Bij thuiskomst uit Reeuwijk liet de huisgeest weten dat Briek een paar keer was langs geweest, en prompt kwam hij nu weer; wij lagen al in bed. Het enige “stenige” daar is een lampje van seleniet, daar verwees ik ‘m dus naar, ik had geen zin om naar beneden te gaan. Hij heeft geen flauw benul van een lamp, en merkte alleen op: Er zit van binnen een gat. Dat hoort zo, is voor de lamp. Ik vroeg me wel af hoe hij bij het lampje had kunnen komen, met een houten vloer en voorbij een twee-persoonsbed, geen steen in de buurt. Hij kan zich heel lang maken. Wie zei dit? Niet Briek! Wie ben jij? De assistent / helper van Briek. Wat leuk! Nee, was niet mijn bedoeling! Een wezen van het huis of van de straat? De straat. En wat doe je?Zelfde als Briek, wat hij me opdraagt. Later vroegen we ons nog af of het ook een steenwezens was. Margrete had ’t gevoel van niet.
Gesprek met Briek tijdens een flinke storm, hij had weinig tijd, had ’t druk want er was harde wind. Heerlijk hè, ruimt lekker op, en waterwezens zijn leuk. Praat je ermee? Niet zoals jullie, maar verbind me er wel mee. Vind je het leuk als er iets los raakt? Nee. Bij huizen, waar zit jij liever, bij de daken of beneden? Liever beneden, waar ik ook hoor. Ga jij zo maar de huizen in? In overleg met de huisgeest, als er iets is. Heb je met alle huisgeesten goed contact? Ja, we werken samen! Kun jij overal achter de huizen komen, bij de balkons e.d.? Nee, alleen bij jou als ik op bezoek ben, dan is het anders. En liever in oude huizen of bij nieuwbouw? Die hebben andere stenen, hier kan ik er lekker doorheen, bij de nieuwbouw zijn ze minder wakker, maar dat kunnen ze zelf niet helpen.
Weer contact met Briek z’n assistent. Ik kom niet voor mezelf, en ook niet voor het lekkers, dus niet zo maar. Welkom, wat bijzonder, je vond ’t toen wel heel eng, en nu? Onwennig. Hoe is ’t met je? Fijn bij Briek. Ben jij de enige bij Briek? Nee. En die andere maatjes van jou luisteren nu zeker mee? Ja. Zal ik toch maar wat lekkers voor jullie klaar leggen. Dat is goed. Het contact met de auto gaat wat soepeler, we doen ons best ‘m zo veel mogelijk op de hoogte te houden van onze plannen, hoewel veel ritjes niet van te voren gepland staan en dus niet aan ‘m meegedeeld zijn.
De Bemiddelaar moppert wel, zowel over het feit dat we veel zelf rechtstreeks aan het autowezen melden, terwijl het eigenlijk zijn taak is, en anderzijds dat we veel niet melden, wat hij wel zou willen. En Margrete moppert nogal (terecht) omdat de Bemiddelaar, als hij een vraag of opmerking heeft, nogal bruusk bij haar binnenvalt, en zij niet in staat is dit tegen te houden. Bij mij mag hij het gerust proberen, ik merk er niets van! Alleen het autowezen uitleggen wat een reis is gaat moeilijk, hij kan zich er geen voorstelling van maken. Hij is er zowel vol verwachting als gespannen over. En wat hierbij ook nog speelt (zijn we zelf nooit zo mee bezig geweest), we merken nu dat er voor zo’n reis heel veel natuurwezens zich klaar maken om mee te gaan. Niet dat wij het persoonlijk merken, maar het autowezen klaagt erover dat het in de auto (en erom heen) het steeds voller wordt, en dit wordt door b.v. Dicky beaamd. Ja, jullie gaan interessante dingen doen, sommige willen er beslist bij zijn. Gaan die dan ook weer mee terug? Sommige wel, andere niet. Het zijn vooral luchtwezens, die kunnen zich makkelijk verplaatsen, en zijn ook niet aan een plaats verbonden, en er zijn vertegenwoordigers van andere plekken, of misschien beter de benaming contactwezens.

