
D19 en D20, Drouwen, Steenhopenweg. (52.952000 / 6.785500). We waren hier al eerder geweest, maar toen was het helemaal donker en zei Odilia dat dat onwerkbaar was. Nu was het aan het schemeren. We liepen het veld op toen Margrete een stem hoorde zeggen: jullie hebben hier al een steentje gelegd. Ze vroeg aan mij of dat klopte, want zij dacht van niet. Zeker niet, wist ik.
Maar van wie komt zo’n foute mededeling, en waarom? Dicky wist het wel: een soort wezen dat zich hier als beschermer opwerpt, ongevraagd overigens, en onnodig.
Hij maakt zich nogal groot, en probeert mensen te weren alsof die kwaad zouden aanrichten. En hier ligt nog geen steentje van jullie. Hebben de stenen hier last van ‘m? Niet echt, daarom laten ze ‘m z’n gang gaan. En jullie hoeven er ook niets aan te doen, laat ‘m maar. In contact met het lichtwezen: we wisten ’t eigenlijk al, jullie zijn hier al eerder geweest, en ’t was goed dat jullie toen geen verbinding hebben gemaakt, ’t heeft een grote impact hoor, nu kan het wel, we voelen heel veel pijn maar willen liever stilstaan bij nu, en willen graag verbinding met het Grote Lichtwezen.

D21 en 22, Bronneger, Popdilweg, langs de zandweg. Odilia laat weten: zeer krachtig! “Ik”: wij begrijpen dat jullie met een boodschap komen, en het gaat over het Grote Lichtwezen van heel lang geleden. Bijzonder! Laat maar komen. En we willen jullie niet belasten met de mate waarop we ons openen, we begrijpen dat jullie wel beseffen hoe lang geleden dit is, wat dit voor ons betekent, we gaan het aan, een heel veel dank. Er staat bij D21 een prachtige en krachtige beuk, Margrete kon er de boomfaun in waarnemen. Als je tijd hebt, laat ‘m op je inwerken!



Even verderop liggen D23,24 en 25, waar de zandweg een bocht naar rechts maakt (52.944700 / 6.802300). Het pad rechtdoor leidt nog naar twee grafheuvels. Ik vertel Odilia dat er hier drie liggen. In de lichtwereld werken ze niet met getallen, zij reageert: een arm, nog een arm, en een been, klopt dat? Maar er zijn er daar nog veel meer, vertelt ze, verborgen, nog niet ontdekt, onder de grond. Dit is en heel bijzondere plaats; kunnen jullie hier blijven overnachten? (in de camper) Dat zou heel fijn zijn, dan kan er veel uitwisseling plaats vinden. Deze vraag komt niet alleen van mij, maar ook heel sterk van het grote hunebed. Hij voelt dat jullie bijzonder zijn en wil jullie graag scannen; hij kent geen mensen die dat eerder gedaan hebben. Ik zeg toe dat we dit zullen doen, maar we gaan eerst nog even verder en komen daarna wel terug. Als representant heb ik te melden: We weten het meeste al, hebben we vernomen van die twee verderop, bovendien heeft de boom ook veel verteld, en die maatjes van jullie ook al. We bepalen zelf ons tempo wel, maar het gaat zeker goed komen. We zijn jullie veel dank verschuldigd.
Hierna gingen we eerst verder naar D19, D20 en D26 in Drouwen. Het was al aan het schemeren, dus vooral Margrete wilde opschieten om nog foto’s te kunnen maken voor het donker werd.

