Mei

Harry Potter

In veel opzichten loopt mei gewoon door als vervolg op april: onze reiswezens en de 7 keer per week bezoek aan de musical  Harry Potter in het Circustheater; ze oefenen er gelijk de dagen van de week aan, lastige materie voor wezens die nooit enig besef van tijd hadden. De vraag “Hoe was het ook alweer” komt geregeld terug.
Nieuw daarbij is hun nieuwsgierigheid om daar eens iets van de pauze te beleven, wat voor lekkers valt er dan te beleven? Maar eigenlijk hebben ze hun volledige tijd nodig om hun eigenlijke taak met die 1500 bezoekers en hun reiswezens te volbrengen.
Speciaal daartoe heb ik ze een keer rondom die pauze “afgeleverd”, maar toen haalden ze hun quotum niet en dat vinden ze toch belangrijker dan van wat ijsjes te kunnen snoepen. 

Wel grappig hoe zij er zelf over vertellen: Ze kennen ons daar nu wel heel goed, zodra we binnenkomen worden er allerlei wezens opgetrommeld om ons verder te helpen; ze weten precies wat we zoeken en helpen ons snel naar de plek waar we het beste kunnen beginnen; ze vinden het wel leuk dat we steeds weer langskomen, en wij vinden het leuk om zo welkom geheten te worden. Wij hebben ontdekt dat er in de zaal altijd nog heel wat buitenlanders zitten, alleen bij die voorstelling van die cabaretier, zoals jullie ‘m noemen, daar waren geen buitenlanders, en de zaal was toen ook niet vol. Er werd wel veel gelachen, maar daar snapten we niets van. En we hebben ook ontdekt dat de spelers niet elke voorstelling dezelfde personen zijn, soms zijn er andere. En als we laat komen merken we dat de mensen wel moe zijn, dat zien we aan hun licht dat dan veel minder wordt.

Voor Margrete is deze maand wel heel anders dan gewoonlijk, zij heeft zich erg ontdaan gevoeld door het overlijden van haar zoon tijdens onze reis en merkt dat de buitenwereld voor haar nu een maatje te groot is; dus veel in huis (en tuin), weinig de deur uit., weinig ontmoetingen, rustig thuis, daar voelt zij zich het prettigst bij. Voor het overige gaat het goed met haar.

Ik heb een duidelijker beeld gekregen over de verstoorde werking van mijn schildklier; meest waarschijnlijke oorzaak is gewoon leeftijd, en de medicijnen die ik slik helpen het functioneren van de schildklier wel degelijk, maar is nog niet op peil van 100%. En ik zit er waarschijnlijk de rest van mijn leven aan vast. Dus ook hier het devies: rustig aan, niet te veel willen, en zeker op warme dagen extra rustig aan (dat laatste heeft te maken met de dubbele longembolie die ik een paar jaar geleden heb opgelopen. Merk ik doorgaans niet zo veel van, behalve bij drukte en erg warm weer).

Fijn dat onze reiswezens onze situatie heel goed doorhebben. Als ze even op pad mogen is het onze verantwoordelijkheid ze terug te roepen voordat we ergens vertrekken. Maar heel vaak spelen er allerlei zaken als we gaan vertrekken, b.v uitzoeken van de route, links of rechts de parkeerplek uitrijden, nog even tas uitruimen, iets pakken, goed neerleggen, nog ergens onverwacht even langs gaan.  En als we dan zelf al niet helemaal aanwezig zijn, vergeten we nog wel eens de jongens te roepen. Ze letten zelf heel goed op wanneer we gaan vertrekken. Sterker zelfs, ze schakelen dan een wezen in die ze op ons laten letten en als wij naar de auto gaan dan worden zij al gewaarschuwd. En als we dan eenmaal rijden dan komt er een speelse reactie in de trand van : Wij zijn mee hoor!, of: Mogen we jullie op iets attenderen? of Zijn jullie er ook? of Zou het kunnen dat jullie misschien iets hebben vergeten? Kortom, ze zorgen er zelf voor dat ze tijdig mee gaan en laten het ons op een niet al te zwaar verwijtende manier merken. Heel volwassen in menselijke termen zou je kunnen zeggen.

Vrouwenmantel

Een heel warme zaterdag in mei, ’s ochtends naar cursus fenomenologie van geneesplanten, heel boeiend, en lekker buiten in de schaduw, op een heel mooie plek, Amelishof, vlakbij Utrecht. Op weg naar huis over de drukke A12 (vandaag 3 aanrijdingen gezien!) rijden we langs Reeuwijk, daar gestopt voor lunchpauze op ons landje aan de plas. Veel te warm om er langer te blijven, dus weer de A12 op richting huis. Zeg ik tegen onze jongens : Jullie boffen toch maar met ons dat we speciaal voor jullie op tijd naar huis gaan. ????Wat, waar boffen we mee? Moeten we zeker over nadenken, want we snappen het niet. Even later: Is er nog een voorstelling in het theater?! Dat willen we wel! Maar…..als we naar jouw lichaamswezen kijken, laat ie wel iets anders zien dan wat jij zegt, je neemt ons in de maling! Het is niet speciaal voor ons, oh, wacht even, hij laat ons iets weten, we zeggen al niets meer, het is goed met jullie, dat laat ie ons nu zien, we gaan fijn naar het theater, dag!  Bijdehandjes, maar wel leuk.

Een merkwaardige conversatie. Margrete en ik liggen in bed, komen onze “jongens”, de reiswezens: Mogen we wat vragen? Ja. Het tuinwezen heeft een vraag, de sfeer in de tuin is verstoord, kunnen jullie daar wat aan doen? Hoezo verstoord, de tuin ligt er prima bij, goed verzorgd, veel bloemen. Weten we niet, gaan we wel even vragen. Nog geen minuut later: Het heeft niet met de planten te maken, maar met stenen. Ja en? Kunnen jullie nog een keer meer uitleg vragen? Gaan we doen, even wachten. Even later: Er zijn stenen die ook mee willen op reis, daar gaat het over, zegt ie. Ja, maar dat heeft Margrete al gevraagd, en de stenen die mee wilden heeft ze  ingepakt, liggen al in de auto. Meer weten we niet.

Het is goed, dank jullie wel, Margrete gaat het straks uitzoeken, dag. Dag. 

Wat blijkt, er zijn nog vier stenen die op Margrete’s uitnodiging niet gereageerd hebben, maar bij nader inzien toch meewillen. Hoe komt dat ? (vraag aan die stenen): Wij wisten niet dat het hoofd-steenwezen ook meeging, we dachten dat die hier zou blijven, en daarom wilden wij ook hier blijven, maar nu begrijpen we dat hij ook meegaat , dan willen wij ook mee. Beseffen jullie wel dat jullie dan ingezet gaan worden om daar voor altijd bij een plek achter te blijven als verbindingssteen? Ja, maar we hebben begrepen dat we zelf mogen kiezen bij welke plek, als dat zo is willen we graag mee. Margrete: Ja, als we op een plek aankomen vraag ik wie er daar mee wil, dat doe ik altijd. Ja, dan willen we mee. 

Margrete heeft ze toen alsnog bij de andere steentjes  in de auto gelegd, en daarmee was de rust in de tuin teruggekeerd.

Vlietland