Ocken- burg; 1april

Ockenburg; bekrachtiging voor Huizewindekinde en de Maliebaan op 1 april.

Wat vooraf ging:
’s Ochtends, net wakker, maar nog wel in bed, klopte Odilia aan:​”​Goedemorgen​”​. Ik: Ja, goedemorgen en welkom. Het gaat zeker over het ritueel van straks in Ockenburg ?  “Inderdaad, ik heb nog wat aanwijzingen, schikt het ?” Ja hoor, ga je gang. “Over dat bericht van Birgit, over die bomen”. Ik was nog maar net wakker en wist wel dat ik de avond  ervoor iets van Birgit had vernomen over grote bomen in Park Madestein die gekapt zijn, maar had ze dat gemaild ? Ik had het niet helder. Odilia zei dat het anders was. Oh, ik moest nadenken, ​ik ​had het ’s avonds laat, moe van tango dansen vlak voor ik mijn bed wilde instappen vernomen, maar was al te moe om het tot me door te laten dringen. Eindelijk…herinnerde ik me dat ze had ingesproken op het antwoordapparaat, en ik dacht toen​ ​”ik luister morgenochtend nog wel een keer als ik wat frisser ben”.

Ja , ik weet ’t weer. Odilia : “wat zijn jullie plannen ?” Ik: (ik had nog niet met Margrete overlegd) Het lijkt me beter om na afloop langs te gaan; als we dat vooraf doen lopen de energieën door elkaar; eerst Ockenburg. Odilia: “willen jullie een steen uit je woonkamer meenemen (van de ca.30 stenen die ik uit de afvalcontainer van een stenenwinkel die ging opheffen had gered, waarvoor ze me zeer dankbaar zijn en waarvan we wisten dat ze graag een taak wilden),die bij het ritueel in Ockenburg leggen en na afloop bij de gekapte bomen leggen, dan kan die de heling doorgeven” – Gaan we doen.

“En dan nog 2 stenen, een voor Duitsland en een voor Nederland, en die gaan weer terug naar je huis. Ik zal ervoor zorgen dat ze zo meteen klaar liggen, dan kan Margrete even invoelen welke het zijn. En verder, kunnen jullie de beide huisgeesten opstellen, en de deva’s van de gebieden ook, en ook het Oorlogswezen”.

Ik had bij fam​i​lie-opstellingen al eerder ervaring opgedaan over oorlogssituaties, en daarvan ervaren dat het niet alleen om de strijdende partijen (meestal landen) gaat, maar ook om het Wezen van de Oorlog, als “Grote Macht” achter de schermen, dus dit idee van Oorlogswezen opstellen klonk me niet vreemd, hoewel ik er zelf niet aan gedacht zou hebben.

Verder nog iets​?​, vroeg ik. “Nee, dit is het” . Oké, en mocht er iets zijn, dan horen we het wel van je. “Zeker; tot later “.

Ik had maar net tijd genoeg om Margrete globaal te vertellen wat Odilia te melden had, of Margrete voelde dat er alweer aangeklopt werd. Briek, het steenwezen bij mij uit de straat: “Schikt het ?” Ja hoor, welkom. “wat een drukte in je woonkamer”

Ik : hoezo ? “Nou, de stenen, hè ! Jullie lichtwezen was er mee bezig, ze zijn heel blij dat ze mee mogen doen, daar wachten ze al de hele tijd op, ’t lijkt wel een feestje daar !”

Ik: was jij dan in de buurt dat je er zo snel bij was ? (want steenwezens verplaatsen zich zeer traag door het steen).

“Nou, ik was wel in de buurt, en toen ik al dat licht zag ben ik er natuurlijk direct naartoe gegaan. Bovendien werd ik ook van alle kanten  gewaarschuwd dat er iets gaande was, en een heleboel natuurwezens snelden er ook op af, zag ik ook”.

Ik : En hoe weet je dan dat het Odilia is ? “Nou, simpel, aan haar licht, en ze neemt altijd een heleboel andere lichtwezens ook mee, dus dat valt wel op; ze is eigenlijk nooit alleen”

Ik: en heb jij haar dan in de woonkamer bezig gezien ? “Nou, niet echt, eigenlijk doet ze dat niet zelf, een van die lichtwezens om haar heen doet da​t​ dan eigenlijk; maar die hoort wel bij haar, en draagt ook haar licht bij zich; je zou kunnen zeggen dat ze een wijde mantel draagt, en een deel van die mantel was bij de stenen; het is allemaal heel duidelijk, maar voor jullie moeilijk te begrijpen als je het niet kunt zien”

Ik: nou Briek, ik ben je heel dankbaar, je vertelt me veel interessants wat ik nog niet wist hoe dat precies ging, dankjewel !

“Graag gedaan. Ga je zo meteen nog naar de keuken ?” Dat was zijn beleefde formulering of ik daar nog wat lekkers ging neer leggen voor hem en de andere natuurwezens (honing, bodempje rode wijn, chocola, koekje). Ja hoor, maar wel even geduld, moet m’n bed nog uitkomen en me aankleden. “Maar niet vergeten hoor !” Nee, nee, ik kom zo, en doe ’t heus.

