Impressie Allerzielen ritueel op maandagmorgen 02 november 2020
De aanloop was wat rommelig, maar groeide tot een aanwezigheid van zes mensen
en vele andere aanwezigen (wezens).
Na een sjamanistische aanroep naar alle windrichtingen, het ontsteken van lichtjes en
het voorlezen van gedichten en spreuken, richtten we ons op aanraden van Odilia in
een eerste ritueel op drie groepen: verdronken vluchtelingen, slachtoffers van verleden
of recente oorlogen – wij leven tenslotte in de tijdstroom van twee verschillende
eeuwen – en covid-slechtoffers, voor wie Ferry en Margrete per groep een ‘altaartje’
hadden ingericht, dat bestond uit een boomschijf met wat toepasselijke voorwerpen,
zoals schelpen, een kogel, een mondkapje, lichtjes en bloemen…
Voor mij kwamen allereerst verdronkenen, die zich in een eerdere opstelling voor
verdronken vluchtelingen, bij mij in hevigheid gemeld hadden, maar uit een andere
hoek kwamen. Mijn vraag of er nog achtergeblevenen waren, werd bevestigd en
zonder te hoeven vragen ‘zag’ ik al zilveren engelen, die koorden van luchtbellen
neerlieten. Het was niet genoeg de zielen daarop te wijzen en de engelen lieten zich
toen neer op de reling van een groot donker schip om daar hun nabijheid duidelijker te
maken.
Ik wilde, maar kon niet verder, werd vastgehouden en moest me duidelijk losmaken
door te verklaren dat ik niet het licht was, maar dat ze verder om zich heen moesten
kijken.
Toen kon ik ook een ander beeld krijgen, dat wel verdronken vluchtelingen betrof:
moeders die hun baby’s omkneld hielden en niet los konden laten. Ook hen op de
gereede hulp gewezen – misschien dan niet direct voor henzelf, dan toch wel voor de
kleintjes.
Uit de oorlogsslachtoffers kwam een deel van mijn familie te voorschijn, alsook
soldaten uit loopgraven, waarin ik nu een gezamenlijk thema – vergassing en
verstikking – zie. Nog zoveel te helen.
Met covid’slachtoffers’ kon ik maar moeilijk verbinding leggen of krijgen.
Tenslotte kwamen we weer bijeen bij de aanroep-plek en konden we om beurten
degene in herinnering oproepen, die bij ieder van ons afzonderlijk opkwam, waarna we
afsloten met de hartverbinding en een buiging voor dat wat groter is dan wij.
dorothea f.j. sol-thoolen – 03-11-2020