Maar ons verhaal hier gaat verder, dus na Drouwen als we hier de camper parkeren voor de nacht, en als dagsluiting eerst de reiswezens uitnodigen, wat houdt ze bezig, waar hangen ze uit?
Wij zijn heel veel bij de oude boom, die vertelt verhalen. Luisteren jullie dan wel? Ja, en we vertellen ook onze verhalen (in hun wereld: energie uitwisseling, dat kan blijkbaar tegelijkertijd) Die boom is natuurlijk niet zo oud als de stenen, maar toen hij nog klein was werd ie heel erg beschut door de stenen en daarom voelt ie zich er heel sterk mee verbonden. Hij is ook heel nieuwsgierig naar jullie, hier wordt nooit geslapen en hij is heel benieuwd hoe menselijke energie voelt. Weten jullie ook of er hier dieren komen? Ja, die zijn er wel. En wellicht ook jonge herten, als die de vorstperiode overleefd hebben? Ja, het jonge hert is er nog, de moeder heeft er heel goed voor gezorgd. En hoe is het om de afstand van de auto naar de boom te overbruggen? Hij staat er toch vlak naast!
In mijn beleving staat de boom zo’n 200 m verderop, bij de twee stenen op het andere veldje, maar ik kan me vergissen. Zal in de ochtend nog wel ’s naar kijken.
Aan Dicky, Margrete’s hulpwezen, vraag ik of hij evt. de bosgeest wilt uitnodigen, zou hij die herkennen? Ja, die herken ik aan zijn licht, aan zijn licht kan ik ook zijn taak zien. Ik vraag of hij bij mensen dan ook direct hun reiswezens en lichaamswezen kan waarnemen. Ja. Zie je dan ook gelijk of iemand gezond is? Alleen als ik echt verder kijk, als dat nodig is, anders niet. En hoe iemand zich voelt? Ja, dat zie je direct of zijn licht helder is. En zijn levensengel? Nee, alleen bij ingrijpende gebeurtenissen. En zie je ook wel ’s andere Dicky’s, en maken jullie dan contact? Niet voor communicatie, alleen als er donkere energie is, dat is onze taak. Is dat er als iemand ziek is, of boos, of agressief? Bij agressie.

Laatst gebruikte jij een uitdrukking, iemand die de bal kaatst. Hoe is dat voor jou, want weet je dan waar zo’n uitdrukking vandaan komt? Als jullie zo’n uitdrukking gebruiken, voel ik wat jullie bedoelen, en ik vind het grappig dat je eigenlijk heel iets anders zegt, qua woorden, dan je bedoelt. Daarom vind ik het leuk om ze ook te gebruiken, maar waarom jullie in dit geval b.v. over een bal praten, dat weet ik niet. jullie zeggen ook wel ’s : daar heb ik geen kaas van gegeten, en tegen Odilia zei je: veel plezier met je overwerk, en toen zei ze tegen jou, omdat je alles nog wilt uitschrijven: jij ook veel plezier met jouw overwerk. Dat vind ik grappig. En ik doe mijn best om jullie taal goed te begrijpen, want dan kan ik haar (Margrete) ook beter begrijpen.

Nu is de beurt aan Odilia: Ik wil graag iets verklaren: de boom staat niet naast de auto, maar hij straalt wel heel veel kracht uit. De reiswezens veren mee op zijn uitstraling, dus voor hen voelt het alsof hij vlakbij de auto staat, wat jou in verwarring bracht. De boom is heel blij dat jullie hier overnachten, jullie worden vannacht gescand, wat voor de boom en de lichtwezens heel bijzonder is om de energie van mensen te leren kennen. En tegelijk doen jullie hier heel veel energie van hoge trilling op. Mooie dromen en tot later. Dank, en tot later.
Het autowezen wil ook nog: Voel ik het goed dat het bijna voorbij is? Ja, morgen doen we nog wel wat, maar we rijden morgen ook naar huis.Jammer, ik heb ’t wel naar m’n zin. Binnenkort gaan we een hele grote reis maken, over twee weken, dat duurt echt niet lang meer. Oh fijn ! En ik ga toch ook nog naar de garage? Ja, later deze week. Maar alles is toch goed met mij?
Later in de nacht kondigt Dicky de bosgeest aan. Ik had ‘m goed geïnstrueerd: Hij lijkt inderdaad op de bosgeest bij Valthe, maar is toch anders. Ik kon ‘m herkennen aan z’n licht. Ik: Welkom! Is dit de eerste keer dat je een gesprek hebt met mensen? Ja. Hoe ervaar je het? Spannend. Ben je tevreden over je bos? Ja. Ook over de stenen en dieren? Ja.

