Stee-baach-tal Pollis-soir


Steebaachtal Polissoir
, Hersberg, Consdorf, Luxembourg –
Coordinates: 49.761633N..6.326803E; (accuracy ±8m)  – Altitude: 427m
FM #: 9 – Date/time: 22-05-2024 ±19:00

In de middag, nog steeds mooi weer, stuiten we op een klein kapelletje uit 1773.

Eddie valt ervoor als een blok, raakt helemaal ontroerd; ikzelf vind het een lief dingetje, maar, zeker aan de buitenkant, wat erg netjes gerestaureerd. Fijn voor mijn historische gevoel dat er ook nog authentieke plekken bewaard zijn gebleven, maar voor Ed is de energie er echt magisch. En dat voel ik ook… als hij dat benoemt merk ik dat zeker ook.

We bekijken met onze coördinaten hoe we het makkelijkste bij het Polissoir (hard gesteente met hollingen en groeven) kunnen komen en rijden over de natte modderige weggetjes tot we de plek zo dicht mogelijk genaderd zijn. Vandaar door de velden. Voorzichtig lopen we over de tractorsporen van het pas ingezaaide veld. Mijn enkelhoge laarsjes zijn maar net hoog genoeg als ik her en der in de modder zink. Balen dat ik mijn stokken in de auto gelaten heb.

We komen aan een dennenbosrand met veel losliggende takken; een ingewikkeld traject… en blijven uiteindelijk bij een diepe afgrond steken. Hier moet het zijn. Ik ga ervoor om met het steenwezen dat zich ergens daarbeneden in de diepe rotswand, 400 m lager, moet bevinden, van hieruit te connecten, maar Ed niet. Hij is de doorzetter van ons beiden. Ik rommel mezelf weer door de takken en de modder heen terug naar de auto.

We rijden naar het kapelletje en proberen een heel andere insteek… Het polissoir bevindt zich namelijk in de diepte langs de loop van een klein, snel en ruisend beekje. We hebben geluk. Er loopt een wandelpad langs, en waar we over het beekje moeten is er zelfs een bruggetje. Easy-peasy. Na een half uurtje lopen zien steeds meer… reuzen-rotsformaties… en dan… ECHTE reuzen!!!! Ik word er ongelooflijk blij van. Een diepe lach welt op en op… een soort reuzen-lach… hah hah hah. Ed wordt er ook heel blij van, van mij dan met mijn lach. Het is echt een volstrekt magische plek. Op de steile helling naar boven vind ik een rotsblok om op te zitten en eens goed om mij heen te kijken. Elke reus heeft weer een totaal ander gezicht – gaaf om ze te gaan tekenen. Ed klautert verder. Hij wil als het ware de “hoofd-reus” vinden, die van de heel precieze coördinaten. En vindt deze ook, een twintigtal meters verderop. Een prachtige “reus” woont er boven.

Wat doe je hier? Ik heb net naar jullie geknipoogd. De zon komt tussen het gebladerte door éven het rechteroog oplichten, prachtig. Het komt zelden voor hoor…

“Oh, we houden nu al van jou en ook van je maten!” Van mijn maten? O ja, ik heb vele maten hier. Maar ik ben de mooiste hoor. Gaat het bij reuzen om schoonheid of om kracht, vraag ik. Kracht, daar gaat het niet om, dat hebben we gewoon. Altijd. Allemaal. “Dus jou gaat het om schoonheid?” Bij mij gaat het om het bijzondere. Om de details. Zie je de details? Kun je in mijn neusgat kijken? Ook langs mijn gebit?

Ik moet weer hartelijk lachen: “Heeft iemand zo jullie gebit allemaal uitgesneden?” Nee hoor, we hebben dat zelf laten gebeuren, door de ééuwen heen. Je ziet hier aan de rotsen hoe duizenden miljoenen jaren water hierlangs gestroomd heeft. “Oooooh… dit was echt waterstroomgebied.” Kijk naar… al die dingetjes… water… water… water… WATER… WATER… WATER… WATER… “Nu is het maar een heel klein stroompje.” Maar dat kan wel weer wat worden hoor! Daar hebben jullie de laatste tijd wel wat van gezien hier in de buurt. (We zitten hier in een overstroomgebied van de Moezel, die voor veel overlast zorgt aan huizen en wegen.)

