Museum & thuis

We bezoeken het Afrika Museum in Groesbeek, benieuwd naar natuurwezens of spirits bij de beelden daar. Odilia heeft er niet zo veel mee, zij kent alleen Europa, met andere werelddelen voelt ze zich niet verbonden. Toch geeft ze een algemene toelichting: het gaat hier om een oude cultuur die ik herken. En hier in dit museum staan de beelden ook achter glas en sterk verlicht, maar toch voelt het hier levendiger dan in Berlijn; dat komt ook door de begeleidende filmpjes, daardoor worden de mensen wat meer meegetrokken in die cultuur. Weliswaar zijn de spirits hier volledig ontheemd, maar ze voelen zich toch nog enigszins vereerd als er zo naar ze wordt gekeken, verbonden met hun oude cultus, hoewel ze zich ervan bewust zijn dat hun hele cultuur niet meer bestaat. Grappig, ze voelen zich ook een beetje opgenomen bij de natuurwezens hier, doordat de deva van hier zich ’n beetje met hun heeft verbonden. In Berlijn voelden de wezens zich veel meer een bekeken object.

Weer thuis bij mij, Odilia laat zich voelen, voor ons totaal onverwachts: Briek is er, maar durft niet verder te komen. Hoi Briek, kom maar verder, wat houdt je tegen? Er zitten er zo veel  (natuurwezens?) bij haar, waarom is dat? Haar moeder is overleden. Oh, daar hoef je toch niet verdrietig om te doen, ze is er toch nog. (in de beleving van natuurwezens is alleen dat lastige lichaam er niet meer, de ziel is er nog gewoon, eerder opluchting dan verdriet dus). Ze zou toch heel lang niet meer komen. Klopt. Ik dacht eerst dat het een geintje was dat ze zeiden dat ze er weer was – dat doen die grappenmakers wel eens. Word je dan boos? Nee, en bovendien, ik kan ze toch niet achterna hè, met mijn tempo. Maar de deva zei het ook, daarom ben ik toch maar gekomen. En heb je ook vriendjes meegenomen?  Natuurlijk, zij durven niet, maar ik heb een naam! Dat is zo. Een tijdje terug is er hier in de straat een bewoner dood gegaan, hoe vind jij dat? Dat geeft soms onrust, sommige wezens weten dan niet waar ze aan toe zijn, ons wordt nooit iets verteld. Aan wie zou het verteld moeten worden? De huisgeest! Als die van slag is, raakt alles van slag. Raak jij wel ’s van slag? Ja. Wanneer? Als het heel hard waait, dan ben ik bang dat er iets niet goed zou gaan, en bij grote veranderingen, b.v. als er nieuwe huizen worden gebouwd, dat geeft ook veel onrust, en ons wordt nooit iets verteld. Ga je dan wel vragen? Er zijn wel wezens die goed gaan luisteren om duidelijkheid te krijgen. Wat voor wezens zijn dat? Luchtwezens, maar soms begrijpen ze niet alles, en soms wel. En hoe vind je het als er ijs ligt op straat. Soms heel leuk, dan is er veel plezierdan is het glad, maar ze zijn ook wel ’s stout als ze mensen laten uitglijden en er dan om lachen. Wie doen dat dan? Plaagwezens. Kun jij erom lachen? Als ze ’t niet te erg maken, en als ik op tijd ben! Vind je het vervelend dat je nogal traag bent? Soms. Wanneer? Ik was ’s te laat hier, dat vond ik niet leuk, jullie waren al weg. Vind je het zo leuk om met ons te praten? Ja! Soms niet, dan wil ik verder, als ik hoor dat er iets is waar ik bij moet zijn. Dat moet je dan toch gewoon zeggen! Dat vind ik moeilijk. Wanneer ga jij mij horen? Geen idee. Jij kan het wel, dat zie ik aan je licht. Tja, misschien moet ik meer rust nemen. (er wordt gelachen in de hoek van de kamer). Wie lachen daar allemaal? Mijn maatjes, plantwezens, luchtwezens,  lichtwezens, huisbewoners. Wat zijn huisbewoners? Bij voorbeeld bij de klok, of bij het stuk hout. Bij de bank ook? Tuurlijk. En de computer? Ja, maar daar kan ik geen contact mee krijgen, die hebben een heel ingewikkelde taak. Die slokt bij jou veel van je aandacht op en dat vinden we niet altijd leuk. En hoe kan ik jullie aandacht geven? Wil je echt weten hoe? Ja. Met zingen en muziek. Wat neem jij nu waar aan Margrete? Een wezen met groot licht. Wat doet dat? Beschermt, omhult haar en ook de kleinere soorten elementwezens. Daaraan zou je Margrete kunnen herkennen, maar normaal ga ik niet iemand van zo dichtbij bekijken. Soms ook zijn er andere wezens, van andere tijden, b.v. je familie (familieleden die er niet meer zijn). Wie bij voorbeeld? Je Opa Stok, en die meneer van de foto (mijn vader), en de vader van Opa Stok. Je hebt af en toe heel wat vaders bij je, bij haar zie ik dat niet zo.