Drie weken intens op reis geweest, noem het geen vakantie! Natuurlijk genieten we van mooie landschappen onderweg, we zijn veel in de natuur, maar ook bij matige weersomstandigheden; we staan op om een uur of 6 en zijn dan vanaf half zeven de hele dag onderweg. Vaak kleine afstandjes, maar soms ook anderhalf uur. En dan het zoeken: allereerst in de auto, ergens de juiste toegang zien te vinden, maar ook lopend, zoekend in een landschap of bos, vraagt soms ook wel een uur, en altijd er rekening mee houdend dat het niet gaat lukken: te hoge of onbeklimbare hekken, prikkeldraad en heggen met prikkelstruiken, soms privé tuinen (soms met camera). Toegegeven, we worden vaak ook behulpzaam de goede richting gewezen. Wat dit betreft was het deze reis opvallend hoe vaak mensen niet begrepen wat we nou eigenlijk zochten, een barrow, mound, gewoon een klein heuveltje zoals er zoveel zijn; mensen beseffen niet dat zo’n barrow geen “gewoon” heuveltje is, maar een oude cultusplek, national heritage, nationaal erfgoed. Weten wel dat het er is, maar kunnen zich niet voorstellen dat we nou juist op zoek zijn naar zoiets algemeen voorkomends. En uiterlijk is er ook geen verschil waar te nemen, dus heel begrijpelijk.
Dat dit deel van Engeland zo bezaaid is met barrows wisten we niet, we gingen eigenlijk voor hunebedden, steencirkels e.d.
Een ander kenmerkend aspect van deze reis / deze streek was ook dat op zo veel plekken de Lichtwezens, en vaak zelfs ook de hun dienende contactwezens, zich diep verscholen in de grond hadden teruggetrokken vanwege verkeerslawaai. We hebben het ook zelf ervaren hoe je soms honderden meters van een snelweg vandaan nog in een oorverdovende herrie staat, afschuwelijk hoe dat je rust verstoort; laat staan voor supergevoelige natuurwezens, ondraaglijk!
Het heeft ons menigmaal diep geraakt hoe ten einde raad de natuurwezens zich voelen, vaak op het punt staand zich geheel van de aarde terug te trekken, want die is voor hun onleefbaar zo, terwijl ze – in hun levensduur gezien nog maar kort geleden diepe rust kenden – al duizenden jaren! – en zo liggen af te wachten of er misschien ooit weer een nieuwe taak voor ze komt. Sommigen hoopvol, anderen gelaten afwachtend. (degenen die als groep bij elkaar liggen hebben tenminste elkaar nog).
Diep aangrijpend, vaak met natte ogen van ontroering, hebben we beleefd wat een enorme opluchting ze ondergingen als ze ineens van Odilia afscherming ontvingen, alsof ze bezig waren te stikken en ineens weer konden ademhalen, om het in menselijke termen uit te drukken, want op zo’n ervaring lijkt het.
Op zo’n moment beleven wij weer diep onze motivatie om met dit werk door te gaan, om nog meer gebieden in Europa te gaan opzoeken waar we nog niet geweest zijn, en per dag gezien: nog even doorgaan i.p.v. rust te nemen. Ja, voor onze persoonlijke gesteldheid niet altijd de jbeste keuze, het zij zo.
En wat moeilijk te beschrijven valt, meestal afgedaan in woorden als dankjulliewel of heel veel dank, maar wat wij tot in het diepst van onze ziel ervaren hun oprecht en diep gemeende ongekend grote dankbaarheid, werkelijk overstelpend. Tja, wat moet je ermee? Want altijd is dit op het eind als we klaar zijn en weer verder willen gaan; wat kunnen we anders dan zeggen: graag gedaan! Welgemeend weliswaar, maar dan denken we alweer aan de volgende wiens leven we kunnen gaan redden, want daar komt het wel zo ongeveer op neer.
Beleef dan ook onze pijn op een plek waar volgens onze informatie van Megalithic Portal nog een Lichtwezen zou moeten zijn, maar is verdwenen, zijn steen of stenen weggehaald, zijn heuvel omgeploegd. Een jaar eerder hadden we (Odilia in wezen) die misschien nog kunnen redden. We troosten ons dan maar met de gedachte aan de vele die in de toekomst nog bedreigd hadden kunnen worden en nu door Odilia beschermd kunnen blijven bestaan. Niet dat zij een bulldozer kan tegenhouden, maar wel kan inwerken op degenen die zo’n beslissing dragen, b.v. de boer, of een overheids-instantie die beschermende maatregelen kan nemen.
En we doen dit werk niet met z’n tweeën, ook niet met drie – Odilia meegeteld -, maar we vormen een goedlopend team ook met onze reiswezens. Nagenoeg iedereen heeft een reiswezen, maar de onze noemen we niet voor niets reiswezens-plus, soms zelfs reiswezens-plus-plus. Zodra wij op een bestemming aankomen gaan zij al op zoek, zoevend, veel sneller dan wij ons kunnen voortbewegen, in eerste instantie op zoek naar een Lichtwezen, maar als die niet te vinden is op zoek naar een contactwezen. Allereerst tot onze geruststelling, want dan weten we dat we “goed zitten”. Maar meer dan dat, als de bestemming voor ons niet te bereiken valt (hekken, te grote afstand, te hoog gelegen) dan halen ze een contactwezen over om naar ons toe te komen. Dat gebeurt zelfs wel eens tegen de zin van zo’n contactwezen in, b.v. als die daarmee eigenlijk buiten zijn eigen toegestane bereik gaat, of omdat het contactwezen nog niet wakker genoeg is om werkelijk te beseffen om welk belang het speelt, of omdat hij niet beseft dat er een groter belang in het spel is dan zijn eigen Lichtwezen met rust te laten. Ze hebben tal van trucjes om zo’n contactwezen over te halen mee te komen: de verleiding dat er afscherming komt, of de dreiging van verstoring van zijn Lichtwezen, als het maar overtuigt; soms wel op het randje van ethisch verantwoord, maar als het dat op een dieper niveau niet zou zijn dan had Odilia wel ingegrepen, want zij volgt alles heel nauwgezet.