Maar ik ben truly magnifique hoor! (De reus komt terug bij eigen schoonheid). Ik heb zo’n prachtig ding op mijn hoofd … en zie je mijn vinger die wijst, zie je hoe ie wijst? Laat mijn compagnon dat maar even aangeven, kijk, hier zit mijn arm, onder mijn kin, hij wijst… natuurlijk naar het zuiden, mijn vinger. De plek van het vuur. “Hou je van vuur?” Jahhh! De kracht van de aarde. Het licht. Mooi hoor! “Wat leuk, wat leuk, wat leuk.”

(Hoe gaaf het ook is met de reuzen… het wordt later in de avond en we moeten eigenlijk terug, dus ik begin af te ronden. “Wij komen ook iets brengen.”  Brengen? Ik heb toch al alles? Dat heb ik nog nooit meegemaakt hoor!  Nou, als je per se wilt…

En dan vraag ik, om onze gift wat meer handen en voeten te geven… “Heb jij ook ‘n lichtwezen?” Lichtwezen? Ik hou me alleen bezig met steenwezens… Ik geef Ed het prachtige door O. opgeladen steentje in de hand. Huhhhh huhhhhh… wat is dat? Licht? Dat moet dan toch maar op de offertafel komen dan, ik weet niet of mijn maatje dat aankan, de offertafel onder mijn hand bereiken. Ed klimt en klautert.

“Okay, zeg ik, en dan willen we ook een steentje van jou terug!” Teruhug? “Ja, zeg ik stevig. Jij krijgt er van ons een en wij krijgen er van jou een. Je mag hem zelf aanwijzen. En dan brengen we die ergens naartoe waar een grooooooot lichtwezen helemaal blij van wordt.” Nou, dat heb ik nog nooit meegemaakt. Ed klautert verder en kan uiteindelijk het steentje op de offertafel leggen. “Kun je ook een mooi steentje aan dit maatje van je geven?” Kijken hoor…. Even kijken… We zijn aan het zoeken hoor… Nou… toch wel iets gevonden om los te laten nu…

Ik suggereer dat hij nu makkelijker met andere steenwezens ook kan connecten maar weet niet of dat aankomt. “Dan kunnen jullie dansen samen…” Dat komt wel aan, huh…

Ik dans en zing… Stenen dansen ook… rustig aan… zing ik. Ja… ja… jajaja… Leuk he? Ja heel leuk.

Zonder verder veel woorden, ga ik over naar het lichtwezen-spel. Mijn reus… wist het niet zo goed maar ik… woewoewoe… kan weer baden in het licht. Heehhhhhhhh. Ik kan weer baden in het licht… ik zing en dans en beweeg zacht en licht-armig als lichtwezen nu, voor zover dat mogelijk is op de steile helling. Wij lichtwezens wij baden, wij zwemmen en wij waaien… hier door de haren van de reuzen… van de reuze reuzen…

“Hoever reikt jouw licht eigenlijk”, vraagt Ed, als ik een beetje uitgezongen ben en door de reus bedankt… Nou… ik ben van reuzen he, groot dus, gróót. Power. “Tot de sterren?”  Nou ik kan het licht van de sterren goed ontvangen zal ik maar zeggen. Hun licht bereikt mij wel maar het mijne hen waarschijnlijk toch niet. Maar ik kan wel met mijn steenwezen heel diep de aarde in! “Hoe doe je dat dan?” Nou, ik ga gewoon mee. Als zij een beetje gaan slapen, dan ga ik ze welterusten wensen. Dan gaan ze heeeel diep naar binnen, heeeeeel diep naar binnen, heeeeel diep, zo dat hun bewustzijn helemaal wegzakt… en dan ga ik ze welterusten wensen.

“En rust je dan ook uit?” Ik? Ik hoef niet uit te rusten. En zij ook niet hoor. Maar dat is gewoon hun staat van zijn. En dan kom ik weer omhoog.

“God… het is hier wel heel mooi gemaakt zeg!” Ja. Heeft God gedaan. “Ja die God, die kan er wat van. Haha.” God is het grooooootste Lichtwezen! “Dat is mooi om te horen. Heb je nog een wens?” Nee hoor, wij zijn helemaal happy. Maar jullie… jullie mensen… hebben misschien wel een wens? “Zeker: Hoe kunnen we meer met de natuurwezens leven?” Als je ons respecteert, van ons houdt, en mooie gaven komt brengen zoals jullie dat doen, licht en lekkers, dat raakt me en dat dat ontroert me. Echt fijn is dat. Dan kom ik een beetje jullie richting op.

Ik hoop dat jullie een fijne terugreis hebben, met gemak en lichtheid van bestaan. Willen jullie nog de hartverbinding doen? Daar heb ik van gehoord namelijk.

Frankrijk

Luxemburg