
Over taal. In het begin hadden ze een heel beperkte woordenschat, maar altijd leergierig naar nieuwe woorden, waarbij hun voorkeur sterk uitgaat naar ongebruikelijke woorden en uitdrukkingen.
“Met hart en ziel” behoeft geen uitleg, snappen ze direct, waarschijnlijk proeven ze bij deze je gevoels-intentie.
“In een poep en een scheet” vinden ze maar raar. Alles met poep trouwens, kennen ze niet van zichzelf – gelukkig niet!
Wat woorden betreft: elk woord heeft een eigen tint kleur, maar sommige woorden wel sterker dan andere. Ze hebben een duidelijke voorkeur voor nogal “dure” woorden. Een paar voorbeelden::
Als wij naar buiten mogen, mogen we dan on-ge-li-mi–teerd weg? Daar zijn we heel con- tent over.
We willen jullie er op at-ten-de-ren dat jullie vandaag nog geen lekkers hebben neergelegd. Foei, foei en nog-maals foei!
Wij voelen ons daar ui-ter-ma-te te-leur-ge-steld. over.
Er was daar donker licht, we komen bij jullie schui-len. (zij schuilen nooit, worden in de regen niet nat, dus dit begrip kennen ze eigenlijk niet)
En van wie leren ze deze en andere woorden? Dat wisten we niet, want sommige beslist niet van ons. Van het taalwezen dan? Nee, van onze eigen lichaamswezens! Mijn lichaamswezen, houdt die zich dan ook met taal bezig? Ja, want je schrijft toch vaak over ons en de reis, ben je met taal bezig, doe je samen met je lichaamswezen, dus jouw lichaamswezen speelt graag met taal, net als jij! Nooit geweten dat dit zo werkt. Nog nooit over gelezen in een van de boeken over het lIchaamswezen. Trouwens, die van “hart en ziel” hebben ze van Margrete’s lichaamswezen! Die doet dus ook al mee.
Verder vertelden ze ook over hun omvang, die is niet vast zoals bij ons mensen, Wij kunnen zowel heel klein als heel groot worden. Hoe doen jullie dat dan? Nou, dat gaat vanzelf, als we onze taak doen (licht uitwisselen met andere reiswezens) dan worden wij heel groot, en met mooi licht, maar als jullie je niet lekker voelen worden we klein, en vooral als jullie ruzie maken worden we heel klein, houden we niet van, wij hebben nooit ruzie, kennen we niet in onze wereld, heel naar. En als we niks doen, zoals nu, dan zijn we gewoon.
Getallen. Van nature kennen natuurwezens geen getallen, Lichtwezens zoals 0dilia trouwens evenmin. Als ik 0dilia het getal vier wil uitleggen dan tel ik even hardop, één, twee, drie, vier. Bij een tiental vertel ik: al mijn vingers, twintig die van Margrete erbij., daana wordt het “veel meer”. De reiswezens kennen zo langzamerhand het begrip “twee”, dat zijn wij, en jullie ook. Drie is twee met 0dilia erbij. Vier zijn wij en jullie en vijf met 0dilia daar bij. Verder komen ze (nog) niet.

En de dagen dat de kindertjes niet naar school gaan heet weekend, weten ze, en tussen het ene weekend en het volgende is dus ook een week, ja. Maar soms gaan ze een hele tijd niet naar school, hoe heet dat ook alweer? Vakantie. Oh ja, vakantie.
Tja, wij mensen weten de dingen des levens wel heel gecompliceerd maken!
Zoals ik als bekend mag veronderstellen, want ik heb er al vaker over geschreven, bezoeken onze reiswezens elke ochtend en avond de kleine kindertjes van Bella en haar man die verderop in de straat wonen. Hoewel ze de weg goed weten mogen ze daar niet zonder uitdrukkelijke toestemming van ons naar toe, wat überhaupt geldt als ze ons huis willen verlaten. En dan geldt standaard de beperking van de tijdsduur: een theekopje (kwartiertje).
Bella staat uitgerekend om medio juni te bevallen van hun derde. Kort na onze thuiskomst van onze reis kwam ik haar man tegen die vertelde dat Bella zich prima voelde en dat het elk moment kon gebeuren. Die avond waren de reiswezens daar weer op bezoek geweest en toen ik vroeg of ze de moeder ook gezien hadden, zeiden ze dat ze dat ze zowel de moeder als de kindertjes niet hadden gezien. Onze conclusie was gauw getrokken: moeder in de kliniek en kindertjes uitbesteed. De volgende dag hetzelfde verhaal, passend bij de situatie. Toch niet helemaal blijkt de dag erna: ik kom vader tegen die me heel blij vertelt dat Bella thuis bevallen is van een zoon, en alles goed.
Merkwaardig, Bella was dus toch thuis al die tijd, maar de reiswezens hebben haar niet waargenomen. Aan Odilia om uitleg gevraagd: Klopt, in zo’n situatie wordt de moeder energetisch aan de aandacht van de omgeving onttrokken. Margrete reageerde direct: zoiets heb ik ook gevoeld elke keer als ik ging bevallen, alsof je door een wolk van licht wordt omhuld, valt niet goed in woorden te beschrijven, maar voelt als heel bijzonder. Een paar dagen later beschreef Bella het zelfs als een roze wolk!
Doet me denken aan onze zegening bij ons trouwen in de kerk: wij beiden voelden ons in een witte wolk opgenomen, heel duidelijk gezien in onze beleving; anderen hebben het niet waargenomen, ook onze getuigen niet.

