Wéris

In de Ardennen vlakbij Wéris (gemeente Durbuy) lopen vele genummerde megalietenroutes  over grindwegen waar voor auto’s alleen bestemmingsverkeer is toegestaan.

Wij kwamen in het donker van een winteravond (het betreft hier een andere reis dan bij de voorgaanden) aan, en kozen een afgelegen stille plek voor onze overnachting in de auto vlakbij de kruising van routes 66 en 68. De volgende ochtend bleken we op nauwelijks 100 m afstand te zijn van dolmen Oppagne Sud (50.321580 / 5.513300), dat uit twee delen bestaat: de één omvat enkele rechtopstaande stenen, de andere is een mooi gaaf hunebed in een grote kuil, afgegraven om hem bloot te leggen.

Onze reiswezens hadden ongetwijfeld ’s nachts de omgeving al verkend, en klopten toen we wakker werden direct bij Margrete aan: Hèhè, eindelijk wakker! Wij zijn al heel vaak langs geweest, hij wil graag contact! Ik: is het er één of zijn er meer? Meer! Daar zal Odilia blij mee zijn. Ja, en ze wil eerst contact met jullie. Dat is goed, gaan we zo meteen doen. Ligt er hier in de directe omgeving nog meer? Ja! En hebben jullie die ook al bezocht? Ja! De stenen lagen zo dichtbij dat Margrete hun ongeduld kon voelen, er werd aan haar getrokken. Dan is het voor jullie zeker een goede nacht geweest, dan konden jullie weer echt als reiswezens functioneren. Ja, heerlijk! Beter dan je te buiten gaan op het strand, toch? Dat was ook leuk hoor! Maar dit is jullie eigenlijke taak, dat is toch het fijnst? Ja ja, heel fijn, maar er wordt gewacht, dan kunnen wij beter plaats maken.

In contact met Odilia vroeg ik: Heeft het je instemming dat we weer op reis zijn i.p.v. rustig thuis te blijven/ (wat ze de laatste tijd zo vaak had benadrukt). Ja hoor (lachend), heel blij. De reiswezens hebben al veel uitgewisseld; dus maak maar contact en vraag of er vragen zijn. De reiswezens zijn al een tijdje stil geweest, ik weet niet of ze een overzichtelijk verhaal verteld hebben.

Het lichtwezen van het dolmen voelde heel zacht en toch stevig: Hebben jullie vragen? We horen graag jullie verhaal. Dat vertelde Margrete in het kort. We hebben graag weer contact met het Grote Lichtwezen, we liggen hier wel mooi, maar stuurloos. We willen graag weer sturing. En fijn dat we met jullie kunnen praten, dat deden we vroeger ook, maar wel wat anders dan met jullie, en met het lichtwezen praten we weer op een nóg andere manier, maar dat maakt niet uit, als we maar contact hebben. We sloten af met de gebruikelijke hartverbinding en wat lekkers.

Ook vlakbij Weris langs de doorgaande weg ligt in de berm menhir Danthine (50.321650 / 5.513030), dat meer een ruwe steen is dan een traditionele menhir. Odilia gaf aan dat ze graag wilde dat we contact maakten; dit bevreemdde ons, want het betrof hetzelfde gebied, en dus ook dezelfde streekdeva als bij Oppagne, maar ze kreeg met deze deva geen goed contact.  Het lichtwezen van de menhir vertelde graag contact te krijgen met het Grote Lichtwezen, maar had verder geen vragen.

Hunebed Wéris , ook wel genoemd Wéris 1 , 50.33400 / 522670, langs de weg, dichtbij een kruising, met picknickplek.
Odilia geeft aan dat zij graag wil dat we met deze contact maken, hoewel dit eigenlijk niet nodig zou zijn omdat hij ligt in hetzelfde gebied, dus bij dezelfde deva, als de vorige, maar Odilia lukt het niet om met deze deva contact te krijgen, hetgeen haar zeer bevreemdt, en verontrust.
Het lichtwezen van het dolmen laat zich soepel aanspreken, wil graag weer met het Grote Lichtwezen verbonden worden en heeft verder geen vragen. We zijn zodoende hier snel klaar!

 

Pierre Morville (50.339210 / 5.528040) staat op veel lokale bordjes en folders aangegeven – een deel ervan ligt als een brok steen onopvallend langs de grindweg in de berm (verplaatst omdat hij in het veld van de boer in de weg lag), een ander deel kunnen we iets verder op de heuvelhelling zien liggen. De oorspronkelijke plaats is echter niet precies bekend; Odilia gaf aan dat het lichtwezen dan ook is vertrokken.

Vanaf de N841 is midden in het veld een oude lapjesboom zichtbaar; pal ernaast staan de menhirs van Oppagne (50.19177 / 5.30479). Het lichtwezen ervan vertelde zeker open te staan voor contact met het Grote Lichtwezen. Er kwamen wel vaker mensen langs, maar soms kwamen ze voor de boom en niet voor de menhirs – mensen begrepen toch niet waarvoor hij heeft gediend. Contact met ons stelde hij wel op prijs maar vond het ook wat vreemd; het deed hem denken aan heel vroeger, al was het niet hetzelfde.

In het wijkje Pas Bayard (50.316890/5.524150) aan de Rue Trois Fontaines ligt de Pierre Bayard, bijna verscholen in het grind dat als parkeerplaats dient vlak voor een woning. Deze steen speelt een rol in de legende van de vier heemskinderen en het paard Bayard, maar is onderdeel van een groter geheel dat er niet meer is (aldus Odilia) en het lichtwezen is ook al lang niet meer aanwezig.

