Verslag van de hunebedtocht op 25 juni 2021
We begonnen bij het grote hunebed bij het museum in Borger.
Vanuit het principe van familie-opstellingen ging een van ons representant staan bij een van de stenen, door haarzelf gekozen.
Belangrijk is om eerst toestemming aan de betreffende steen te vragen, want de stenen zijn dat niet (meer) gewend om op deze manier benaderd te worden.
Na toestemming konden de omstanders vragen stellen.
Een regelmatig terugkerende vraag is, of de stenen van het hunebed het wel prettig vinden, dat er zo, respectloos vaak, over ze heen geklommen wordt. Het antwoord is meestal “nee”.
Verder waren er vragen over afkomst, ontstaan, het zich bewust zijn van de andere stenen. Het steenwezen is zich daar niet bewust van , het lichtwezen wel en voelt zich verbonden als een geheel met de andere stenen.
We liepen nog langs het “stenenveld” dat bij het museum aangelegd is. Daar zijn grote stenen van allerlei plekken heen gebracht om de diversiteit van samenstelling en vindplaatsen te tonen. De stenen blijken zich daar wat ongemakkelijk bij te voelen. We zonden ze ons hartelicht toe.
Op weg naar de volgende, bij Bronneger. Afgelegen in een bosje tussen de velden. We stemden ons af op de totale energie. De hele plek voelde licht en blij aan.
We vormden groepjes van drie. Afwisselend representeerden we een steen naar eigen gevoel en de twee anderen stelden vragen.
In mijn groepje werd gevraagd of de steen de heilige rituelen en de eerbied uit de oertijd miste en of het zinvol zou zijn om weer op een dergelijke manier rituelen te gaan houden?
Het antwoord kwam:( En het is zo bijzonder om te ervaren , dat de woorden en beelden ook werkelijk komen, dat je dat niet verzint en dat het buiten je verstandelijk bewustzijn om gaat.)
“Het eerbiedig en helend benaderd worden wordt wel gemist. De stenen hebben de vroegere rituelen ervaren als een stevige, voedende aardse bodem. Maar nu moest dat niet meer op die manier. Onze menselijke energie komt niet meer van beneden, maar meer uit ons hartgebied . De stevige aarde is nu veranderd in stromende, voedende modder . Niet meer massief, degelijk, maar voedend ,omhullend en warm als honing. De aandacht, die wij nu op deze manier aan de steen geven, wordt dankbaar aanvaard. De stenen voelen zich daardoor weer verbonden met de oorsprong en met Odilia, de stenenmoeder.
En blijkbaar zijn wij mensen in de loop van eeuwen veranderd, we leven meer vanuit ons eigen gevoel en moeten onze hartenergie verder ontwikkelen , dat helpt hun ook om wakker en aanwezig te zijn”.
Hoe bijzonder is het om deze woorden, beelden, gedachten door je heen te voelen klinken, als je tegen een steen aan staat en daar verbinding mee voelt. Ik heb het ervaren als een diep religieuze (in de zin van verbonden zijn) belevenis. Het raakt aan de oerbron van het bestaan. Eerdere ervaringen met de steenwezens voegen zich hiermee samen en ik voel een verbondenheid met het Zijn , die zich in mij verdiept. Dat je zomaar een stukje van de oerschepping mag ervaren door je open te stellen en af te stemmen op een zo totaal ander wezen, voel ik als een geschenk.
We bedankten dit hunebed en bezochten nog in Gasselte een grote lichte plek in een park, waar niets te zien, maar veel te voelen was. We lieten geschenkjes achter, een eierdopje wijn , wat lekkers. (Zoals de indianen tabak en mais offerden).
Verder naar Diever, alwaar een plek , waar ooit een hunebed was, nu alleen de energie nog aanwezig is. De stenen zijn meen ik in de 17e eeuw verkocht . Maar zo intensief is de energie van zo’n heilige plek, dat die er nu nog is!
Met zijn drieën verloren we het contact met de groep en liepen op eigen houtje en intuïtie het bos in. De plek van het hunebed vonden we niet, maar we hadden intens gesprek onderweg over o.a. natuurwezens en vormen van healing. Het was ook een prettig bos om in te wandelen. Toen we moe werden en merkten dat we het niet vonden, hebben we heel bewust onze aandacht gezonden naar het hunebed. Dat dit gevoeld is, kregen we, via Margrete, van Odilia te horen.
Dankbaar gingen we uit elkaar.
Nu ik dit schrijf, merk ik hoe diepgaand en helend dit werk is, voor de stenen, voor de natuurwezens, voor de mensen die meedoen, voor mijzelf.
