Onder- weg naar Wales

Peak District

De deva van streek gebracht

Op de heenweg naar of terugweg van Noord Engeland rijd ik (Ferry) altijd door het prachtige nationale park Peak District, en even ten zuiden van Buxton, in het midden ervan, ligt langs de weg naar Ashbourn een grote boekwinkel met afgeprijsde nieuwe boeken.
En nog even verder ligt niet ver van de A515 Arbor Low, een mooie steencirkel. Toegang en parkeren vlakbij de boerderij: samen 1 pond. Dan nog even de wei op langs de koeien “please close the gate” en pas op de vlaaien!

de dames bleven gewoon liggen en gaven antwoord met geloei

Arbor Low

Wat we zagen was een ruime steencirkel met een aarden wal erom heen – een indrukwekkend geheel, al waren de meeste stenen omgevallen. We zaten naast zo’n omgevallen steen en vroegen contact, maar vergaten duidelijk te zijn met wie. Er meldde zich een vrolijk wezen, een grondwezen volgens zijn zeggen. Ik wilde weten of de informatie klopte dat dit een grafheuvel was. “Wat bedoel je?” Nou, werden hier heel vroeger dode mensen begraven? “Nee, er ligt er hier eentje, buiten de cirkel, maar die heeft niets met de cirkel te maken.” En weet jij ook of de stenen zich hier tevreden voelen? “Dat moet je aan de stenen vragen.” Ok, maar wil jij dan plaats maken? “Mag ik er niet bij zijn?” Jawel, maar niet met twee tegelijk in contact met Margrete. Weet je wat, we leggen hier een steentje voor je neer, dan kun je vandaar het gesprek volgen. “Bijzonder! Lijkt me wel grappig.” Fijn zo. We vroegen contact met het steenwezen: ’t voelt ver weg, met een vaag bewustzijn. Herinner jij je dat je vroeger rechtop hebt gestaan? “Vaag.” Voelt liggen goed voor je? “Ja hoor.” Voel je je verbonden met de andere stenen hier? “Nauwelijks. Diep in de grond is een punt waar we allemaal mee verbonden zijn.” Ben je je bewust van de verdere omgeving? “Nee.”

de steencirkel Arbor Low

Het leek ons zinvoller contact te vragen met de deva. Die was duidelijk met haar antwoorden: vredig, tevreden met de stenen, dat de meeste omgevallen waren maakte niet uit, was zich bewust van de aarden wal en de nabije omgeving. Beetje beschadigd, maar ach. En al die bezoekers? “Ach, er zitten soms rare types bij, maar kinderen komen hier vaak spelen, dat is leuk.” Klopt de info (op het bord) dat dit een grafheuvel is? “Nee, onjuist.”

En hoe is het met jouw taak? “Ach, dat was vroeger anders, die heb ik niet meer. Vroeger voelden de mensen zich verbonden, nu lijken ze wel onwetend, ze ervaren totaal geen verbinding.” En heb je nog verbinding met het Grote Licht? “Nee, vroeger had ik verbinding met het Grote Lichtwezen, maar nu al lang niet meer.”

Ik: Het Grote Lichtwezen dat vroeger in de zon was, is nu toch afgedaald op aarde als de Heer der Elementen? (Wij mensen noemen hem Christus; wie hierover meer wil weten, leze Bastiaan Baan: de Heer der Elementen). “Oh, dit doet pijn, het maakt me zo verdrietig dat ik die verbinding kwijt ben, ik wil weg!”. Ik schrok; wat had ik teweeg gebracht?

We liepen terug naar de auto, ik wilde graag contact met Odilia voor uitleg, en eventueel advies over wat we mogelijk konden doen.

Odilia: “De deva is behoorlijk van slag geraakt omdat je haar eraan herinnerde hoe ’t vroeger was, hoe nauw ze verbonden was met het Grote Licht. Alle wezens trouwens. Deze deva had nog niet begrepen dat dit Grote Licht nu op aarde te vinden is. Ik (Odilia) heb inzicht in de nieuwe ontwikkeling, weet dat dit Grote Wezen afgedaald is naar de aarde en nu in de mensen zelf leeft, in hun hart, of ze er zich bewust van zijn of niet. Dat geldt ook voor deze deva. Vroeger, toen het Grote Licht buiten ons was (in de zon), was alles en iedereen automatisch in de verbinding ermee. Nu moeten de mensen zelf dit contact zoeken, binnen in zichzelf. Dat geldt ook voor deze deva. Zij gaat dit nu ontdekken en wordt daarbij geholpen. Op dit moment gaat het zelfs al wat beter met haar.

Kortom, voor zowel lichtwezens als voor natuurwezens als voor de mensen, ligt er een nieuwe taak: zich bewust worden van het Grote Licht in het eigen hart, dat is de ontwikkeling die nu op aarde plaatsvindt en waarin de een verder is dan de ander. Wees dus niet ongerust, het is passend dat je dit opgerakeld hebt.”

Arbor Low

Ik voelde me flink opgelucht met haar verhaal. Tjonge, wat breng je zomaar te weeg!