Menhir de Heyd

Bij Heyd moet een megaliet (geweest?) zijn, maar wij konden ‘m niet vinden (50.363036 / 5.547340)  langs de N806, tussen Aisne en Borpal, in het veld, met bos langs de weg.​ Of verdwenen, net als de volgende.
​Volgens de boeken: Een paleis voor de doden, H. Clerinx en De oude wijsheid, Cois Geysen) zouden deze nog te vinden moeten zijn. Odilia is verbonden met hem.

Langs de N636 bij Pailhe, niet ver van Tongeren en Olhee, heeft vlak achter de bosstrook een megaliet in het veld gelegen (50.432394 / 5.273623). Deze is echter verdwenen, waarschijnlijk door de boer uit zijn veld verwijderd. De hoop brokstukken langs het pad zijn daar niet van, aldus Odilia. Tot haar grote ontzetting is ook hier het lichtwezen vertrokken, en dit bracht Odilia tot het inzicht waarom zij in deze streek zo slecht verbinding kon krijgen met de deva’s van deze gebieden; als de mensen zo onverschillig met de kosmische krachten omspringen trekken deze zich terug en laten de mens aan zijn lot over.

Overigens snapte ze in eerste instantie ook niet waarom ze geen contact kreeg met de deva van Vlaanderen met wie zij (en wij ook!) al vaak contact had gehad. Wij legden haar uit de we ons weliswaar in hetzelfde land, België, bevonden, maar niet in Vlaanderen maar in Wallonië. Ze heeft toen contact gezocht met de Waalse deva, maar kreeg geen ​verbinding. Vandaar dat ze ons vroeg of wij een contactwezen van de deva van Wallonië wilden aanroepen omdat aanroepen door mensen als dwingender wordt ervaren.

​Zo gevraagd, zo gedaan, en via Margrete kwamen we in contact met een wezen. Onze eerste vraag was of deze wist of er hier nog een lichtwezen aanwezig was. Het lichtwezen dat hier was is terug naar de bron, zo noemen jullie dat toch? Dat klopt, dank je. Ik wil niet lang blijven, we zijn nogal huiverig voor contact met mensen, wat zijn jullie vragen? Ik zou graag willen dat jij je open stelt voor het grote lichtwezen dat hier bij ons is, dat met ons meereist, zij wil graag contact met de deva van Wallonië. Dan moet ze met me meegaan, ik kan niet lang blijven, het spijt me. Dat is akkoord, dank. Graag en niet graag gedaan!  Dat snap ik.

De volgende dag liet Odilia ons weten nog slechts contact te hebben met deze bemiddelaar, niet met de deva zelf. Moeizaam, zelfs terughouding naar haar! Dit had ze helemaal niet verwacht (de samenwerking met de Deva van Vlaanderen gaat zo gemakkelijk!). Odilia wil graag nog iets met ons delen: de deva van dit gebied heeft de hoop opgegeven en zich zelfs van haar eigen gebied teruggetrokken. Naast wat jullie zochten hebben er nog veel meer megalieten gelegen maar bijna alles is verdwenen; ze wil er eigenlijk niets meer mee te maken hebben, het is te pijnlijk.

Overigens waren we in de avond per vergissing naar Neupré gereden om daar te overnachten, niet beseffend dat we de menhir daar al eens bezocht hadden, maar hadden er wel een prima slaapplek.

’s Ochtends vroeg klopten de reiswezens aan: Hé, zijn jullie wakker! Met haar (ze bedoelden kennelijk Margrete, maar in hun wereld gebruiken ze geen namen) gaat het beter hè? Haar licht ziet er heel wat beter uit. Ja, ze had haar been flink bezeerd gisteravond, nu is de pijn veel draaglijker. Jullie hoeven hier niet naar boven hoor (de menhir). Hij laat jullie groeten, had jullie al lang opgemerkt en vannacht zijn jullie in een andere hoedanigheid al boven geweest (ons droomlichaam?), dat weten jullie niet eens haha!

Wat hebben jullie zelf vannacht zoal gedaan? Nou, we zijn hier boven geweest, en in de huizen. De reiswezens bezocht van de mensen hier, die weten niet eens dat hier een menhir staat! We hebben de reiswezens hier verteld dat ze de mensen moeten aansturen om er eens te gaan kijken. Of ze naar ons luisteren weten we natuurlijk niet, maar wij hebben in elk geval onze taak gedaan. Er zijn hier niet veel kinderen, en ook niet veel lekkers. Wat zijn jullie plannen? Wij gaan eerst wat sap drinken, en dan wat fruit eten, maar ja, daar houden jullie niet van, dat weten we. Maar er is toch nog chocola in de auto, daar kunnen jullie toch van proeven? Nee, dat heeft ze ingepakt en nu kunnen wij er niet meer bij! Wacht maar, we maken wel wat open.

Pierre Haina

Vooralsnog ontbreken er twee belangrijke megalieten in ons verslag: de Pierre Haina, en het Lit du Diable. We hadden er nog graag heen gewild, maar op deze dag was dit gebied niet toegankelijk vanwege de jacht.
Overal bordjes met waarschuwingen – die hebben we maar gerespecteerd, we komen zeker nog wel een keer terug, ook om die van Heyd te vinden! ​
Lees ook het artikel van het “Hunebednieuwscafe”. Odilia is met deze verbonden.