IJmuiden impres-sie van Doro-thea

Helingsexcursie rond IJmuiden 07-09-2021, een warme, spattend lichte dag.

Deze heling was geïnitieerd door Marlenne, zeer betrokken inwoonster van IJmuiden.
Met haar hadden Ferry en Margrete al eerder voorbereidingen getroffen voor deze
helingsexcursie door het neerleggen van steentjes en door een lichtzuil te creëren op
de door Odilia aangegeven plek.
Marlenne legde kort een basis door iets te vertellen over de oorsprong van IJmuiden, dat ontstaan is uit de wens een snelle handels-, dwz scheepvaartverbinding van Amsterdam naar de kust te krijgen.
De uitgraving van het kanaal heeft uitermate veel van de omgeving gevraagd – het doorsnijden van
het land en de duinenrij – en niet minder van de mensen – armen van overal uit het land èn
buitenland hierheen kwamen en dit met de hand moesten ondernemen in deplorabele
omstandigheden. Later kwam de uitbreiding van steeds meer en grotere sluizen en tenslotte de
oorlog er overheen met alle trauma van dien.
Op de eerste voorbereide plek werden de steentjes niet allemaal teruggevonden, op
de volgende idem en op de derde plek geen enkele. Hoe kan dat? Het blijkt dan zelfs
bepaald lastig nieuwe steentjes te vinden, echte steentjes en niet gruis van het overal
aanwezige beton.
Op de derde plek zien we wel in het water, dat aan de kant heel helder is, vissen
opdoemen, luchtbellen opstijgen. Het heeft voor mij een dubbel karakter: enerzijds het
gevoel niet voor- of achteruit te kunnen, vastgelopen te zijn, anderzijds het opduiken
en vrij bewegen. Margrete voelt hier veel trauma van nog voor de oorlog, van de
mensen die slavenwerk verricht hebben bij de aanleg van het kanaal.
Het gevoel op dood spoor te zijn, van hopeloosheid, maakt me benauwd. In dat kader
zijn dan de beelden van die vissen en luchtbellen een sprankje hoop. Héél apart dat ik
dan plotseling ook een vogel met glanzend felgroen gekleurde rug zie, die over dat
water scheert en verdwijnt onder ‘aanlegpalissaden’ voor ik iemand kan wijzen. Wàt
voor vogel …?
De voorlaatste plek bij een gedenknaald geeft letterlijk ademruimte en zicht-wijdte.
Wat mij betreft in tegenstelling tot de laatste plek, een weelderig dichtbegroeide
bomkrater, die ik struikelend bereik en waar het snikheet is. Hier worden de spirits
aangemoedigd in de lichtzuil op te stijgen, degenen die moeite hebben worden
gerustgesteld dat dit de weg is, dat er sowieso een weg is en dat er op hen gewacht
wordt tot ze zover zijn en ook hier weg kunnen komen.


Margrete ervaart de zielen, die blijven om degenen die nog niet weg kunnen komen te ondersteunen.
De meegebrachte en verzamelde steentjes en stenen worden ter
plekke achtergelaten. Sommige worden meegenomen om elders hun verwijzend werk te doen.
Christian ontsteekt salie, reinigt ons daarmee en met een dankgift van wijn, tabak en
honing voor de natuurwezens die ook op de eerdere plekken zo werden voorzien,
vertrekken wij voor een vislunch bij ons startpunt op de Kop van de Haven, waar in de
verte lucht en water elkaar ontmoeten.

Dorothea