Voordat ik m’n bed kon uitkomen werd er bij Margrete stevig aangeklopt en bijna direct “binnengestapt”. De Bemiddelaar !

Degene die door Odilia was aangeroepen om mijn nieuwe auto te begeleiden, of anders gezegd, tussen mij en mijn nieuwe auto te bemiddelen. Het autowezen van de auto had ’t maar moeilijk met me. Hij was gewend als bestelauto gebruikt te worden, werd ’s ochtends opgehaald, zijn route werd vastgesteld (gps ?) en ’s avonds leeg geparkeerd bij het bedrijf of bij de chauffeur van die dag. (dit had de Bemiddelaar ons ​zo​ verteld). En ​nu ​werd er in de auto geslapen, allerlei spullen bleven in de auto liggen, zoals de matras, fietsen gingen mee en bleven er een nacht in staan etc. “​een hoop ​troep”, volgens de Bemiddelaar.

En als we plannen maakten voor inbouw van een kastje, ergens een handvat geplaatst wilden hebben, dan zat hij er boven op om die plannen precies te weten om aan het autowezen te kunnen doorgeven, tot aan welke route en wie er mee zouden reizen toe. En wat helemaal lastig was dat onze plannen meestal niet vast lagen, maar b.v. van het weer afhankelijk waren.

Hij voelde aan als een ernstige autist: vroeg nooit of hij gelegen kwam, als we plannen bespraken kwam hij direct op Margrete af (van Briek had ik begrepen dat hij eerst op mij afkwam, maar omdat ik hem niet kan horen en dus nooit reageerde liet jij me nu met rust).

“Wat zijn de plannen van vandaag, want ik heb begrepen dat jullie vandaag met de auto gaan rijden, en dat er wat veranderd is in de plannen” . Geen vragende toon, maar puur feitelijk.

Ik: er is niet veel veranderd, alleen dat we na Ocenburg nog even langs Madestein gaan, dat is nog geen kilometer daar vandaan, dat is alles. “Oh, en daarna gaan jullie weer naar huis ?”Ja, dat is het plan. “Goed, dan zal ik dat doorgeven”.

Birgit die altijd met de auto naar Ockenburg kwam​,​ kwam die dag met de bus, want haar man was het weekend met de auto weg. En Birgit woont niet ver van Ockenburg vandaan, dus we brachten haar​ na afloop​ thuis en bleven nog even een kopje thee bij haar drinken. Dat hadden we niet voorzien, dus ook niet gemeld. Ik had ‘m wel duidelijk gemaakt dat er bij ons maar 1 patroon vast lag, nl. dat bij ons patronen nooit volledig vast liggen ! “Daar lijkt het inderdaad wel op”, zijn reactie.

De heling:
Onderweg naar Ockenburg begon het flink te regenen, maar onze regenjassen liggen altijd in de auto (als onderdeel van de “troep”)​ dus die hadden we bij ons​. Bij de rituelenboom legden we onze stenen uit, en overlegden we wie voor het Oorlogswezen ging staan. Margrete ​liep al wat verward rond, en zei: “Ik zit er al in !” Het wezen ​sprak op een vrij neutraal ​toon​:​ ​”ik ben er gewoon, ​hoewel argwanend, op mijn hoede; zoals ik ben wordt ​er ​van mij gebruik gemaakt, verder ben ik er niet zo mee bezig”. Ik​ ​​(Ferry)​ begeleidde de opstelling​ en zei:​ Ik snap het, het zijn de mensen die de uitvoerders zijn; ik verwijt je ook niets, je bent een kracht die wordt ingezet door degenen die zich achter de coulissen verschuilen; maar de uitwerking is wel desastreus voor de mensen, voor beide partijen, er wordt veel verschrikkelijk leed veroorzaakt, en gemarteld en vermoord, ook burgers; en misschien erger nog, hun ziel wordt met opzet kapot gemaakt; we zijn hier bijeen om daarbij stil te staan, opdat er geheeld kan worden i​n​ de gebouwen van de Sicherheitspolizei in Den Haag (Huize Windekind) en in het pand op de Maliebaan in Utrecht, en alle andere gebouwen door heel Nederland waar de Sicherheitspolizei gehuisvest is geweest.

Daar hangen de getraumatiseerde delen van de zielen van de slachtoffers nog, en we willen hen uitnodigen naar het Licht​ te gaan.​”​

​Het Oorlogswezen:​ ​”I​k raak verward door wat je tegen me zei, je maakt me geen verwijten zoals altijd gebeurt, je beschrijft me zoals ik me voel, een kracht waarvan mensen gebruik kunnen maken, en niets anders. En als je dat zo zegt, dan krijg ik ook ruimte voor andere gevoelens, en besef wat een verschrikkingen er hebben plaats gevonden, waar ik op de een of andere manier wel mee verbonden ben; en jullie betrekken me nu in een heling, wat niet mijn eigenlijk​e​ werkterrein is, en toch heb ik er​ ook​ alles mee te maken. Zonder oorlog zou dit ritueel er niet zijn, heel verwarrend voor mij. Ik wil niet weglopen, maar voel me hier ook niet op mijn plek, wat is dat verwarrend ! ​”

Ik: ik begrijp je, we zullen je even met rust laten en komen bij je terug,en tegen Margrete: stap eruit, we leggen voor het Oorlogswezen een grondanker neer, dat lijkt me voor jou  prettiger.

