Verslag van Johan en Inge V

Hier volgt het verslag van Johan en Inge V:

Thomas Mayer heeft een schrijven doen uitgaan waarin hij een methodiek aangeeft om met de 5G zendmasten bezig te zijn.  Een groep in Zeist heeft op grond daarvan een tekst opgesteld, voor 2 zendmasten in hun woonplaats. die hebben we gebruikt.  Ferry en Margrete hebben deze middag in Haarlem begeleid. Na een inleidende meditatie en verbinding zoeken, waarbij we een healing of transformatie boden aan de zendmast,  is 1 van de deelnemers in “opstelling” gaan staan voor de zendmast. En konden we vragen stellen.

Voor mij was deze verbinding zoeken een ervaring die in de dagen daarna verder zijn weg zoekt. Maar eerst het moment zelf:

Wij stonden als groep mensen, met en in onze verbinding bij deze ​zend​mast. Daardoor konden enkele donkere, zeer bewegelijke spichtige zwarte wezentjes, zichtbaar worden. Deze klommen naar beneden om in ons opgebouwd veld, een andere kleur waar te kunnen nemen, dan de zwarte kleur waar zij, als techniek wezens, in gebannen waren. Wijzen op het licht was dus ook wijzen op ons licht en kleur, wat wij als mensen, die bewust ons verbonden met deze mast, om ons heen uitstralen en meenemen.

Als een bijna weldadig gevoel was dit inkleuren van deze wezens te ervaren. Het voelde als een voeden van mijn etherlichaam, en dat is verrassend bij het werken met deze techniekwezens. Ter plekke heb ik niet ervaring gedeeld met de andere groepsleden, ik moest er nog mijn weg in vinden. We hebben als groep deze middag afgesloten en zijn ieder onze eigen weg gegaan.

In de dagen daarna heb ik af en toe, soms met met Inge, kort gedacht aan deze ervaring, maar verder niet uitgebreid mee aan het werk gegaan. Inge wees erop dat dit bezig zijn met deze 5G mast ook energie had gevraagd van ons etherlichaam.

En in gesprek met Inge, en bemoeienis vanuit de wezen-wereld, begon een tweede deel van het bezig zijn met deze mast:

Als eerste werd me duidelijk dat het niet ging om heling van deze mast maar om transformatie. Thomas Mayer spreekt over devachan elektriciens, gestorvenen die in de wereld zich verbonden hebben met toekomstige techniek en die we daarom konden vragen oa deze zendmasten als leidend wezen te gaan begeleiden. En daar vanuit hun zijn, aan kunnen werken. Voor mijn gevoel is dat een groepje van 3 gestorvenen geworden, ieder met een eigen invalshoek, die ik nu kon waarnemen. In mijn(onze) beleving spreek ik liever niet van heling maar van transformatie. Transformatie doordat wij het wezen van de zendmast hebben gewezen op een andere bron die de zendmast wezens aan mogen sturen. En ze wijzen op deze andere bron. In mijn ogen hebben ze daar ons mensen voor nodig. Dit maakten de wezentjes die uit de mast kwamen en in ons opgebouwd werkveld gingen bewegen, andere kleuring vonden, voor mijn idee duidelijk.

Met deze ervaring en verder doorwerken van de transformatie van een zendmast, ga ik verder de wereld in, zoekend naar het punt waar wij mensen nodig zijn om een negatieve werking van straling en zendmasten, mee vorm te geven. Gelukkig heb ik de ervaring dat we geholpen worden. En dat we als mensen, door ons mens-zijn, ook geïnspireerd kunnen worden om ons leven in een grotere wereld dan alleen de zichtbare te realiseren.   

Johan en Inge.

 

Later schreef Inge nog de volgende bijzondere toelichting: Gisteren merkten we dat het een groepje van drie electriciens was met ieder een eigen taak. Ik vroeg toen of ze iets hadden aan onze inzichten die we hebben opgedaan aan het bestuderen van de stradermachine, (uit de mysteriedrama’s) een machine die op etherkrachten zou werken. Daar waren ze blij verrast door.

 

Hierbij een nadere toelichting door Rudolf Steiner over de werking aan de aarde door de overledenen:

Degenen die door de poort van de dood zijn gegaan, willen meewerken aan de fysieke wereld. Deze medewerking is slechts schijnbaar een fysieke medewerking, want al het fysieke is slechts een uiterlijke uitdrukking van de geest. De materialistische tijd heeft de mensen van de wereld van de doden vervreemd; de geesteswetenschap moet de mensen weer met de wereld van de doden bekend maken. Een tijd moet weer komen, waar we het de doden niet onmogelijk maken om hun werk ook hier te doen voor de vergeestelijking van de fysieke wereld, doordat wij ons van hen vervreemden. Want de doden kunnen niet met de handen de dingen hier in de fysieke wereld aanpakken en rechtstreeks fysieke arbeid verrichten. Dat zou een onzinnig geloof zijn. De dode kan op geestelijke wijze handelen. Maar daarvoor moet hij de instrumenten gebruiken die beschikbaar zijn voor hem; daarvoor heeft hij het geestelijke nodig dat hier in de fysieke wereld leeft. We zijn niet alleen mensen, maar we zijn ook tegelijk instrumenten, de instrumenten voor de geesten die door de poort van de dood zijn gegaan. We gebruiken, zolang we in het fysieke lichaam geïncarneerd zijn, een pen of een hamer of een bijl; als we niet meer in een fysiek lichaam zijn, dan zijn onze instrumenten de menselijke zielen zelf.Bron: Rudolf Steiner – GA 175 – Bausteine zu einer Erkenntnis des Mysteriums von Golgatha – Berlijn, 6 maart 1917 (bladzijde 111-112)