Odilia had nog wel een verzoek: Er hadden ondertussen zoveel natuurwezens gemerkt dat hier iets gaande was, dat velen er op afgekomen waren. Of we iets lekkers voor ze wilden neerleggen?

Ter aanvulling: altijd als we contact hebben gehad met natuurwezens, of gewoon ergens in de natuur zijn geweest, leggen we wat neer waar zij veel etherkrachten aan kunnen ontlenen: honing, chocola, tabak en wat druppeltjes rode wijn, ‘n zoet koekje; geen fruit, want dat hebben ze al in de natuur, en geen brood omdat ze dat als zwaar ervaren.

even een kleine pauze bij de meidoorn versierd met wol

Na Arbor Low reden we nog een heel eind door het prachtige en  woeste Peak District, dat was nog echt genieten, hoewel ik me nog wel wat aangedaan voelde, met zo’n deva van slag te brengen. We reden langs Greater Manchester, naar Partington, een voorstadje van Manchester, waar we vrienden van ons wilden bezoeken. Ik had een kaartje gestuurd dat we een dezer dagen langs zouden komen, maar niet de precieze datum vermeld. Alan en Phyllis waren thuis, maar Phyllis stond op het punt naar een vriendin te gaan en zou niet zo laat die avond weer terug zijn. Voor ons geen punt, we reageerden misschien wat te laconiek, maar Phyllis reageerde werkelijk hysterisch dat dit geen manier van afspreken was, we hadden echt moeten laten weten wanneer we zouden komen, en ging heel heftig te keer. We hadden zelfs een taartje meegenomen om te tracteren, dus daarmee konden we hen niet in verlegenheid hebben gebracht. Gelukkig vertrok ze direct, en gingen we dus bij Alan op bezoek, en maakten dat we snel weg kwamen toen Phyllis nog steeds overspannen terug kwam.

We reden naar een schilderachtig plaatsje, Lymm, waar we vorige keren aan de haven in de auto hadden overnacht.
Nu echter was de parkeerplaats daar schel verlicht, dus reden we verder op zoek naar een geschikte overnachtingsplaats.

Die vonden we al vrij snel, een braakliggend, en wat verwaarloosd aandoend veld, met een stevig zandpad. Een eindje van de weg af, met een nogal landelijk aandoende omgeving zou onze plek voor de nacht worden. ’s Ochtends ontwaarde ik naast het pad een plek waar gegraven was; volgens Margrete was daar aarde gestort om een kuil met water te dempen. Niet onaannemelijk moest ik toegeven. Ik probeerde of ik contact kon krijgen met een natuurwezen, geen idee welke: Hallo, ben je daar natuurwezen, kunnen we contact krijgen ? vroeg ik  nogal in het wilde weg. Margrete begon ermee eerst onze namen te noemen ter kennismaking. Ik nogmaals : wie ben je, wat doe je hier ? Via Margrete’s stem werd er geantwoord : zorgen dat de planten groeien en gaan bloeien. Ik : hier op het pad ? ja, ook hier. En ook op het veld ? Nee, da’s een andere. En de heg ? Nee, da’s weer een andere. Je hebt ’t druk zeker ? (voorjaar !) Ja, er is altijd veel te doen. Altijd, dus ’s winters ook ? Nee, altijd deze tijd ! Ik snap je; leuk kennis te maken met je. Hebben jullie die rommel opgeruimd ? Ja, al dat plastic dat hier verspreid lag, bedoel je dat ? Daar heb ik aardig wat van opgeruimd. Heb je dat waargenomen ? Ja, dat waarderen we hoor, en dan heb je nog aardig wat te doen. Ja. Zullen we nu gedag zeggen ? Ja, prima, fijn. dag ! Dag !

Op weg naar Barry, die ons een dezer dagen verwachtte, in Colwyn, een klein plaatsje aan de noordkust van Wales. We kenden elkaar via Inge, die 2 dagen later zou aankomen op luchthaven Liverpool. Barry zou ons door Noord-Wales rondleiden en daarna zouden we gevieren naar Ierland gaan.

onderweg naar Barry de Horseshoe pass

Onderweg hadden we geen speciale doelen om aan te doen, dus we reden zo’n beetje de kortste route, maar op die route lagen maar weinig echte snelwegen, dus we reden bij voorkeur door gebieden met mooie natuur. Een daarvan is zeker vermeldenswaard, nl. de Horseshoe Pass, in Denbighshire. Bij het bekende (zeker bij fietsers en motorrijders) restaurant Ponderosa Café op ruim 500 m hoogte namen we de steile weg het dal in, stopten onderweg op een zonnige plek met schitterend uitzicht over het dal van Llanggollen voor lunch-in-de-groene-berm.

Vroeg in de avond kwamen we bij Barry aan, hoewel hij niet thuis was; we verkenden nog even de omgeving en parkeerden onze auto achter zijn huis op de oprit en genoten van een prachtig uitzicht over zee en rotsen vanuit zijn voortuin. De volgende dag belde hij ons om te vragen of we er al waren (hij wist dat we in de auto sliepen) en zei dat hij onderweg was.

Reisverslag

Holywell in de buurt van het huis van Barry

terug naar boven