Briek in de slaap-kamer


Enkele ochtenden hierna hoort Margrete Briek de slaapkamer in komen, ze zegt:  Ah, je bent er al. Ja. Goeiemorgen. Zal wel. Dat is een begroeting. Oh, ook gegroet. Ik kon niet eerder komen, ik ben heel langzaam. De anderen vertelden me dat er veel speciale stenen hier in huis zijn. Ja, een vriendin liet haar verzameling zien, dat was gisteravond, maar ze is alweer naar huis. Had je er bij willen zijn? Kon ik niet, ik ben te langzaam. De anderen zeiden het. Hoe is het met je? Goed, vandaag wordt de straat opgeruimd. Ja, vuilnis wordt opgehaald. Dat geeft altijd veel troep, ben altijd blij als het weg is, maar soms zitten er nog natuurwezens in. Bedoel je planten en groenten? Ja, daar zitten vaak nog natuurwezens in. Dode planten vaak. Ja maar toch met natuurwezens erbij! Er klinkt oprechte verontwaardiging. En ook oude stoelen, en hout, zijn ook natuurwezens. Kunnen ze beter aan vuurwezens geven. Verbranden bedoel je? Zo noemen jullie dat. En metaal? IJzerwezens. Ze kunnnen ze beter terugbrengen waar ze vandaan komen, zoals jij met je stenen doet. eh, Ik? Je had van de week toch veel stenen in je auto. Oh ja, voor mijn landje in Reeuwijk. Die  heb je toch naar andere stenen gebracht, dan zijn ze toch weer samen. Oh, gebruikt grind om ’t op te hogen, ja. 

Ik heb daar nog een vraag over: op mijn balkon heb ik kapotte tegels, die wil ik vervangen door nieuwe. Nieuwe staan al lang op je balkon, daar zijn ze al gewend, dan hoef je geen uitleg te geven. Ben je tevreden over de huizen in de straat? Meestal wel. Wanneer niet? B.v. als de waterwezens naar binnen komen. Een lekkage? In jullie taal. Stoort je dat echt? Ja natuurlijk, dat moet toch niet!!  Wat doe je dan? Met elkaar erger maken, dan moeten ze ’t wel aanpakken. Regel jij dat? Nou, ik vraag hulp. Heb jij dan de leiding? We zorgen dat het gebeurt.

Ik heb een klein steentje in mijn auto, heb je daar contact mee? Nee, niet echt.

Nacht, zegt je dat wat? Andere wezens, minder lichtwezens. Overdag schijnt de zon. Je bedoelt het grote licht. Wat in de lucht te zien is. Ja, het grote licht. En ’s nachts is er een andere bol, minder sterk en niet warm. Het donkere licht. Is eigenlijk schijn, hij weerkaatst alleen. Geeft geen eigen licht, weet ik van de lichtwezens. En sterren, heel veel lichtjes in de hemel?  Kleine lichtjes. Zijn eigenlijk zonnen, maar heel ver weg. Mmm, zal wel, als jij dat zegt, wij noemen ze kleine lichtjes. Wanneer komt zij weer? Dat duurt wel eventjes. Wil je gaan? Ja. Is goed, voel je vrij. Goed, dan ga ik. Ja, dag! En bedankt voor je bezoek. Is goed, dag.