Zaterdagochtend (18 augustus) in Scheveningen, bij mij thuis, gingen we naar het strand, vlakbij de pier, en riepen een wezen aan, niet wetende welk. Margrete pikte gelijk een reactie op: Wat willen jullie? op nogal bitsige toon. Ik heb ons eerst even voorgesteld, en gevraagd met wie wij te maken hadden, de deva van dit gebied? Ik leef hier, maar ben geen deva, dit is het strand, dus noem me maar een strandwezen. Ga jij over het hele strand of zijn er meer strandwezens (wij hadden nog nooit gehoord van strandwezens!) Er zijn er vele, maar wat komen jullie doen?, nogal nors.
We vertelden dat we kwamen i.v.m het vuurwerk. Dat was verschrikkelijk, hoezo gaan jullie je ermee bezig houden, ’t is al erg genoeg geweest. We vertelden dat we voor een heling kwamen, met lekkers voor de natuurwezens, en er begrip voor hadden hoe erg het voor de natuurwezens was geweest. Oh, dat klinkt wel goed; ik snap niet wat jullie mensen er aan vinden. Ik legde uit dat voor ons mensen al die felle kleuren in mooie figuren aan de donkere hemel heel bijzonder en mooi zijn. Maar die knallen, is dat dan nodig? Ja, helaas wel, zo werkt die techniek nu eenmaal. We zijn nog mee bezig om ervan bij te komen. Dat geloof ik graag, en om jullie een beetje te helpen willen we graag nu wat lekkers neerleggen voor jullie om weer op kracht te komen. Goed? Ja, dat zal wel. Je kunt ook naar de boulevard gaan, er is nu markt en er zijn een paar grote snoepkramen. Ik ben toch een strandwezen!! Oh, ik dacht dat je misschien ook wel op de boulevard kon komen. Nee! Prima, het is dus ook voor jou bedoeld, dus neem er ook gerust van. Dag! We legden neer: rode wijn in een schelp, een stukje chocola, wat tabak, stukje stroopwafel, en we deden de hartverbinding.
Dat ie niet in staat was op de boulevard te komen verbaasde me een beetje; en jammer voor ‘m, want er was een keur aan snoep. En onze eigen reiswezens hadden ons al verteld dat het er “stikte” van de natuurwezens, en gelijk gevraagd of ze daar nog wat langer mochten vertoeven. Dat verzoek hadden we positief beantwoord, Dicky zou wel een oogje in ’t zeil houden.
beelden in Gees
Eenmaal thuis vroeg ik me toch af hoe Odilia aan het woord “genoeglijk” was gekomen. Natuurlijk ken ik het woord, en het is ook heel treffend, maar ikzelf zou dat woord niet zo gauw gebruiken, en Margrete zeker ook niet.
We besloten het haar te vragen. Odilia: Ik proef de sfeer en zoek er een woord bij, en dat vraag ik aan het taalwezen.
Is er een speciaal taalwezen voor het Nederlands? Er is een hele pot taalwezens en om met jullie te communiceren vraag ik het taalwezen van jullie taalgebied. Echt vragen is het ook niet, als zo’n wezen voelt dat ik iets zoek dan is hij er.
Maken reiswezens ook gebruik van taalwezens? Die onthouden meer jullie woorden, zoals com – mu – ni – ce – ren, dat vinden ze nu eenmaal een leuk woord en gebruiken het graag; net zoals ze bonuspunt onthouden hebben, ze hebben daar eens een prettige connotatie bij opgepakt zonder precies te weten wat het woord inhoudt, maar weten wel dat je ermee kunt spelen, en dat doen ze dan ook volop. Maar genoeglijk zit niet in hun…….vocabulaire (heb ik ook even opgehaald!). Boeiend! dank je. Tot later.
Dicky: Over taalontwikkeling, als Margrete opgroeit leert ze taal, en omdat ik bij haar hoor heb ik met haar mee geleerd. En een taalwezen? Ik gebruik woorden van Margrete, stem op haar af; ik kan ook op jou afstemmen, dan krijg ik ook woorden die jij zou gebruiken. En de reiswezens hebben ook geen taalwezen, toch? Nee, die gebruiken jullie woorden, maar beperkter dan ik. En in de lichtwereld werkt taal heel anders dan bij jullie, wij werken met lichttrilling, energie, lijkt voor jullie nog het meest op gevoel of misschien klank, wij werken niet met woorden. Maar met mensen gebruiken we wel woorden, zoals communiceren, een mooi woord, ook als begrip mooi, en genoeglijk voelt prettig aan; bonuspunten snappen de reiswezens niet echt. Hoe is dat voor jou als ze dat woord gebruiken? Grappig, ik moet er soms best wel om lachen.