Ik stel voor nu de 2 betrokken huisgeesten op te stellen​.

Margrete nam de begeleiding over, ik ging staan voor de huisgeest van Huize Windekind​ en Birgit voor die van Utrecht.

​Utrecht: “Ik ben er niet helemaal, voel me onrustig, wat doe ik hier eigenlijk, wat willen jullie van me, laat me met rust”. Margrete : dat is goed, dan ga ik nu naar Windekind; hoe is ’t met jou ?

Windekind: “goed, helder, heb tot nu toe alles gehoord, hoewel ik er niet zo veel mee heb, ik ben meer bij mezelf en dat is genoeg.” Margrete : herinner jij je de oorlog ? “daar heb ik niet zo’n zin in”. Utrecht raakte toen getriggerd en reageerde nogal geïrriteerd met “dat is makkelijk, sluit je maar af !” en ging een beetje onrustig rondlopen. Margrete vroeg aan Utrecht : kun jij je herinneren dat we bij jou al eens eerder een heling hebben gedaan ? Utrecht: “ga maar verder, laat me met rust”. Margrete stelde dezelfde vraag aan Windekind: “Laat me maar met rust, het is genoeg zo”.

Margrete heeft toen de 2 representanten ontslagen en voor hen in de plaats grondankers neer gelegd, en 2 representanten voor de deva’s van de 2 betrokken gebieden gevraagd.

Ik meldde me voor Scheveningen/Den Haag omdat ik me daar sterk mee verbonden voel (ik woon er vlakbij), Birgit wilde graag voor die van Utrecht staan.

Margrete naar de deva in Utrecht: hoe is het met je ? ​De ​Deva ​in ​Utrecht ​vermijdde het  haar gevoelens​ te uiten, en bleef wat vaag. Daar speelt waarschijnlijk in mee dat er op de Maliebaan nog meer panden staan waar de bezetters in zaten en er ook een is waar een verzetsgroep was gevestigd​. Op dit commentaar reageerde ze ook niet echt.

Margrete : herinner je je wel dat wij eerder bij  jou voor de deur in het plantsoen een heling hebben gedaan ? dat was toen op de dag dat de Tour de France langs kwam, al die wielrenners !

Utrecht lichtte op: Ja, dat was bijzonder, en leuk, daar wordt ik weer helder en blij van.” Margrete: geniet daar maar even van, dan ga ik nu naar die van Scheveningen: hoe is ’t met jou ?

Deva Scheveningen: ik heb te doen met de deva van Utrecht, en besef ook dat er nog veel meer plaatsen in Nederland zijn waar zich hetzelfde heeft afgespeeld; ik voel me ermee verbonden”, reageerde ze vrij helder. “ik besef nu ook waarom we hier zijn, wil er graag aan meewerken en ondersteunen; ik zie nu ook de huisgeest in Windekind duidelijk; ik wil je graag steunen, maar weet niet of ik je genoeg kan steunen, ik heb ook kracht nodig voor mezelf”

De deva van Utrecht gaf nu aan dat ze zich diep geraakt voelde, en besefte dat ze de huisgeest te veel in de steek had gelaten, maar het eigenlijk ook niet had gekund.​ Ik zal me er meer voor inzetten​”​.​

Er werd een grondanker achter deze deva neergelegd voor extra ondersteuning.

Daarna vervolgden we met onze instrumenten, en stem, voor klankheling, terwijl het bleef regenen. Ideaal voor de heling overigens, want de natuurwezens kunnen veel sterker aanwezig zijn samen met de waterwezens. Na zo’n 20 minuten rondden we af, en stelden we de deva’s en huisgeesten weer op, die allen reageerden met uitingen van dezelfde strekking : “heel veel dank, we voelen ons erkend en gesterkt.”

Daarna het Oorlogswezen: “Ik voel me zeer geraakt, ik besef nog meer wat er door mij aangericht is, verschrikkelijk, ondraaglijk; ik besef ook dat als ik terug zou gaan naar het Licht, er weer gebruik gemaakt kan worden van mij; (hevig geëmotioneerd) ik wil niet meer terug naar het Licht, liever blijf ik een dolend wezen  zonder taak dan terug te gaan, dat nooit meer. Ik ga niet meer terug naar het Licht !”, zeer indringend !

We werden er koud en stil van, wat een emotie, wat een beslissing, wat een offer ! Aangrijpend !

Een opmerking van troost durf ik hier te melden: we zullen nog vaak aan dit moment terugdenken, en aan zijn offer !

Hierin vond ik ook de motivatie om jullie deelgenoot te maken van dit gebeuren.

(En Margrete had flinke tijd nodig om weer bij te komen​)

Na afloop hebben we nog een steen gelegd bij gekapte bomen in Madestein, ter ondersteuning en verbinding.

Ferry​ ​