Kroniek maart 2019

4 maart. Gisteravond laat is Inge thuisgekomen, vandaag in de ochtend wilde ik Bonnie terug brengen. Ze heeft vannacht nog op bed geslapen en ook vanmorgen zat ze nog vlak bij me. Ik besloot eerst even boodschappen te doen, en dan direct daarna haar naar Inge te brengen. Toen ik van de boodschappen thuis kwam: geen Bonnie te bekennen. Zou ze ’t aangevoeld hebben en niet naar huis willen? Even Margrete gebeld, wil jij even representant zijn voor Bonnie? Hallo Bonnie, stoor ik je in je slaap? Niet echt. Ben je in huis? Ja. Je vrouwtje is weer thuis,wil je haar weer zien? Ja, dat wel, maar nu wil ik vooral rust. Dus je blijft je nog een tijdje verstoppen? Ik zie wel. Da’s goed, dan zie ik je later wel. Dat later werd vier uur ’s middags!

 
Kleine Ferry
Ik had al eerder geschreven (januari) over de opstellingen die ik bijna dagelijks doe, meestal met Margrete, maar soms met Inge of Willemijn, als representant voor mijn eigen jongere versie. Tot nu toe was de jongste 4, nog op de kleuterschool, en de oudste 15. Ik weet nooit welke zich aandient. Het verbaast en raakt me nog steeds dat mijn moeder, die ik me toch als zeer betrokken herinner (als er iets aan de hand was ging ze er direct op af), maar het verdriet en eenzaamheid van kleine Ferry heeft ze blijkbaar nooit onderkend. Althans, dat blijkt nu uit de opstellingen:
Ferry 6 jaar is ernstig van slag, heeft een heel nare droom gehad, zegt zelf dat ie zo niet naar school kan (hoewel hij graag naar school gaat), hij blijft liever in bed. Mamma heeft erop gereageerd met : dromen zijn bedrog, en gewoon naar school gaan! Ik vraag ‘m (de representant dus) wat zijn droom inhield. Een boze man wilde ‘m in elkaar slaan. Ik vroeg ‘m of ie iets terug gedaan had, maar nee, die man was veel groter! Heb je geschreeuwd? Nee, ik was bang! Zou je nu iets kunnen doen, b.v. uit woede op de bank slaan? Nee, eng! Je tong uitsteken? Mag niet!  Niemand die ’t nu ziet. Daar moest ie over nadenken, en uiteindelijk deed ie ’t. Hoe voelt dat. Stout, maar wel leuk. Dan doe je ’t toch nog een keer. Na een paar keer kreeg hij er wel lol in. Ik gaf ‘m nog de suggestie zijn middelvinger op te steken, en na enig nadenken kwam die ook, en daarmee een voorzichtige lach op zijn gezicht. Toch wel leuk hè? Ja, hij had er wel lol in, en wilde nu wel naar school.
Een andere keer zat ie op bed. Waarom dat wist ie zelf niet. Ik zit hier gewoon. Al lang? Weet ik niet. Ben je vandaag naar school geweest? Haalt z’n schouders op. Hij weet ’t allemaal niet. Heeft mamma gisteravond nog voorgelezen? Nee, ze had ’t druk. Wellicht heeft ie daar zo wel uren gezeten, niet gezien door z’n moeder. Ik heb ‘m uitgenodigd naast me te komen zitten (deed ie direct), voorgelezen, een spannend boek, hij smulde ervan, had daarna weer zin om zelf te gaan spelen.
Ongeacht zijn leeftijd vertelt ie dat het op school wel redelijk leuk is, hij goed kan meekomen, zit wel vaak zit te dagdromen, naar buiten kijkend naar de vogels en de wolken, wordt dan door juf of meester bij de les terug gehaald; op de middelbare school kiest hij er bewust voor voldoendes te scoren, maar hogere cijfers hoeven niet, dan moet je zo hard leren!  
Ongeacht zijn leeftijd vertelt hij dat hij ’t thuis niet erg naar zijn zin heeft, er is niemand om echt mee te praten (zoals met jou, voegt hij eraan toe).
Hij probeert zo veel mogelijk buiten te spelen, dan kan hij ’n beetje zijn eigen gang gaan.
Veel van wat ie vertelt herken ik, maar die grote eenzaamheid, het opgeven om überhaupt nog contact te maken omdat er geen reële reactie komt, dat dit alles al op zo jonge leeftijd zo diep aanwezig was, dat heb ik nooit beseft. Het voelt heel goed om mezelf op deze wijze te leren kennen, net of ik er een dimensie bij krijg, de dimensie van mijn eigen innerlijk kind, die nu deel van mij wordt! Het geeft wel een schrijnend gevoel, en ook verontwaardiging naar mijn moeder, en leegte naar mijn vader, want die speelt in het geheel geen rol. Het verdriet dat ik altijd in me heb gevoeld en niet kon plaatsen, maar wat wel aan me vrat, lost langzaam op, het echte verdriet voelt nu veel meer van mezelf, ik kan het een plaats geven, dat voelt goed.
Nog even de veertien jarige, die springt er uit, die is zich nl. bewust dat ie “onecht” is, via een vrouw praat die een bril draagt; zit vol vragen, hoe dit alles zo kan, ik doe mijn best ’t uit te leggen, vertel over opstellingen (zijn daar boeken over?  In jouw tijd nog niet), bewustzijn (Waar zit dat dan? Rondom je hoofd, denk ik, met veel verbindingen naar je hersenen), reïncarnatie (Zijn daar boeken over? Ja. Later: Ik heb er twee boeken over uit de bieb), ben je getrouwd? (dus op jouw leeftijd ben ik niet getrouwd! Wel getrouwd geweest? Ja), dus als ik zo heel oud ben als jij nu
ben ik nog steeds met mijn jeugd bezig. Overigens is deze niet meer met eenzaamheid bezig, maar met heel andere zaken: sparen voor een brommer, schooldiploma halen, het huis uit gaan, en de vijftien jarige praat ineens alleen nog maar over meisjes (en die brommer, moet een stoer model zijn, moet indruk maken) Grootste probleem: heeft last van blozen bij die meisjes!
Veel van wat ik te horen krijg ken ik, soms tot in de details; soms zijn er aspecten die ik me niet kan herinneren, en soms lijkt ’t me niet helemaal te kloppen. maar details over de (zwart/wit) tv, en de programma’s kloppen helemaal, ook de auto die kwam, kamperen in Frankrijk, het broertje, de teleurstelling dat ik nog niet met ‘m spelen kon, dat hij wel altijd alle aandacht wist te trekken (door altijd problemen te veroorzaken), zeilen op de Reeuwijkse plassen, waterpolo.
Alles bij elkaar een zeer indringende ervaring, die me heel wat energie kost, maar aan de andere kant ook veel oplevert: meer mezelf kennen.