier te zijn, ben net ook bij Briek langs geweest, hij had ’t toch wel een beetje druk. Dicky voelt altijd heel beheerst en rustig, heel prettig.

De reiswezens (altijd ongeduldig): We hebben wel lang moeten wachten zeg! Hebben jullie nieuws? Ja, fijn weer bij elkaar te zijn!

 Die “scheiding” had nog geen week geduurd!

De avond hierna zijn we naar de opera in het Zuiderstrand theater geweest. Eenmaal in bed klopte Odilia aan: Fijn dat het gesprek met de buurvrouw zo goed is verlopen, nu nog met de buurman in orde maken! En over de pijn in Margrete’s knie: nu ze pijnstillers is gaan slikkenen de pijn aanzienlijk minder is, is ze pas gaan beseffen hoe veel pijn het eigenlijk deed.
Maar gezien haar jeugdtrauma stopt ze die beleving weg, maar ondertussen vreet het wel energie. Dus goed dat ze nu pijnstillers slikt en dat moet ze ook blijven doen!
Om op dit thema door te gaan stelde ik voor bij wijze van experiment met de p.c.-muis, die ik op dat moment toevallig bij de hand had, over Margrete’s buik te gaan en vroeg of Odilia dit kon waarnemen. Nee, ik merk daar niets van, maar haar lichaamswezen laat me weten het wel waar te nemen.

Wat zit dit alles toch merkwaardig in elkaar!

Mijn vraag aan Dicky: heb je genoten van de muziek? Nouik ervaar meer de energie, de lichttrilling, en die was heel mooi!

En de reiswezens, zijn jullie lekker naar het strand geweest? Nee, de meeste tijd hebben we contact gemaakt met andere reiswezens, ook van de zangers, want die komen heel ergens anders vandaan (Odessa), en toen zijn we maar gebleven tot de pauze die maar niet kwam. Dan hebben jullie wel veel contacten kunnen maken, er zaten heel wat buitenlanders bij het publiek, en het hele gezelschap was uit het buitenland. Ja, maar dat er geen pauze was, was dat een vergissing? Nee, dat was zo geregeld. Nou, dat hebben we nog nooit eerder meegemaakt, ’t is bij jullie altijd weer wat anders. Nee, dat lag niet aan ons, zo was het geprogrammeerd. Oh.
Ik heb nog een vraag aan jullie: hebben jullie muizen in huis gezien? Wat bedoel je? Net als ratten, die kennen jullie wel, maar dan kleiner. Oh ja, die zien we wel ‘s, maar daar hebben we geen contact mee; doen ook zoef zoef, net als wij, maar nu willen we verder met onze taak. Ok.
.