Luik

luik dolmen diable

​’s Avonds gingen we in Luik naar de opera, en besloten na afloop naar de volgende megaliet op onze lijst te rijden, hopende dat die​ op een m​ooie plek in de natuur lag (wat vaak het geval is) en dat we daar konden overnachten in onze camper. Echter bleek Fléron een dorpje opgeslokt door de buitenwijken van Luik, na een scherpe bocht nogal steil naar beneden. In het midden zagen we wat armoedige struiken en enkele bomen, en daar lag een nauwelijks herkenbaar restant van een hunebed, omringd door wegen en huizen en vol geparkeerde auto’s. Er staan overigens wel twee informatie-bordjes!

Odilia onthutst: Dit is geen plaats voor een lichtwezen, maar hij is er nog wel, ik neem een zwak licht waar maar krijg er geen contact mee, proberen jullie maar, en zeg dat hij vrije keus heeft om zich terug te trekken als hij dat wil, hier heeft hij geen toekomst. Hij reageerde zwak maar verheugd, wist nog niet wat hij ging besluiten maar was blij met de ondersteuning, vooral voor zijn eventuele besluit om het op te geven, dat hij deze beslissing niet in zijn eentje hoefde te dragen! Hij was ons zeer dankbaar voor onze bemiddeling.

Toen wij wat later een rustige overnachtingsplaats vonden en wilden gaan slapen liet Odilia ons nog weten blij te zijn dat we hier ’s avonds laat waren gekomen, het was er stil en er konden daardoor veel hulpwezens toestromen.

Verder gaf ze de reiswezens een compliment dat ze zich bij dit hunebed terughoudend hadden opgesteld; voor hun heel moeilijk want hun taak is informatie geven, en empathie is geen onderdeel van hun taak, maar, zoals ze later zelf uitlegden: Deze leek op die andere twee waar we niets mochten doen, dus namen we aan dat we hier ook niets mochten doen; ja we leren wel!


In Plaineveaux  bij het Carrefour Croix d’or (50.550200 / 5.536500), Rue de la Croisette, parkeren we bij de begraafplaats iets verder aan de overkant.

Naast onze parkeerplaats staan vuilcontainers en daar weer naast liggen enkele afgebroken stenen afkomstig van de eigenlijke megaliet (vervallen hunebed of steencirkel?), die dus schuin aan de overkant in het bos ligt, verscholen tussen de bomen en weggezakt in de aarde – bedekt met boombladeren. Vanaf de weg gezien is er iets dat op een pad lijkt, en 10 m het bos in en vervolgens naar links (parallel aan de weg) ligt zo’n 20 m verderop een zwaar gehavende, rechthoekige steen, die gekunsteld aandoet – als een betonblok – maar levensecht is. ​

Odilia geeft aan: Het lichtwezen is er wel, maak maar contact en zie maar.

​Wij veronderstellen dat de reiswezens al wat voorbereidend contact hebben gelegd​, en ik ga als representant staan: Welkom! Margrete, enigszins verbaasd: Je klinkt helder! Ja, veel steen van mij is beschadigd en er is ook nog veel gerommeld, ik lig hier zeker niet compleet, maar ik ben er wel. Margrete: We hadden al zoiets begrepen, en daarna vertelt ze waarvoor we gekomen zijn. Ik had al iets  waargenomen van een groot lichtwezen. Margrete geeft nog wat nadere informatie. Als zij dat echt is, is ze welkom natuurlijk, het maakt me wel nieuwsgierig; en dank aan jullie, bijzonder dat jullie me gevonden hebben en me ook nog herkend voor wie ik ben, de meeste mensen denken dat ik zomaar een stuk steen ben. Margrete vertelt van de stukken steen die aan de overkant van de weg liggen, waarvan Odilia had aangegeven dat ze bij de hoofdsteen horen. Ik ben blij te horen dat ze er nog zijn. Margrete vraagt of hij er nog contact mee heeft. Nee, het zijn geen zelfstandige delen van mij. Nou, ik word nu wel nieuwsgierig naar het Grote Lichtwezen.

We nemen afscheid en gaan verder, ook in Plaineveaux naar de Rue de Fine Pierre, (50.534500 / 5.524500). De weg loopt hier omhoog, met links een onopvallende inrit die geschikt is als parkeerplaats, en rechts een weide in het dal, en waar dat dal omhoog tot op straathoogte komt  begint een bos. Er tussenin loopt echter een pad stevig omhoog. Iets verderop links staat wel een klein bordje Fine Pierre, maar dat slaat op de wandelroute die daar begint en dan ben je al te ver, en als je verderop in de straat het bord Neupré ziet staan ben je nog meer te ver gereden! Bij het pad staat niets aangegeven, en boven aangekomen ook niet, maar je ziet er wel een indrukwekkend grote steen van granulaat. Deze staat op, en maakt deel uit van de richel in het landschap die daar loopt.

Voordat we contact met de megaliet ​maken, laat Odilia weten:
Wat was de vorige open! Heerlijk!
En deze hier, wat verrassend groot, en krachtig! Ik ben benieuwd,
maak maar contact.
Het is dezelfde deva, dus je hoeft hier geen steentje neer te leggen.

Als representant voel ik me heel krachtig worden: Welkomik heb al iets begrepen (van de reiswezens natuurlijk), is het echt dezelfde deva als heel vroeger? Ik kan, of durf ’t niet te geloven, als ’t echt waar is zou dat geweldig zijn; ik ben wel heel  benieuwd en kan ook wel wat hebben, als ’t maar echt zo is! Fijn dat jullie contact met me gemaakt hebben, deden maar meer mensen dat!
Wat een kracht, wat een autoriteit !

Tussen Luik en Wéris nabij Deigné,  (50.504400 / 5.739200) een menhir die in twee stukken op de grond ligt, bedekt met veel mos. Er is genoeg ruimte om te parkeren, vóór een bospad.

Nu hier, deze is erg beschadigd, er ligt nog iets in het bos en wat je hier ziet is er onderdeel van geweest, onderdeel van een veel groter geheel. Waar jullie nu staan, daar heeft het lichtwezen zich ook van teruggetrokken; het is te dicht bij de mensen, te bedreigend, maar dieper in het bos is ze nog wel aanwezig. Alles wat daar ligt en nog niet ontdekt is, wil ook niet meer ontdekt worden en houdt zich schuil uit lijfsbehoud. 

Willen jullie alleen de hartverbinding doen, en geen contact maken, dat zou te precair zijn; de reiswezens hebben al wel contact gemaakt, dat is voldoende, ik heb dus verbinding; nog wel graag een steentje neerleggen en er een meenemen om het contact vast te houden.

In de avond hadden we nog even contact met Odilia, ze had nog steeds geen contact met de deva van Wallonië, de bemiddelaar deed z’n best maar ook die kon geen contact met haar krijgen. Ze vond het onvoorstelbaar dat het contact met de deva van Vlaanderen zo hecht en direct was, en dat er in Wallonië – toch zo dicht bij Vlaanderen en eigenlijk ook bij Nederland – zo’n enorm verschil van cultuur is.