Juni

de vijver

Op de terugweg vanuit Duitsland gingen we nog een paar dagen langs bij Marianne in Drenthe, waar we ook opstellingen hadden gepland. Onze reiswezens hadden natuurlijk al e.e.a. opgevangen van onze plannen, vandaar de vraag: Gaan we nu naar die mevrouw die elke dag in haar vijver springt? Ja, inderdaad, en daar blijven we een paar dagen. Maar wat maakt dat jullie daar zo’n belangstelling voor hebben, zien jullie daar iets bijzonders bij? Nou, allereerst is het altijd spannend, dat zien we aan haar lichaamswezen, en ook aan haarzelf, dan staat ze zich voor te bereiden en dan ineens dat koude water, is best een schrik hoor. Maar ook de wezens daar bij de vijver voelen dat er iets spannends gaat gebeuren, en natuurlijk ook de waterwezens, die vinden het wel leuk, dat spetteren en spatten, houden ze wel van, er komt daar dan een heleboel in beweging. En trouwens, wij horen van haar (Margrete) lichaamswezen dat we beter plonzen kunnen zeggen dan springen, is dat zo? Ja, dat klopt wel.

Jaren geleden ontmoette Margrete in haar grote moestuin een wezen die zij op zodanige wijze waarnam dat zij hem Bultig Mannetje noemde. Doet misschien denken aan een oude man, maar dat zeker niet, nl. een zeer gedreven werker om de grond te verbeteren en, zoals alle natuurwezens, dag en nacht!

De gemeente heeft toen besloten het tuinencomplex op te heffen om er voetbalvelden aan te leggen. Margrete heeft hem toen meegenomen, in een steen, en tijdelijk onderdak verschaft in haar tuin. Veel andere natuurwezens heeft ze toen ook uitgenodigd mee te verhuizen naar een betere plek, vele hebben dat gedaan door zich aan een steen te hechten, en een paar dagen later heeft Margrete die stenen meegenomen en in een bos geplaatst. Maar deze wilde met haar mee, niet naar een bos. Tijdelijk heeft ze hem toen onderdak verleend in haar achtertuin, maar dat was een veel te kleine behuizing voor dit krachtige wezen. Na enige tijd vroegen we ons af of de heel grote en mooie tuin van Marianne niet een heel geschikte plek voor ‘m zou zijn. Hij mocht eerst  een tijdje proeven, maar wist al gauw dat dit voor hem een heel passende plek zou zijn. Te meer daar er naast haar tuin een boomkwekerij ligt; ja, hier kon hij zijn ziel en zaligheid wel kwijt. En zodoende hebben we hem ook dit keer weer begroet. Hij was zeer verheugd ons weer te zien, maar er was ook wat bezorgdheid. Gaan jullie me mee terug nemen? Daar schrokken we van. Nee hoor, hoe kom je daarbij? Dit is je definitieve plek, jij hoeft hier nooit meer weg. En als die mevrouw hier zou overlijden, wat dan? Dan komt er hier iemand anders wonen, en jij blijft gewoon hier. Maar die persoon weet dan niet dat ik hier ben. Is dat nodig dan? Oh, eh, nee, eigenlijk niet, maakt niet uit, als ik maar kan blijven. Ja natuurlijk, alleen zullen wij dan niet meer hier langs komen, want wij kennen die persoon niet en kunnen niet zomaar in zijn of haar tuin gaan rondlopen. Oh, dat zou ik wel jammer vinden, ik vind het heel leuk jullie weer te zien, en ook die wezens van jullie, wij zijn goede vriendjes. Misschien op het pad hiernaast, bij de kwekerij, daar doe ik ook veel.
Als we in de buurt zijn zullen we dat doen, maar zal niet zo vaak meer zijn, en uiteindelijk hebben wij ook niet het eeuwig leven zoals jij, dus dan houdt het ook een keer op. Ik zou het heel fijn vinden, maar nu moet ik opschieten, er is verderop iets waar ik dringend naar toe moet. Dan zeggen we je voor nu gedag, we zijn blij te zien dat het je goed gaat. Dag!

tuin Marianne