Reactie Wille-mijn

De 1000-jarige den (wij schatten ‘m eerder op 400 jaar)
En daar stond ik dan, met mijn rug naar de omgevallen den, afgeknapt bij de wortels.
Ik had ‘m al even goed bekeken en nu werd ik gevraagd om voor het wezen van de den als representant te gaan staan. Ik sluit mijn ogen om mij goed in te leven in het natuurwezen. Ferry vraagt of hij wat vragen mag stellen en ik voel me nieuwsgierig en zing dat het goed is. Hij bedankt me en vraagt of ik het op prijs stel als de mensen zich even voorstellen. Dat hoort zo bij mensen, dacht ik en knik bevestigend.Gelukkig waren het er niet zo veel.
Hoe ik me als wezen van de boom voel, is de vraag. Ik wieg heen en weer en zing een melodietje als antwoord terwijl ik met mijn armen en lichaam mee beweeg. Ik voel me licht en vrolijk en deel van de boom. Het beeld van de boom is in mij. Wat is je taak? Logisch toch, ik zorg voor mijn boom want hij is nog zo levendig met de kleine boompjes en vele planten die op mijn stam groeien. Al de kleine fijne blaadjes bewegen in de wind en maken zachte kwinkelende muziek, samen vormen ze een diep groen tapijt. De diepe groeven in de bast vormen een levendige structuur, die weer een voedingsbodem is voor kleine insecten, paddenstoelen en schimmels, vertelde ik half zingend. Soms leven er ook dieren in de holtes van mij, op dit moment niet.  
Hoe oud ben je?  Ik heb geen gevoel voor tijd en ik zorg al heel mijn leven lang voor de den.
Is het erg dat de boom is omgevallen? Nee hoor, hij draagt toch nog heel veel leven.
Heb je contact met de wortels? Nee, niet veel, want het wortelwezen zorgt voor de wortels. (dat werd na mij opgesteld en was een totaal ander wezen)
Er werden nog meer vragen opgesteld die ik vergeten ben, ook omdat ik als wezen ervoer dat het er niet altijd toe deed of ik al de antwoorden wist, ik werd er niet blij van en ik zong ook niet meer. Ik voelde dat ik als wezen weer heel graag voor mijn boom wilde zorgen en dat zei ik dan ook, en Ferry begreep dat en bedankte me, en vroeg of ik toen weer helemaal Willemijn was. Ik stapte uit de tijdloze wereld van het dennenwezen terug in het hier en nu.
 .
Wolfheze – het verdwenen dorp.
Wat er van te zien is, is een licht glooiend gebiedje begroeid met gras, onkruid, weidebloemen en bomen. Ferry nodigde mij uit om te representeren voor een aspect van het verdwenen dorp, wat zich ook maar zou aandienen. Al voordat ik begon met in te leven voelde ik me al de aanvoerder, het begrip burgemeester zou hier niet passen en ik zei: volgen jullie me maar naar de plek waar ik wil gaan staan; ik klom tot halverwege de hoogste glooiing en stond daar. Het  was met een schok hoe de ziel van deze hooggeplaatste in mij schoot (of bezit van mij nam) en het was ook net of ik vanuit mijn ziel keek naar mijn onderdanen.
Ferry vroeg of hij zijn mensen mocht voorstellen. Ik vond dat goed, op voorwaarde dat ze een naam zouden noemen die voor mijn leefwereld passend was, zoals b.v. hert, en dat deden ze.
Toen Ferry vroeg hoe ik me voelde,  plantte ik mijn voeten steviger in de grond en met mijn armen weid gespreid zei ik: ik voel me heel mannelijk, krachtig en zelfverzekerd. Ben jij een soort priester-koning? Nee, ik voel me meer aanvoerder of leider.  Hoe groot is je gebied? Met mijn ogen gesloten keek ik naar innerlijke beelden, ze lichtten op en schoven voorbij; ik keek letterlijk en  figuurlijk vanuit een hogere positie neer op een heel bedrijvige gemeenschap die met allerlei ambachten bezig waren. Niet dat ik duidelijk kon zien wat ze precies deden maar ik wist het gewoon. En ik herinner me dat ik lemen hutten zag. Welke tijd leef je? Tijd zegt me niet zo veel.
Hoe is je dorp ten onder gegaan? Ik voelde me ineens heel verdrietig worden, maar ik vermande me (mannen huilen niet) Aan oorlogen en ziekte, zei ik.
Ik kan me niet alle vragen herinneren, voor mij waren ze ook niet allemaal zo belangrijk. Wat de meeste indruk op me maakte en ik als een  prachtige ervaring ervoer was het gevoel een ander bewustzijn te hebben, te leven in een geheel andere tijd en de opstelling als tijdloos ervoer.
.
.