Terug-blik op vier jaar lang

Terugblik op VIER JAAR LANG

Eb
 
Ik trek mij terug en wacht.
Dit is de tijd die niet verloren gaat:
Iedre minuut zet zich in toekomst om.
Ik ben een oceaan van wachten,
waterdun omhuld door ’t ogenblik.
Zuigende eb van het gemoed,
dat de minuten trekt en dat de vloed
diep in zijn duisternis bereidt.
Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?


Zo dichtte Vasalis. De sfeer van het gedicht voelt voor mij enigszins als een van de
sluiers van het ritueel. Vier jaar lang en vooral niet vieren.
Voor mij was bij dit herdenken van de tijd het ritueel weldadig gewoon met als extra
touch een paar welkende rozenblaadjes en een stralende oost-indische-kersenbloem
aan de voet van een uitgekozen boom, die we na afloop in een opstelling konden
bevragen. Wat voel je dan bij een antwoord als “er is wel een mening, maar we (die
boom en de andere in de nabijheid) hebben geen verschíl van mening” …
Na afloop van het ritueel konden er ook vragen aan Odilia gesteld worden, waarbij het
opvallend was, dat de meeste vragen in de richting gingen van ‘wat meer, wat beter,
intenser kon, wat er gedáán kon worden’.
Het antwoord ging daar niet op in en telkens klonk, dat het zo goed was, dat we vooral geen voedsel moesten geven aan zwarte krachten door er aandacht aan te schenken, maar dat het bovenal ging om uithouden, volhouden en doordragen.
Hier straalt licht van uit, waarneembaar voor Odilia zelfs bij degenen die verhinderd
waren.
Dorothea